Recensie

Zelfspot en satire van Marokkaanse Nederlanders in sketchshow ‘Melk & dadels’

In ‘Melk & dadels’, een bitterzoete voorstelling met cabareteske sketches, vertellen vier actrices over het leven van Marokkaanse Nederlanders. Woede en milde spot wisselen elkaar af.

Vlnr: Fadua El Akchaoui, Kyra Bououargane, Soumaya Ahouaoui en Khadija El Kharraz Alami in ‘Melk & dadels’ Foto Kurt van der Elst

Ze zijn Marokkanen. En Nederlanders. Allebei dus. En van die combinatie bestaan tien archetypes stellen ze: van de familie-Marokkaan via de subsidie-Marokkaan en de halve-Italiaan-Marokkaan tot de Gucci-Marokkaan. Een snelle uitbeelding van die karikaturen is de geestige opener van de voorstelling Melk & dadels, geschreven door ex-parlementariër Tofik Dibi en de vier actrices.

Wat volgt is een serie theatrale sketches, in een mix van cabaret en vormingstoneel, over die dubbele achtergrond, over wie en wat Marokkaanse Nederlanders zijn, over hun strijd, hun conflicten. Soumaya Ahouaoui, Kyra Bououargane, Fadua El Akchaoui en Khadija El Kharraz Alami, actrices van begin dertig, houden met hun flair prettig de vaart erin. Ze kunnen overweg met een knipoog, maar ook de zaal pontificaal de les lezen.

Elk doet een persoonlijke getuigenis en brengt het verhaal van haar familie en afkomst in. Daar gaan de sketches op door: ze vertellen over de begrenzingen bij de keuze van een partner, over moeders die communiceren met eten, over de verschillen tussen Berbers en Arabische Marokkanen, over hoe de verwensing ‘hoer’ wordt misbruikt om meisjes in het gareel te houden, over mislukte integratie.

Goed gelukte satire over vrome rechtlijnigheid is er in de vorm van de lekker kluchtig gespeelde superheld Supermarokkaan, die meermalen voorbij komt, telkens om jongeren die afwijken van de traditie terecht te wijzen.

De ambitie is overzichtelijk: de toeschouwer een spiegel voorhouden, meestal op luchtige wijze, soms dodelijk ernstig. Dit is een voorstelling die vooral een feest van herkenning wil zijn. Daartoe speelt Melk & dadels onbekommerd met de gekende verwijten aan de twee doelgroepen. Waarbij de zelfspot over Marokkaanse gewoontes doorgaans mild van aard is en de iets pittigere toon gereserveerd is voor de gevallen van achterstelling, onwetendheid en wantrouwen bij de autochtone Nederlanders. Ongezellige, heikele kwesties (Wilders, jihadisme) worden voorzichtigheidshalve gemeden.

Al te subtiel is de tekst van Dibi niet en Daria Bukvic is een regisseur die niet kleurt met pasteltinten, maar liever met fluorescerende stiften de lijnen uitzet. Dat leidt tot een voorstelling die op het ene moment hapklaar en eendimensionaal is en even later de toeschouwer inpakt met ondubbelzinnige stellingnames en vurig spel.

De uitersten zijn zichtbaar in de sketch die begint als een tenenkrommend platte parodie op DWDD, maar uitloopt op een bevlogen, boze tirade van El Kharraz Alami. „Wat betekent afkomst als ik godverdomme hier geboren en getogen ben?” In haar uitbarsting is goed voelbaar dat deze voorstelling ook gemaakt is als uitlaatklep voor opgekropte frustraties. Het maakt Melk & dadels tot een voorstelling met een warm kloppend hart. Die moest worden gemaakt en moet worden gezien.

    • Ron Rijghard