Die kanten kraag: dit moet van Rembrandt zijn

Onderzoek

Hoe schrijf je een ongesigneerd schilderij toe? Het lukte kunsthistoricus Jan Six, door als een Sherlock Holmes de kleding van de geportretteerde te bestuderen.

‘Portret van een jonge man’ is op enig moment verkleind. Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering schetste hoe het schilderij er mogelijk uit heeft gezien: een groot dubbelportret. Tekening en foto’s uit het boek van Jan Six

Een dandy met bruinrossig, schouderlang haar. Nieuwsgierig en tegelijk een tikje spottend kijkt hij ons aan. Wie is deze zelfbewuste twintiger op het schilderij dat kunsthandelaar Jan Six anderhalf jaar geleden kocht bij veilinghuis Christie’s in Londen? En hoezo is dit ongesigneerde en ongedateerde portret een onbekend meesterwerk van Rembrandt? Six legt het uit in zijn dinsdag verschenen boek Rembrandts Portret van een jonge man.

Al bij het bekijken van de veilingcatalogus bekroop Six het gevoel dat hij naar een onbekend meesterwerk keek. Een gevoel, gebaseerd op bijna twintig jaar intensief Rembrandt-onderzoek. In zijn boek beschrijft hij hoe hij daar zekerheid over kreeg. Uit kleine aanwijzingen, vaak verkregen met hulp van wetenschappers, trekt hij als een Sherlock Holmes grote conclusies.

Lees ook het interview met Jan Six: ‘In één oogopslag zag ik: dit is een Rembrandt’

Zijn eindoordeel, dat niemand anders dan Rembrandt dit portret kan hebben geschilderd, is aanvaard door de belangrijkste kenners van de Leidse schilder. Six is nog niet achter de identiteit van de geportretteerde. Al beschikt hij over zóveel aanwijzingen uit welke kring en tijd de jongeman afkomstig moet zijn, dat het een kwestie van tijd lijkt voor zijn naam gevonden wordt.

Six vond allerlei aanwijzingen dat dit schilderij een fragment is van een veel groter schilderij

De peperdure, modieuze kleding van de geportretteerde speelt een cruciale rol bij Six’ speurtocht. Het kostuum van zwart laken was in de zeventiende eeuw de standaard voor een getrouwd man. Door de kanten kraag en het hemd met de manchet van vele lagen batist, kan het portret vrij precies worden gedateerd. Zo’n kraag en hemd in Franse stijl waren vóór 1633 nog niet in zwang en raakten na 1634 alweer uit de mode.

Huwelijksportret

Six vond allerlei aanwijzingen dat dit schilderij een fragment is van een veel groter schilderij. Waarschijnlijk een dubbelportret van de jongeman met zijn echtgenote. De gegoede burgerij in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden liet vaak zo’n huwelijksportret maken.

Röntgenfoto’s van het schilderij maakten duidelijk dat het doek is samengesteld uit twee stukken linnen. Het onderste horizontale deel bestaat vreemd genoeg slechts uit een strook van 4 centimeter. Een andere aanwijzing dat het doek op enig moment sterk is verkleind, blijkt uit de afwezigheid van zogeheten spanguirlandes, de vervormingen die optreden als een doek aan het spieraam wordt bevestigd. Géén spanguirlandes impliceert dat op enig moment stukken van het doek zijn afgesneden. Iets wat vaak met oude schilderijen is gebeurd, zelfs met De Nachtwacht.

Ook compositorisch is er een vingerwijzing dat het doek is verkleind. Rechts naast de gehandschoende linkerhand van de jongeman staat een tafeltje. Boven het rode tafelkleed is een zwarte, ovale vlek zichtbaar. Six vermoedt dat het de zwarte stof is rond de elleboog van de echtgenote, die zittend naast haar man is afgebeeld.

‘Portret van een jonge man’ is op enig moment verkleind. Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering schetste hoe het schilderij er mogelijk uit heeft gezien: een groot dubbelportret.

Tekening en foto’s uit het boek van Jan Six

De compositie en de kraag

Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering heeft voor Six een schets gemaakt van de mogelijke originele compositie. Portret van een jonge man is daarop slechts een kwart van het formaat van het oorspronkelijke werk. Het zou een portret ten voeten uit kunnen zijn geweest, net zo groot als ‘Marten & Oopjen’, het dubbelportret van Rembrandt dat drie jaar geleden door de Nederlandse en Franse staat is aangekocht.

Lees ook de reconstructie over de gezamenlijke aankoop van Marten en Oopjen: De slag om de Rembrandts

De kanten kraag van de jongeman vormt volgens Six ook een sterke aanwijzing dat Rembrandt de maker is van het schilderij. Als portretschilder in het atelier van de Amsterdamse kunsthandelaar Hendrick Uylenburgh maakte Rembrandt in de jaren 1633-1634 vele portretten. Werkte hij aanvankelijk in een schilderkunstige traditie, snel begon hij een herkenbare eigen stijl te ontwikkelen.

Juist in het schilderen van kant leefde Rembrandt zich creatief uit. In plaats van kant heel precies, draadje voor draadje te schilderden, zoals tijdgenoten deden, bouwde Rembrandt zijn kragen op door een groot wit vlak te bedekken met zwarte likjes verf, die de sparingen in het kant moeten verbeelden.

Detail van de kraag. Rembrandt schilderde die anders dan zijn tijdgenoten: niet realistisch maar eerder impressionistisch.

Van dichtbij oogt dat chaotisch. Maar op een normale kijkafstand werkt Rembrandts aanpak juist overtuigender dan het realisme van zijn tijdgenoten.

Six vergeleek zijn vondst met andere Rembrandt-portretten. Het frappantst zijn de overeenkomsten met Marten Soolmans, van ‘Marten & Oopjen’, waarvan vaststaat dat het in 1634 is geschilderd. Beide mannen zijn even groot, en ook wat betreft schildertechniek en gebruikte materialen stemmen de doeken volledig overeen.

Ondertrouwregisters

Goed, Portret van een jonge man is dus een in 1634 door Rembrandt geschilderd huwelijksportret. Met die informatie, schrijft Six, moet een archiefonderzoek kunnen leiden tot de naam van de geportretteerde en ook die van zijn ‘afgesneden’ echtgenote.

De jongeman komt vast uit Amsterdam of Leiden, net als alle geïdentificeerde personen die Rembrandt in de jaren 1631-1635 heeft geportretteerd. Neem de ondertrouwregisters van beide steden door, zegt Six. En zoek naar mannen tussen de 20 en 25 die wat betreft leeftijd, beroep, woonadres en financiële situatie in aanmerking komen voor een groot dubbelportret van dé toonaangevende portretschilder van zijn tijd. Een tijdrovende klus, stelt Six, maar niet onmogelijk.

Het is dus nog even wachten op de naam van de dandy met de licht spottende blik. Maar een dikke kans, verwacht Six, dat een overtuigende identificatie de naam oplevert van een van die zelfverzekerde Amsterdammers die hun stad in de eerste helft van de zeventiende eeuw tot hét economisch centrum van de wereld maakten.

De ogen van de onbekende jongeman (boven) en die van Rembrandts portret van Marten Soolmans. Beide portretten dateren uit dezelfde tijd.
De ogen van de onbekende jongeman (boven) en die van Rembrandts portret van Marten Soolmans. Beide portretten dateren uit dezelfde tijd.

Drie eerder ontdekte Rembrandts

Nieuwe Rembrandts worden slechts zelden ontdekt. ‘Nieuw’ is daarbij een relatief begrip, zoals blijkt drie vondsten die voorafgingen aan de recente ontdekking van Portret van een jonge man.

Rembandt, De flauwgevallen patiënt (Reuk), 1624-1625 (op hout, 33×25 cm)

1. De flauwgevallen patiënt (Reuk), 1624-1625 (op hout, 33×25 cm)

Dit is een van de verloren gewaande zintuigschilderijen die Rembrandt aan het begin van zijn carrière maakte. Drie waren er bekend, ‘Reuk’ en ‘Smaak’ waren zoek. Tót in september 2015 bij Nye & Company, een veilinghuis in Bloomfield, New Jersey dit schilderijtje opdook. „Continentale school, negentiende eeuw, richtprijs 500 tot 800 dollar”, stond in de catalogus. Drie bieders boden een kwartier lang tegen elkaar op. Het winnende bod – van ruim 1 miljoen dollar – kwam van de Parijse kunsthandel Talabardon & Gautier. De Amerikaanse miljardair en Rembrandt-verzamelaar Thomas S. Kaplan kocht het paneeltje voor naar schatting tussen de 3 en 4 miljoen euro.

Rembrandt, De lachende Rembrandt, circa 1628 (op koper, 22,2×17,1 cm)

2. De lachende Rembrandt, circa 1628 (op koper, 22,2×17,1 cm)

Veilinghuis Moore Allen & Innocent in Cirencester, een plaatsje in Zuidwest-Engeland, bood in oktober 2007 een portret aan van een lachende jongeman, volgens de catalogus „geschilderd door een negentiende-eeuwse navolger van Rembrandt”. Het veilinghuis verwachtte een opbrengst van hooguit 1.500 pond.

Toen vlak voor de veiling taxi’s met kunsthandelaren uit Londen arriveerden, was dat de voorbode van het grootste spektakel uit de geschiedenis van het regionale veilinghuis. Het zelfportret van de jonge Rembrandt bracht 3 miljoen euro op. Het hangt nu in het J. Paul Getty Museum in Los Angeles.

Later bleek dat het bestaan van het schilderijtje in kleine kring al bekend was. Dat kwam door een prent die de Vlaamse graveur L. A. Claessens rond 1800 van het schilderijtje had gemaakt. Claessens had het portret destijds aan Frans Hals toegeschreven. Maar de Duitse Rembrandt-expert Kurt Bauch schreef in 1966 dat de prent gemaakt moest zijn naar een zoek geraakt zelfportret van Rembrandt. Postuum haalde Bauch dus zijn gelijk.

Rembrandt, De doop van de kamerling, 1626 (op hout, 64× 47,5 cm)

3. De doop van de kamerling, 1626 (op hout, 64× 47,5 cm)

De laatste, volstrekt onbekende Rembrandt die werd ontdekt vóór Portret van een jonge man hing decennialang boven een secretaire in een Twentse huiskamer. Tót de eigenaresse, een oude dame, de conservator van het toenmalige Aartsbisschoppelijk Museum in Utrecht in 1974 uitnodigde om naar een houten beeld te komen kijken. De conservator, Henri Defoer, herkende het schilderij direct als een jeugdwerk van Rembrandt.

De schilderijen van de jonge Rembrandt waren lang vrijwel onbekend, omdat ze zo weinig lijken op het latere werk. Dit Bijbelse tafereel werd in 1976 aangekocht door het Aartsbisschoppelijk Museum, het huidige Museum Catharijneconvent in Utrecht.