Column

Ik, Dirk Kuijt

Na de trainerswissel Fräser-Sturing ontpopte de eigenaar van de lunchroom in ons dorpje zich opeens als hardcore-Vitesse-fan. Hij zakte na Vitesse-Sparta (7-0) door de knieën om mijn dochter een geel-zwart ijsje (mango-chocola) te geven, zijn manier om te zeggen dat ik er niet alleen voor stond in deze polder.

Hij: „Ja, Arnhemse vader dus …”

Nou, de rest kon ik zelf wel invullen.

Met hem erbij stond de teller in dit gat ondertussen op drie Vitesse-fans, still counting.

Sindsdien stak ik de duim op als ik hem zag lopen en als we in zijn zaak koffie en appelsap dronken herhaalde ik vaak even de dichtstbijzijnde uitslag.

Ik: „2-1”

Hij: „2-1, keurig.”

Ik: „Sturing-effect.”

Hij: „Haha.”

Kort daarna lag er een verhalenbundel van mij op de leestafel. Toen ik dat ontdekte, trakteerde ik hem op een extra opgestoken duimpje. Als ik mezelf met een voetballer moet vergelijken was ik de Dirk Kuijt van zijn lunchroom. Dirk heeft verder niets met Vitesse maar ik wil er maar mee zeggen dat ik mezelf ontpopte als een klant op wie hij kon rekenen: betrouwbaar en altijd positief. Ik was eigenlijk helemaal niet van de duim omhoog en het nog harder werken, maar hier in de beslotenheid van de lunchroom speelde ik die rol met verve. Hier vond ik alles mooi.

Lees meer over het boek dat Dirk Kuijt uitbracht: De afrekening van Kuijt met ‘Gio’

Gisteren ging ik er met mijn dochter een ijsje halen. Er was een sliert dorpskinderen voor ons. Ik zag hem niet, maar ik stak toch mijn duim op naar de invalkracht.

De dochter mocht een smaak kiezen.

Ze koos blauw ijs.

„Lekker bosbes”, zei ik.

De invalkracht corrigeerde me: „Nee dit is met smurfen.”

Dat leek me sterk.

Ze ging naar achteren en kwam terug met de mededeling dat de eigenaar met het hele gezin op vakantie was en dat ze het dus aan ‘het andere meisje’ had gevraagd. Smurfenijs werd gemaakt van smurfenpoeder. Dirk Kuijt had met dit antwoord genoegen genomen, maar ik moest weer zo nodig doorgaan.

Ik: „Van gemalen smurf of geperste smurf?”

Zij: „Gemalen, denk ik.”

Dezelfde avond zag ik Dirk Kuijt bij RTL Late Night recht praten wat krom was. Hij legde uit hoe we zijn net verschenen biografie moesten lezen. Alles wat je zou kunnen lezen als kritiek op Feyenoord was niet als kritiek op Feyenoord bedoeld. Ik vond dat mooi gezegd en voelde voor het eerst een zekere verwantschap met deze man die in de 37 jaar voorafgaand aan zijn biografie nog nooit betrapt was op een goede quote. Hij was gewoon even uit zijn rol gevallen. Ik had zin om ijs van smurfenpoeder met hem te eten.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.