Opinie

    • Frits Abrahams

Voorzichtig! Nieuwe buren

Een stem op een zondagmorgen beneden aan de toegangsdeur van je appartementengebouw: „Politie hier, mogen wij even boven komen om u iets te vragen?” Natuurlijk, want je hebt immers niets te verbergen. Even later staat een kleine, geüniformeerde agent voor de deur, na enkele minuten gevolgd door drie breedgeschouderde collega’s.

Het overkwam een vriend die ook in de binnenstad van Amsterdam woont. Hij schrok. Zijn eerste gedachte: er is iets vreselijks gebeurd met een kind of kleinkind; zoiets zie je weleens in een film. Samen met zijn vrouw ging hij de agenten voor naar zijn huiskamer. „U woont hier mooi”, zei een van de agenten.

Ze bleven halverwege de kamer staan. De kleine agent kwam ter zake. „Kent u de mensen die hier wonen? Er is een donkere man, misschien van Oost-Europese afkomst, gesignaleerd die dit gebouw binnenging. Weet u daar misschien iets van?”

Mijn vriend schudde het hoofd. Zijn vrouw zei: „We kennen alle bewoners, behalve van één appartement dat sinds een jaar verhuurd wordt. Wij hebben daar geen zicht op, ook omdat er twee ingangen zijn in dit gebouw.” Ze liep naar een zijkamer en kwam terug met een plattegrond van het gebouw waarop ze het appartement dat ze bedoelde aanwees.

De agenten waren voorlopig tevreden gesteld. Ze besloten naar het deel van het gebouw te gaan waar het bewuste appartement was, maar lieten verder niets los over hun doel.

Een uurtje later meldden zich weer twee van de agenten. Eén van hen ging zitten, de ander bleef liever staan en zei: „We willen u vertellen wat we hebben gevonden.” Hij liet enkele foto’s op zijn mobieltje zien. „Het appartement was gehuurd door enkele drugscriminelen. Ze hielden zich bezig met de handel in cocaïne. De cocaïne werd hier aangeleverd en verwerkt.”

„Dus wij hebben het afgelopen jaar een cokedealer in ons midden gehad”, zei mijn vriend. De agent glimlachte. „Reken maar dat het iemand in de top van de organisatie was”, zei hij. „Het is een Albanees.” Hij liet een paspoort zien. „Vals. We hebben het ingenomen. Hij zal het land worden uitgezet. Hij heeft dit gedaan met iemand anders, waarschuw ons als u nóg een verdacht persoon in het gebouw ziet.”

De agent was ook teruggekomen om te waarschuwen. „Dit pand was op een naïeve manier verhuurd. Jullie moeten iemand die wil huren goed screenen. De buitenlandse onderwereld rukt op, ook in Amsterdam. Wij zijn voortdurend naar dit soort criminelen op zoek. Ze kunnen ook voor burgers gevaarlijk zijn. Als zulke criminelen ruzie met elkaar krijgen, vliegen je de kogels om de oren.”

Mijn vriend klonk nog steeds beduusd toen hij het vertelde. „Een van de buren had regelmatig contact met die crimineel”, zei hij, „het was een heel aardige, beleefde man”. Hij keek uit het raam naar beneden, waar veel toeristen rondliepen. „Het wonen in Amsterdam heeft zijn prijs”, zuchtte hij.

Dat wist ik al – maar dat je zó voorzichtig moest zijn met nieuwe buren, daar keek ik van op. „Zou je weg willen?” vroeg ik.

„Weet jij een beter alternatief?” vroeg hij.

Ik moest hem het antwoord schuldig blijven, al wil ik daarmee niets ten nadele beweren over enige andere Nederlandse stad – ik zou niet durven.

    • Frits Abrahams