Albumoverzicht: weinig schwung bij Arctic Monkeys, het analoge paradijs van DeWolff

Recensies De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week: Arctic Monkeys, DeWolff, At The Gates, Pierre-Laurent Aimard en Nathalia Milstein.

  • ●●●●●

    DeWolff: Thrust

    DeWolffRock: Stokoude hippies zijn het, gevangen in het lichaam van jonge rockgoden. Ook op hun zesde album doet het Limburgse twintigerstrio DeWolff alsof de jaren zeventig nog maar net zijn begonnen. Gewoon, door soulvolle southern bluesrock te maken – zoals ze dat al vanaf de brugklas doen. Alleen dan telkens ietsje beter. Terwijl broer Luka in dienst van het drietal drumt, laat Robin Piso zijn Hammond-orgel suizen. Pablo van de Poel zingt, preekt en croont intenser dan voorheen, trapt maximale fuzz uit zijn effectpedalen en jaagt loeiende straaljagersolo’s uit zijn gitaar. Thrust is de tweede plaat die DeWolff opnam in hun eigen analoge paradijs, de in een Utrechtse grachtenkelder verstopte Electrosaurus Southern Sound Studio. Gelet op het sublieme geluid, hoeven ze daar nooit meer weg. Maar: zelfs in die veilige, met wierrookdampen gevulde cocon is de boze buitenwereld opeens binnengedrongen. En dus krijgt Donald Trump in ‘Deceit & Woo’ – veel te expliciet – de volle laag. Sad! Frank Provoost

  • ●●●●

    Nathalia Milstein: Prokofiev/Ravel

    Nathalia MilsteinKlassiek: Nathalia Milstein is de jongere zus van violiste Maria Milstein, die vorig jaar de Nederlandse Muziekprijs won. De zussen brachten eind vorig jaar samen de bejubelde cd La sonate de Vinteuil uit, vernoemd naar de fictieve componist uit Prousts Recherche, met onder meer Saint-Saëns en Debussy. En nu is daar het solodebuut van pianiste Nathalia Milstein (1995). De Milsteins zijn een Russische familie, maar Nathalia werd geboren in Frankrijk; die achtergrond laat ze weerspiegelen in haar keuze voor stukken van Prokofjev en Ravel. Beide componisten herdachten bovendien gestorven vrienden: Prokofjev in zijn Vierde sonate, Ravel in de technisch uitdagende, hier wendbaar, precies en soeverein vertolkte Le Tombeau de Couperin. Het is een eigenzinnig maar doorwrocht programma, dat door Milsteins bevlogen en persoonlijke benadering toch heel vanzelfsprekend klinkt. Het elan waarmee ze de grillige finale van Prokofjevs Vierde sonate vormgeeft getuigt van klasse. Ook op de cd: Prokofjevs Tien stukken voor piano op. 12 en zijn maniakaal doordravende Toccata op. 11. Joep Stapel

  • ●●●●●

    At The Gates: To Drink From The Night Itself

    At The GatesMetal: Als het nieuwe album van At The Gates begint – nummer zes sinds 1992 – kan er nog van alles gebeuren: akoestische gitaren, aanzwellend koortje, dreigende violen en een diep brommende cello. Maar zodra met openings- en titelnummer To Drink From The Night Itself de hakkende, melodieuze death metal korte metten maakt met dat klassieke intro, weet je dat er met het recept weinig is gesjoemeld sinds hun klassieke ‘melodeath’-album Slaughter of the Soul uit 1995. Dit is vintage At The Gates – ondanks het vertrek van gitarist en medeoprichter Anders Björler. In de Tilburgse 013 bleek onlangs al dat er geen gebrek aan gretigheid te bespeuren is bij de band, en dat geldt ook voor de plaat. Drie kwartier vandikhout-metal met mee te brullen refreinen en een flink blik riffs waar je hoofd weerloos op meeknikt. Heerlijk, ook al hebben we dit allemaal al eens van ze gehoord. Niks nieuws, maar wel typisch zo’n album dat aan het eind van het jaar op Last.fm je meest beluisterde blijkt. Peter van der Ploeg

  • ●●●●●

    Arctic Monkeys: Tranquility Base Hotel & Casino

    Arctic MonkeysPop: Er zijn positieve aspecten aan Tranquility Base Hotel & Casino, het nieuwe, zesde album van de Britse topband Arctic Monkeys. Het album klinkt gewaagd, slim en gevarieerd. Het is te prijzen dat de Britse band een nieuwe koers kiest, de robuuste rockformule van eerdere platen afzwoer, en een eigen soort lounge-rock ontwikkelde. De nieuwe nummers werden zorgvuldig gearrangeerd, met een knipoog naar het dronken orgel en het ploppende basgeluid van Serge Gainsbourg, in steeds een relaxt tempo. Alex Turner, ondertussen, zingt met de geaffecteerde dictie van een crooner op leeftijd, die veel te vertellen heeft over het verleden. Het resultaat lijkt op de stijl van Turners andere band, The Last Shadow Puppets, zonder de overrompelende melodieën en instrumentaties. Turner Hij zingt over science fiction, de ‘batphone’ en andere nostalgie gevat, maar gemaniëreerd. ‘Four Out Of Five’ (over de ‘ballen’ bij recensies) heeft schwung, als enige. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Pierre-Laurent Aimard: Olivier Messiaen: Catalogue d’oiseaux

    Pierre-Laurent AimardKlassiek: Muzikale evocaties van vogelzang zijn van alle tijden, maar Olivier Messiaens Catalogue d’oiseaux is een verhaal apart. Voor zijn monumentale pianocyclus maakte de componist precieze, maar vrijmoedige transcripties van diverse vogels, die hij in dertien delen laat kwetteren en tsjilpen dat het een aard heeft. Pianist Pierre-Laurent Aimard was amper twaalf toen hij zich onder de auspiciën van Messiaens echtgenote Yvonne Loriod voor het eerst aan de Catalogue waagde. Hoewel het werk sindsdien altijd op zijn repertoire heeft gestaan, wachtte hij nog eens een kleine vijftig jaar voor hij de volledige cyclus opnam. Qua vingervlugheid en pianistieke precisie is Aimards vertolking weergaloos. Opvallend in vergelijking met eerdere registraties (Yvonne Loriod, Peter Hill) is dat Aimard zijn gevederde protagonisten nadrukkelijker als zangers ten tonele opvoert. Elastischer fraseringen en een omfloerster toucher werken door de bank genomen een grotere cantabiliteit in de hand, maar gaan soms ten koste van helderheid van attaque. Aimards subtiele kleurgevoel maakt veel goed. Joep Christenhusz