Kubricks beeldensymfonie geëerd in Cannes

Achtergrond Regisseur Christopher Nolan presenteerde in Cannes zijn ‘ongerestaureerde versie’ van Stanley Kubricks ‘2001: A Space Odyssey’ – de film die sciencefiction respectabel maakte.

De ultieme trip: 2001: A Space Odyssee

Dat 2001: A Space Odyssey zo’n klassieker zou worden, zag hoofdrolspeler Keir Dullea – astronaut David Bowman – in april 1968 niet echt aankomen bij de première in New York. „Het was een ramp”, vertelt hij op het jacht van de Britse Pinewood Studios in Cannes. „Ik hoorde het geroezemoes aanzwellen. Mensen liepen weg, een stuk of 200 uiteindelijk. Achter me hoorde ik een vrouw fluisteren: ‘Begrijp jij iets van deze bullshit?’ Je voelde de rancune als een giftige wolk in de lucht hangen. De grote Stanley Kubrick vindt zijn Waterloo.”

2001: A Space Odyssee is een filmlegende, maar kwam in 1968 stroef op gang. De timing leek perfect: in 1969 zette de eerste mens voet op de maan, ruimtevaart was een rage. Maar de filmpers maakte gehakt van Kubricks sciencefictionfilm: saai, traag, koud, onmenselijk, pretentieus waren de steekwoorden. Kubrick was in tranen, de studiobonzen van MGM vreesden een episch fiasco voor hun project van 4 miljoen dollar, toen een fortuin.

Kubrick had de Britse Borehamwood-studio in 1966 tot een soort ruimtelab omgebouwd en de NASA en het bedrijfsleven ingezet voor een wetenschappelijk verantwoorde toekomstvisie – de film voorziet Skype en iPad. De visuele effecten waren verbluffend; Kubrick bouwde een kolossale centrifuge als ruimtestation. Zijn met sciencefictionauteur Arthur C.Clarke ontwikkelde concept was visionair: de geschiedenis van de mensheid presenteren als de ‘hero’s journey’ die volgens auteur Joseph Campbell ten grondslag ligt aan alle mythen.

Welwillende ‘aliens’

In 2001: A Space Odyssee helpen welwillende aliens – het sf-equivalent van goden – de mensheid evolueren. Eerst door de weerloze aapmens via een mysterieuze, zwarte monoliet te veranderen in een agressieve vleeseter. Als de mens dan honderdduizenden jaren later de maan bereikt, vinden ze daar opnieuw zo’n monoliet, waarmee de aliens een expeditie naar Jupiter uitlokken onder leiding van astronaut David Bowman. Die strandt bijna omdat boordcomputer HAL – met zijn ene rode oog een verwijzing naar de cycloop van Odysseus – een psychotische episode beleeft. Als Bowman alsnog Jupiter bereikt, bouwen de aliens hem na een hallucinerende episode om tot een Übermensch die de mensheid moet redden van nucleaire zelfvernietiging: agressie is in dit ontwikkelingsstadium een valkuil geworden.

Althans: dat weten we nu. Anno 1968 begrepen de kijkers weinig van de film omdat Kubrick had besloten alle uitleg te schrappen. 2001 was geen betoog, maar een beeldensymfonie die verwondering moest wekken over het mysterie van het universum. Zo koppelde Kubricks de kille grandeur van ruimtevaart aan Johann Strauss’ wals An der schönen blauen Donau: een geniale ingeving.

Op dat emotionele niveau bleek 2001 ook prima te werken: de film verdiende 31 miljoen dollar. ‘It asks for grooving, not for understanding’, analyseerde The New York Times. Jongeren, al dan niet stoned, bleven terugkomen: journalist Michael Herr beschreef hoe bioscoopgangers in de hallucinerende finale met z’n allen onder het doek gingen liggen om er helemaal in op te gaan. ‘The Ultimate Trip’ werd de nieuwe tagline toen MGM tot eigen verbazing de recette zag binnenstromen. De Amerikaanse filmpaus Andrew Sarris besloot een tweede, positieve recensie te schrijven nadat hij 2001 opnieuw had gezien onder invloed van ‘een kruid ietwat authentieker en krachtiger dan oregano’. Een jaar later scoorde David Bowie een hit met Space Oddity.

Meer dan een cultfilm

Toch was 2001: A Space Odyssey meer dan een cultfilm. Het maakte sciencefiction salonfähig, het filmgenre bij uitstek voor epische, plechtige, mythologische verhalen. De nieuwe western. „In 1968 stond sciencefiction qua prestige maar net een treetje boven de porno”, aldus Katharina Kubrick – dochter van – in Cannes. „Infantiele jongensfantasie over groene mannetjes en robots.” Misschien was dat ook zonder Kubrick gebeurd, maar 2001 was het kantelpunt – in de jaren zeventig volgde een sf-explosie. Ook de Russische filmmaestro Andrej Tarkovski, die Kubricks film hautain afserveerde als visueel effectbejag, werd geprikkeld om sf te maken. De USSR stak een royaal budget in zijn Solaris (1972), ‘het Sovjetantwoord op 2001’. Ook in dit aspect van de ruimterace moest men immers bijblijven.

De Britse filmmaker Christoper Nolan zag 2001: A Space Odyssey als zevenjarige met zijn vader in een bioscoop aan het Londense Leicester Square, vertelde hij dit weekend is Cannes. Met open mond. In Cannes ging dit weekeind Nolans ‘ongerestaureerde’ versie van Kubricks meesterwerk in première, eind mei ook in Nederland te zien. Het is geen gladde, digitale bewerking, legt Nolan uit in een masterclass. Hij streefde ernaar op 70mm-celluloid nauwgezet te reconstrueren hoe de film er in 1968 uitzag, inclusief tikjes en ruisjes. Want Nolan is een fanatiek verdediger van celluloid en kijkt neer op digitaal. „Celluloid is de beste analogie van hoe het oog ziet. Film heeft een fotochemische ruggengraat nodig.”

Kubricks zwager en producer Jan Harlan kan zich in Nolans restauratie vinden. „Ik ben ook tegen digitaal aanpassen van een film, een kunstwerk is af wanneer het af is. Je gaat de Mona Lisa toch ook niet verbeteren?”

Kubrick zou ‘digitaal gaan’

Maar zou Stanley Kubrick anno 2018 als Nolan koppig vasthouden aan celluloid, of zou hij digitaal filmen? „Digitaal natuurlijk!”, zegt dochter Katharina Kubrick. „Pa was de ultieme geek, hij was dol op technologie. Ik herinner me hem achter de Moviola, met kilometers film om hem heen. Bij The Shining was hij geobsedeerd door de steadycam (een apparaat dat de handcamera stabiliseerde). Bij Eyes Wide Shut (Kubricks laatste film in 1999) was hij verrukt over digitale montage. Zo snel! Had mijn vader vandaag geleefd, dan had hij digitaal gefilmd en apps ontwikkeld.”

Producer Jan Harlan: „Stanley had nu een miniserie over Napoleon gemaakt, denk ik. De beeldkwaliteit van tv is zo hoog, de schermen zijn zo groot. Napoleon was Stanleys volgende project, we werkten er al tijdens 2001 aan. Na de opnames van 2001 gingen we naar communistisch Roemenië: Ceausescu stelde zijn cavalerie beschikbaar voor onze Napoleonfilm. Het ging niet door omdat MGM koudwatervrees kreeg, zo zonde. Anno 2018 had Stanley gewoon bij Netflix aangeklopt.”

2001. A Space Odyssey is vanaf 31 mei opnieuw te zien in de bioscoop.
    • Coen van Zwol