Ebola bedreigt Congo-rivier

Infectieziekte In een afgelegen gebied in Congo is ebola uitgebroken. Die epidemie dreigt de rivier de Congo te bereiken, een drukke handelsroute.

Verplegers trekken beschermende kleding aan voordat ze patiënten in de Congolese stad Bikoro gaan verzorgen die mogelijk ebola hebben. Foto Mark Naftalin/AFP

Rond het stadje Bikoro in Congo is ebola uitgebroken. Sinds de eerste melding op 4 april zijn er mogelijk meer dan 40 mensen besmet geraakt. Er zijn al zeker 23 doden gevallen. Woensdagavond meldde de Congolese regering dat het virus ook de stad Mbandaka had bereikt, een stad met een miljoen inwoners.

Als deze nieuwe ebola-uitbraak in Congo niet in de kiem gesmoord wordt, is het risico op een omvangrijke epidemie met vele slachtoffers erg groot. Daarvoor waarschuwt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die noodhulp biedt.

De eerste patiënten wonen rond het stadje Bikoro in het westen van Congo. Bikoro ligt aan het Tumbameer, dat ook in verbinding staat met de rivier de Congo. Die rivier is een drukbevaren transportroute door de jungle. Als besmette mensen zich in dat handelsverkeer mengen, kan het virus zich snel grootschalig verspreiden. Dat ziet de WHO als het grootste gevaar van deze uitbraak. Dan belaagt de infectie de noordelijker gelegen stad Bangui (800.000 inwoners) en de zuidelijker gelegen steden Kinshasa (11,5 miljoen) en Brazzaville (1,9 miljoen), de hoofdsteden van Congo en buurland Congo-Brazzaville.

Ontoegankelijk

„Het probleem is dat we nu nog weinig gedetailleerde informatie hebben”, zegt arts Hilde De Clerck van Artsen zonder Grenzen (AzG) die contact houdt met Congo. „Er moet nu eerst gedocumenteerd worden hoe en waar het virus zich verspreidt.”

Met uitzondering van Bikoro zelf is het getroffen gebied nogal ontoegankelijk waardoor de besmetting zich mogelijk niet snel verspreidt. Een noodhulpteam van AzG is al ruim een week ter plaatse om te helpen verdachte patiënten te isoleren en te behandelen. Er is ook een ambulancedienst die per motor patiënten kan ophalen. „Maar een epidemie krijg je niet onder controle door alleen patiënten te behandelen”, benadrukt De Clerck. „Daarom sturen we ook antropologen en sociaal verpleegkundigen mee. Lokale mensen moeten vertrouwen krijgen in de hulpverlening en weten wat ze wel en niet moeten doen.”

De eboladeskundigen zullen nu alles op alles zetten om uit te zoeken hoe het virus Mbandaka heeft bereikt. Alleen met die informatie kan voorkomen worden dat het zich verder in de stad of naar andere steden verspreidt.

Ebola is een uiterst besmettelijke virusziekte die vaak dodelijk is door de koorts, orgaanuitval en de ernstige bloedingen die het virus teweegbrengt. Ongeveer de helft van de patiënten sterft. Het ebolavirus huist in Congo, waar sinds 1976 regelmatig vrij kleine uitbraken zijn geweest.

Vleermuizen

Het virus sluimert in wilde dieren en springt af en toe over naar de mens. Waarschijnlijk zijn vleermuizen de bron, zegt evolutionair ecoloog Herwig Leirs van de Universiteit van Antwerpen. „Er is nooit levend ebolavirus aangetroffen in vleermuizen, maar wel fragmenten RNA, genetisch materiaal, van het virus. Epidemiologisch is er ook vaak een link met vleermuizen. Daarnaast weten we van het verwante marburgvirus dat mensen vanuit vleermuizen besmet raken.”

Leirs heeft na eerdere uitbraken vergeefs geprobeerd de herkomst van het virus te achterhalen. „Misschien waren de besmette dieren niet meer ter plaatse tegen de tijd dat wij onderzoek deden. Zieke vleermuizen zijn misschien ook zeldzaam doordat ze snel weerstand opbouwen. Ebola is voor hen dan een soort kinderziekte; alleen als ze er voor het eerst mee in aanraking komen, worden ze kort ziek. Daarna zijn ze immuun.”

Gorilla’s, chimpansees, andere apen en misschien antilopen kunnen ook ebola krijgen. Besmet bloed van die dieren zou menselijke jagers ziek kunnen maken. „Maar deze diersoorten zijn niet het reservoir”, zegt Leirs, „Ze sterven aan ebola, net als de mens. Vleermuizen blijven de hoofdverdachten.”

Aanpassing 17/05: Dit stuk is na de uitbraak in Mbandaka geactualiseerd.

    • Sander Voormolen