De hooikoorts van Chaves gaat boven het puin in Caldarola

Giro d’Italia De Ronde van Italië raasde dinsdag door Marche, een feërieke regio die in de herfst van 2016 getroffen werd door een serie aardbevingen. Geen renner kon oog hebben voor het leed dat schuil gaat achter elke gevel, overeind of niet.

Johan Esteban Chaves, de Colombiaanse renner van Mitchelton-Scott (midden), tijdens de etappe deze dinsdag. Foto Luk Benies/AFP Photo

Terwijl een in stukken geslagen lint wielrenners zich door de langste etappe van deze Giro worstelt en na drie uur van heuvels en bochten vol goede moed de feeërieke regio Marche komt binnendenderen, trekt een huilende wind door de verlaten hoofdstraat van Caldarola, op iets meer dan zeventig kilometer van finishplaats Gualdo Tadino. Stalen rolluiken klapperen open en dicht alsof ze schreeuwen om aandacht. Een rode postbus is verroest want al tijden in onbruik. Op het centrale plein hangt een aanplakbiljet met aankondigingen van zomerse festiviteiten. Ze blikken vooruit op 2016, het jaar des onheils.

Achter stalen hekken en daarmee in de ‘Zona Rossa’ die de Via Roma is geworden een bakkerij, een postkantoor, een cocktailbar en er wordt gezegd dat er een levendige markt was waar men de liefde voor de lokale specialiteiten met elkaar deelde, net als het laatste nieuws en de achterklap. Maar sinds de serie aardbevingen van 26 oktober 2016 staat het eeuwenoude stadscentrum op instorten en is alles hermetisch afgesloten. De bakstenen gevels worden gestut door een constructie van houten balken en bouten van roestvrij staal. Inwoners mogen alleen nog naar binnen als het echt nodig is en onder begeleiding van de autoriteiten. In een voertuig, dat is een vereiste. De kans is te groot dat een gevel anderhalf jaar na dato toch nog naar beneden komt.

Maar als de Giro passeert, wordt er een uitzondering gemaakt. De carabinieri knijpen deze dinsdag een oogje dicht. Een verslaggever, een fotograaf, een stel bouwvakkers en twee leden van de vrijwillige beveiliging lopen door het centrum van Caldarola in afwachting van de wedstrijd. „Tja, het is wel Italië hè”, zegt Nicola Quadraroli, vrijwilliger in fluoriserend geel. Hij is samen met Romima Barbarini verantwoordelijk voor de veiligheid langs de Via Roma.

Oude centrum is een puinhoop

Het oude centrum van Caldarola is een puinhoop en niemand weet wanneer daar verandering in gaat komen. „Ik denk eigenlijk dat het nooit goedkomt”, zegt Barbarini met terneergeslagen ogen. „Jawel”, zegt Nicola. „Maar het gaat lang duren. Twintig jaar, minstens.”

Foto Dennis Meinema

Beiden wonen in het ‘nieuwe centrum’ even buiten de stad. Daar hebben de autoriteiten prefabwoningen neergezet, zodat mensen in elk geval een dak boven het hoofd hebben. Veel van de winkeliers die hun zaak in puin zagen veranderen, hebben er vorig jaar een doorstart kunnen maken. Naar schatting is bijna de helft van alle inwoners van Caldarola anderhalf jaar geleden huis en haard kwijtgeraakt. In hotels aan de Adriatische kust werd voor sommigen een noodoplossing gevonden, anderen trokken in bij familie. Van een wederopbouw kwam het nog niet en dat zal in de nabije toekomst ook niet veranderen, denkt Tana de Zulueta, die bij de lokale gelateria met echtgenoot Marco Lagana van een ijsje geniet. De Zulueta was twaalf jaar lang parlementslid in Rome, schreef boeken en stond aan de wieg van een mensenrechtenorgaan binnen de Italiaanse Senaat. Het echtpaar heeft al 25 jaar een huis in Caldarola.

Lees ook: De lessen van de eerste Giro-week

„Tot de bevingen was dit een van de levendigste dorpjes van de regio”, vertelt ze, en dan wijst ze naar de overkant van de straat, waar een enorm braakliggend terrein ligt. „Daar stond een school, voor basis- en middelbaar onderwijs. In deze straat woonden veel jonge gezinnen. En op het grote plein verderop in de straat, bij het paleis, was een grote markt. Door de aardbevingen is deze stad in het hart geraakt en er wordt absoluut geen haast gemaakt met de wederopbouw. Het is alsof Caldarola en de mensen hier vergeten worden.”

Constructie als een bouwsteiger

Niets lijkt minder waar: op de Wikipedia-pagina van Caldarola wordt met geen woord gerept over de schade die is ontstaan aan bijvoorbeeld het Castello Pallotta uit de zestiende eeuw, dat vandaag de dag ternauwernood overeind wordt gehouden door een constructie die veel weg heeft van een bouwsteiger. Evenmin staat er iets te lezen over het absoluut onbegaanbaar geworden Palazzo Pallotta, aan de andere kant van de stad. De Zulueta: „Dit stadje is slechts nog een schaduw van zichzelf.”

Foto Dennis Meinema

Ze heeft gelijk. De voorgevel van Via Roma nummer 21 is door de kracht der natuur als een eierschaal opengebarsten. Wat overblijft is een dwarsdoorsnede van een rijtjeshuis. Vanaf het parcours waar ruim 150 wielrenners, volgwagens en motoren blind en doof door de competitie in amper een paar minuten langs zullen zoeven, kijk je zo een open haard in, twee meter naar links een kelder met etenswaren en stoffige flessen olijfolie, diagonaal naar rechts de keuken met afbladderende, witte tegels. De trap biedt toegang tot het luchtledige. Tot en met huisnummer 27 staat niets meer overeind. Aan één woning wordt groot onderhoud gepleegd, viel De Zulueta laatst op. „Het probleem is de bureaucratische rompslomp”, denkt ze. „En de regio Marche is maar klein, met weinig inwoners. We stellen voor Rome amper wat voor. Politici gaan hier niets veranderen. Journalisten moeten dat doen.” Ze hoopt dat de helikopterbeelden van de RAI in de huiskamers binnenkomen en dat er in elk geval voor één dag bewustwording komt.

Die hoop is ijdel. Om twintig minuten over drie jaagt een peloton op hol geslagen wielrenners door de smalle Via Roma van Caldarola. De weg loopt met een procent of drie af, dus het gaat dik boven de vijftig kilometer per uur. Met die snelheid is het onmogelijk om ook maar iets mee te krijgen van de eeuwenoude stad waarvan anderhalf jaar na de aardbevingen weinig meer over is. Geen renner kan oog hebben voor het leed dat schuil gaat achter elke gevel, overeind of niet.

Er wordt na afloop van de etappe ook niet gesproken over het door natuurgeweld ontwortelde gebied waar het dinsdag 239 kilometer lang doorheen meanderde. Niemand weet van Sarnano, waar inwoners het jaar 2017 op een matras naast de voordeur doorbrachten en met hun kleding aan sliepen om bij een nieuwe aardschok in een mum op het dorpsplein te kunnen staan, altijd een ‘aardbevingstas’ binnen handbereik in geval ze moesten rennen voor hun leven. Drie weken geleden nog trilde de regio op haar grondvesten.

Dinsdagavond was de hooikoortsaanval van Esteban Chaves belangrijker.

    • Dennis Meinema