De nachtdienst is voor geen enkele generatie leuk

Cao-conflict Academische ziekenhuizen willen jongere werknemers ontzien: minder nachtdiensten als ze een gezin gaan opbouwen. Maar wie is dan de klos?

Foto Flip Franssen

Verpleegkundige Stans Melis (60) had geen dag langer nachtdiensten willen draaien. Ze deed het jarenlang, maar stopte er twee jaar geleden mee omdat dat mocht. Ze vond het simpelweg te zwaar worden.

Haar collega Saskia Wessels (59) werkt nog steeds ’s nachts – ze vindt het dan lekker rustig op de afdeling. Ook zij doet dat al jaren. Als ze ’s ochtends thuiskomt, gaat ze slapen. In het weekend, ‘deed’ haar man vroeger de kinderen wanneer zij sliep. Hij werkte overdag, zij ’s nachts. En zo, met passen en meten, redden ze het als gezin.

De onderhandelingen over de nieuwe cao voor de academische ziekenhuizen verlopen stroef. Bestuursvoorzitter Wouter Bos van het Amsterdamse VUmc, die de werkgevers (NFU) vertegenwoordigt, is optimistisch. De bonden zijn dat niet. FNV-onderhandelaar Elise Merlijn: „We zijn al vier maanden bezig.”

Twee kwesties staan centraal: het loon en de onregelmatige diensten voor oudere verpleegkundigen. Deze woensdag gaat de actiegroep Witte Woede (5.000 ad hoc georganiseerde verpleegkundigen) naar de Tweede Kamer om steun te krijgen voor hun eisen. In totaal werken zo’n 55.000 verpleegkundigen in de acht academische ziekenhuizen.

Kinderen de deur uit

Stans Melis, verpleegkundige. Foto Olivier Middendorp

Melis en Wessels werken 36 jaar samen op de afdeling neurologie van het UMC Utrecht. Stevige no-nonsensetypes. Melis heeft drie kinderen die de deur uit zijn. „Je weet als je dit vak kiest dat er onregelmatige diensten bij horen”, vindt zij. Dat is dus altijd, net als bij Wessels, passen en meten geweest thuis.

De NFU wilde aanvankelijk in de cao vastleggen dat verpleegkundigen tot hun 60ste nachtdiensten draaien in plaats van tot hun 57ste. Die wens heeft ze laten vallen, maar ze houdt wel vast aan de eis dat verpleegkundigen tot drie jaar voor hun pensionering tot elf uur ’s avonds kunnen worden ingezet. De vakbonden zijn daar tegen; ze willen dat verpleegkundigen die 57 worden zulke late diensten ook kunnen laten vallen.

En dan het loon. De vakbonden eisen 3,5 procent meer per jaar, voor hooguit twee jaar. De NFU biedt 1,75 procent voor één jaar en 3 procent voor het jaar erop en wil dat de cao 2,5 jaar geldt. Bos, namens de NFU: „We hebben te maken met ongunstige pensioenpremieontwikkelingen én bezuinigingen van 2 miljard euro, voor alle ziekenhuizen. 3,5 procent verhoging per jaar kunnen we gewoon niet bieden.”

Wat een belangrijke rol speelt in de onderhandelingen is het grote tekort aan verpleegkundigen. Die maken nu al allemaal overuren, ook omdat er op elke afdeling ’s avonds en ’s nachts nu eenmaal twee verpleegkundigen moeten zijn. Bos: „Oudere verpleegkundigen draaien gemiddeld minder diensten, waardoor die last onevenredig bij jongeren landt. Dat willen we wat gelijkmatiger verdelen.”

Maar, zeggen de bonden, voor die personeelstekorten kun je oudere verpleegkundigen niet laten opdraaien. FNV-onderhandelaar Merlijn: „Zij doen al decennia onregelmatige diensten. En dan zou je tot drie jaar voor je pensioen nog avonddiensten moeten draaien?” De NFU moet er iets anders op vinden, zegt zij. Wouter Bos wijst erop dat ouderen die kíézen voor nachtdiensten in de nieuwe cao extra herstelverlof krijgen.

Landelijk staan nu 15.000 verpleegkundevacatures open. Regelmatig moeten afdelingen, in alle ziekenhuizen, bedden ‘sluiten’ of operaties afzeggen omdat er te weinig verpleegkundigen zijn. Bos: „Dat is heel vervelend voor patiënten.”

Het kabinet bedenkt campagnes om nieuwe verpleegkundigen te werven, maar dat lijkt dweilen met de kraan open. Vorig jaar verlieten bijna 80.000 verpleegkundigen de zorg – ziekenhuizen, wijkverpleging en verpleeghuizen. Volgens Merlijn hadden de academische ziekenhuizen die tekorten vóór kunnen zijn door verpleegkundigen meer te betalen en beter te begeleiden. „In alle academische ziekenhuizen zijn verpleegkundigen boos. Velen willen vertrekken omdat ze al heel lang hard werken en weinig verdienen.”

„Ik slaap dan van negen uur ’s ochtends tot twee uur ’s middags. Als ik dat te vaak doe, krijg ik een soort jetlag.”

Ziekenhuizen proberen nu jonge verpleegkundigen binnenboord te houden door gunstiger voorwaarden. Zij moeten de kans krijgen een gezin op te bouwen en dus niet te veel avond- en nachtdiensten draaien, zegt de NFU. Telkens blijkt namelijk weer dat onregelmatige diensten hun belangrijkste grief zijn. Dat kwam ook weer uit een recente enquête van de Stichting Arbeidsmarkt Ziekenhuizen, naar de vertrekredenen van jonge verpleegkundigen. Andere klachten: te weinig carrièremogelijkheden, te laag salaris, te hoge werkdruk.

Is er een generatieconflict binnen de verpleging? Saskia Wessels doet op haar 59ste nog steeds met plezier nachtdiensten. „Er is dan geen bezoek op de zaal, er worden geen maaltijden rondgebracht, we hoeven niemand te wassen. Als mijn collega even een tukje wil doen, prima, ik blijf wakker hoor.” Wel draait ze hooguit twee nachtdiensten per week. „Ik slaap dan van negen uur ’s ochtends tot twee uur ’s middags. Als ik dat te vaak doe, krijg ik een soort jetlag, waardoor ik niet kan functioneren.”

Geen roeping maar loopbaan

Jonge verpleegkundigen zien de verpleging niet als roeping maar als ‘loopbaan’. En dan zijn de loopbaanperspectieven in een ziekenhuis wel erg beperkt, blijkt uit een andere recente enquête, onder 2.100 verpleegkundigen, van beroepsvereniging VV&VN.

Lieselot Meelker van VV&VN wil het geen generatieconflict noemen. „De werkdruk is hoog voor jong en oud. Verpleegkundigen staken niet omdat ze de patiënt niet willen laten zitten. Maar ik hoor overal dat ze lijden onder het personeelstekort.”

Door het grote aantal vacatures werken parttimers gemiddeld één dag per week extra. Driekwart van de mensen die een toeslag krijgen voor onregelmatig werk, zegt zonder dat extra geld niet rond te kunnen komen.

Melis en Wessels zijn heel ervaren. Als een patiënt op hun afdeling (opnieuw) een hersenbloeding krijgt, herkennen zij dat bijvoorbeeld meteen. Dan gaat de patiënt ineens braken. Of opeens keihard snurken. Wessels: „Als je dat geluid een keer hebt gehoord, vergis je je nooit meer.” Ze werken met artsen die ze als jonkie-in-opleiding al bijstonden. Ze houden van hun vak. Stans Melis: „Ik leer nog steeds op mijn werk. En mijn team – dat is een warm bad.”

Maar ze hebben bedenkingen bij het beleid van de werkgevers. Melis: „Ze willen de jonge verpleegkundigen ontlasten, als die een gezin aan het opbouwen zijn. Maar dat hebben wij oudjes vroeger ook gedaan: dag-, avond- en nachtdiensten draaien én een gezin opbouwen.”

    • Frederiek Weeda