Het examen natuurkunde: prima te doen, beetje saai

18.465 havo-leerlingen maakten maandag het examen natuurkunde. Dirk van Delft, bijzonder hoogleraar materieel erfgoed van de natuurwetenschappen, deed het ook.

Het havo-examen natuurkunde begon dit jaar met een mededeling. „Op pagina 12 moet vraag 28 worden overgeslagen.” Die vraag was slechts 1 punt waard, maar dat krijgt iederen wel cadeau. Wat een start!

Beginnen maar, met een aan de praktijk ontleende vraag over scheepsradar. Eerst standaardsituaties, dan de diepte in. Veel punten levert het niet op. Dat is bij de operatiedeken en bij SpaceShipOne wel anders. In de slotvraag bevrijdt een lier een auto uit Russisch ijs. Je ziet het voor je. Alleen nog even uitrekenen.

Hoe anders was het examen in de nadagen van de onvolprezen hbs. In 1971 begon natuurkunde voor de B-leerlingen als volgt: „In elk van de hoekpunten van een gelijkzijdige driehoek PQR, gelegen in een horizontaal vlak, in vacuüm, bevindt zich een puntvormig lichaam met een positieve lading.” Andere opgaven repten van hellende vlakken waarover lichamen via massaloze koorden wrijvingloos werden voortgetrokken. In die tijd kreeg je dan ook geen les uit vrolijk ogende methodes als Impact, Nova of Overal Natuurkunde, maar uit het sombere Natuurkunde op corpusculaire grondslag van dr. J. Schweers en drs. P. van Vianen.

Natuurkunde gaat erom de chaos van de verschijnselen te vangen in modellen die de werkelijkheid benaderen, inzicht bieden en voorspellende waarde hebben

Zijn de leerlingen nu beter af? Ik vermoed van wel. Voorwaarde is wel dat ze leren wat natuurkunde is en hoe natuurkunde werkt. Natuurkunde is goed kijken en vervolgens analytisch denken. Het gaat erom de chaos van de verschijnselen te vangen in modellen die de werkelijkheid benaderen, inzicht bieden en voorspellende waarde hebben. Vaak komt wiskunde dan goed van pas. Maar het begint met opmerkzaamheid, met het stellen van de juiste vragen. En met een kritische houding, ook naar jezelf. De natuurkundige met een briljant idee staat volgens Nobelprijswinnaar en brandkastkraker Richard Feynman het volgende te doen: „To prove yourself wrong as quick as possible.”

Pakken we het havo-examen er nog eens bij. Prima te doen, beetje saai. Wie de vragen langsloopt, merkt dat het ook om redeneren gaat, om inzicht. In die zin verschilt de situatie niet wezenlijk van die uit de hbs-tijd. De taal is anders, situaties zijn ingebed in contexten en hebben een veel hoger vlees-en-bloedgehalte, en het dagelijks leven is nooit ver weg. Dat is een voordeel. Maar daar gaat het niet om! Het gaat erom dat je de situatie doorziet, dat je uit je natuurkundetrommel het juiste gereedschap weet te vissen om de zaak aan te pakken en tot een oplossing te brengen, dat je kennis weet toe te passen in nieuwe situaties. Dat was in 1971 niet anders dan nu en precies die harde kern maakt natuurkunde een prachtvak.

    • Dirk van Delft