Drie kunstenaars van Surinaamse afkomst vormen inzending Biënnale Venetië

Beeldende kunst

Een tentoonstelling met werk van Surinaams-Nederlandse kunstenaars Stanley Brouwn, Remy Jungerman en Iris Kensmil is de Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië 2019.

Iris Kensmil, Rhythm of Dutch spoken Words, 2015. Foto Gert Jan van Rooij

Drie kunstenaars van Surinaamse afkomst zullen Nederland komend jaar vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië. Het plan van curator Benno Tempel om in het Nederlands paviljoen werk te laten zien van Stanley Brouwn (1935-2017), Remy Jungerman (1959) en Iris Kensmil (1970) werd door een internationale jury gekozen uit zeventig inzendingen.

Het Mondriaan Fonds, verantwoordelijk voor de Nederlandse inzending, maakte dinsdag bekend dat de tentoonstelling de titel The Measurement of Presence: Body, Spirit, History krijgt en zal draaien om het begrip nationale identiteit. De drie kunstenaars benaderen dat thema vanuit drie verschillende perspectieven: lichaam, geest en geschiedenis.

Zaalaanzicht van een tentoonstelling van Stanley Brouwn in het Stedelijk Museum Schiedam. Foto Kim van Dee

Maatsysteem

De vorig jaar overleden Stanley Brouwn maakte sculpturen die hij baseerde op het maatsysteem van zijn eigen lichaam. In Venetië zal onder meer een houten sculptuur te zien zijn die uitgaat van een oude Venetiaanse lengtemaat, de cavezzo. Remy Jungerman maakt voor zijn sculpturen onder meer gebruik van Winti-rituelen. Zijn installatie zal bestaan uit een tafel die kan dienen als altaar om met voorouders in gesprek te gaan. Een tweede ruimtelijk werk refereert aan de geschiedenis van de plantages in Suriname. Iris Kensmil plaatst kanttekeningen bij de eenzijdige geschiedenis, bijvoorbeeld door portretten van zwarte activisten te schilderen.

Alle drie de kunstenaars vinden ook inspiratie in het modernisme en het gedachtegoed van De Stijl. De architectuur van het door Rietveld gebouwde Nederlandse paviljoen zal een belangrijke rol spelen bij de inrichting van de tentoonstelling. Curator Benno Tempel, als directeur van het Gemeentemuseum Den Haag gespecialiseerd in De Stijl, wil dat het paviljoen fungeert als een ontmoetingsplek waar wordt nagedacht over heden en verleden.

Kunstenaar Stanley Brouwn wilde onzichtbaar zijn en ging heel ver om dat doel te bereiken. Toch waren op de eerste tentoonstelling gemaakt na zijn dood vorig jaar foto’s en filmbeelden van hem te zien. Mag dat wel?

Remy Jungerman, Fodu. Holder en Initiands op een tentoonstelling in 2015 in het Gemeentemuseum Den Haag. Foto Alice de Groot

The Black Archives

De laatste drie edities van de biënnale was het Nederlands paviljoen steeds gewijd aan één kunstenaar: respectievelijk Mark Manders (2013), herman de vries (2015) en Wendelien van Oldenborgh (2017). De kritisch ontvangen presentatie van Van Oldenborgh ging ook al over het koloniale verleden van Nederland en het begrip nationale identiteit. De Black Archives, een archief waar de geschiedenis van zwarte Nederlanders wordt vastgelegd, vormde voor Van Oldenborgh destijds een belangrijke bron. Ook Iris Kensmil gaat voor haar presentatie in Venetië met The Black Archives samenwerken. Ze wil een muurschildering maken waarin ze portretten van zwarte utopisten zal afbeelden tegen een modernistische achtergrond.

Het was de vierde keer dat de selectie werd gemaakt op basis van een open inschrijving. Anders dan voorgaande jaren is de shortlist, op verzoek van enkele deelnemers, dit keer niet openbaar gemaakt. Wel maakte conservator Margriet Schavemaker van het Stedelijk Museum Amsterdam bekend dat zij op de shortlist stond met een tentoonstelling van Jacqueline de Jong.

De 58ste editie van de Biënnale van Venetië vindt plaats van 11 mei tot en met 24 november 2019. Hoofdcurator van de internationale kunstmanifestatie is Ralph Rugoff, de directeur van de Hayward Gallery in Londen.