Valt er weer eer te behalen voor actieve beleggers?

Deze rubriek belicht iedere maandag ontwikkelingen op de beurs. Vandaag: is actief beleggen terug van weggeweest?

Als belegger ben je soms net een kapitein op een schip in de rivier. Drijf je mee op de stroming, of denk je dat je het beter weet en stuur je zelf bij om een kortere weg over het water te vinden? Dat is het verschil tussen passief en actief beleggen. Passief beleggen gaat met beleggingsproducten die de koers volgen van bijvoorbeeld de AEX-index. Het idee is simpel: stijgt de indexkoers, dan worden ze meer waard. Zolang de koersen geleidelijk opklimmen zijn deze ‘trackers’ veilig en rustgevend – en daarom waren ze de afgelopen jaren de norm. Op het moment dat de koersen beginnen te schommelen, wordt het interessant om niet met het gemiddelde mee te bewegen. Actieve beleggers hopen dat ze het met de door hen samengestelde mix van aandelen beter doen dan de markt: zij willen met het schip sneller de rivier over.

Na jaren van passiviteit lijkt deze eigenwijze (lees: actieve) belegger begonnen aan een inhaalrace. Dat is te zien aan de hoeveelheid geld die sinds 2017 binnenkwam bij passieve fondsen en actieve fondsen. Cijfers van analistenbureau Morningstar laten zien dat de vraag naar actieve beleggingen steeds harder groeit, en dat de vraag naar passieve juist terugvalt. „Als er meer schommelingen zijn, zien sommige beleggers betere kansen om de markt te verslaan of om de gevolgen van koersverlies te beperken”, zegt fondsanalist Ronald van Genderen van Morningstar.

In het eerste kwartaal van dit jaar groeide de geldstroom naar actieve fondsen verhoudingsgewijs zelfs harder dan naar passieve aandelenfondsen – iets wat we sinds de crisis van 2008 niet meer hebben gezien. Of dit het begin van een trendbreuk is, durft Van Genderen niet te zeggen. „Er was inderdaad sprake van schommelingen in de aandelenkoersen in de eerste drie maanden van 2018. Of dat als direct gevolg heeft dat meer beleggers zich op actieve fondsen richten, kun je niet met zekerheid zeggen.”

Waar komt de plotselinge interesse in actieve fondsen vandaan? „Je hoort steeds meer deskundigen, experts en goeroes roepen dat er onrust op komst is op de aandelenmarkten en dat de tijd van koersstijgingen op zijn eind loopt”, zegt Martine Hafkamp, oprichter van vermogensbeheerder Fintessa – en vanouds een actieve belegger. „Ze denken dat aandelen te duur zijn geworden en voorspellen koersdalingen.”

Volgens Hafkamp beleggen niet alleen particulieren actiever, maar doen institutionele beleggers ook mee. „Pensioenfondsen verkleinen het aantal fondsen in hun portefeuille: ze hebben niet langer zes oliebedrijven in hun portefeuille maar nog slechts twee. Ze maken zo actieve keuzes door minder te spreiden.” Waar er in rustiger tijden weinig eer te behalen valt als fondsbeheerder, wordt in tijden van grote schommelingen het kaf van het koren gescheiden onder beleggers. „Je ziet dan dat er goed en slecht presterende aandelen zijn. Een goede actieve belegger voorziet welke aandelen het goed doen en haalt een hoger rendement dan het gemiddelde – de index.”

Om deze inhaalrace enigszins in perspectief te zetten: passieve beleggingen zijn nog altijd stukken populairder dan de actieve – en dus risicovollere fondsen. Niet zonder reden: over het algemeen slagen actieve beleggers er maar zelden in de markten te verslaan. Niet iedereen is Warren Buffett. Hafkamp voorziet dat de groeiende interesse in actieve aandelenfondsen ook de komende tijd zal doorzetten. „Persoonlijk denk ik dat de koersen voorlopig nog wel even blijven doorstijgen, maar niets gaat eeuwig omhoog. Er zal evengoed altijd vraag blijven naar passieve beleggingen. Dat is ook niet erg – het is goed om in allebei te blijven beleggen en niet één kant op door te slaan.”