Uw kelder, uw grondwater, uw probleem

Droge voeten

Op zand was het altijd droog wonen. Maar bewoners hebben steeds vaker last van ondergelopen kelders en andere wateroverlast.

Iedere vrijdag loopt Peter Verburg naar een putje voor zijn witte jarentwintighuis in de Haagse Vogelwijk, vlak achter de duinen, en dan naar een putje in een straat om de hoek. Hij wipt de deksels omhoog en steekt een zelfgemaakte peilstok de putjes in. Twee bamboestokken en een stuk plastic met handgeschreven centimeters, vastgezet met dik tape.

Hij meet het grondwaterpeil, houdt de stand bij in een grafiek. Hij zegt: „Ik ben econoom. Vóór dit alles had ik niets met water te maken.”

‘Dit alles’ is zijn kelder, die volgens hem de laatste winters regelmatig blank staat. Hij gaat voor: twee trappetjes naar beneden, twee meter de diepte in. Daar staat een bed voor als zijn zoon komt logeren, een surfplank, kasten vol oude boeken. In één ervan staat De Ark van Noach. Op de grond een plas water. De muren voelen vochtig aan.

Verburg vertelt over een buurtgenoot, advocaat. Ze had haar archief in de kelder staan. „Als het grondwaterpeil in de wijk op min 1,90 meter staat, begint het nat te worden. Als het op min 1,75 staat, is het foute boel.”

Ondergelopen kelders – dat was iets voor Nederlanders die in rivierengebied woonden, of in een polder. Zorgen over het grondwaterpeil? Iets voor bewoners van veenweidegebied, die de afgelopen decennia te maken kregen met bodemdaling en paalrot, de aantasting van houten funderingen door een te lage grondwaterstand.

Op zand dachten mensen altijd droog te wonen. Want in een zanderige bodem is veel berging. Regenwater kan daardoor snel wegzakken om uiteindelijk het grondwater te bereiken, en dan traag weg te vloeien naar lagergelegen gebied. Grondwater was op zand zelden een probleem.

Tot Verburg en zo’n 150 buren in de lommerrijke Haagse Vogelwijk een aantal jaren terug wateroverlast kregen. Net als de bewoners van een hele trits duindorpen, zoals Velsen en Noordwijkerhout. En bewoners van de Veluwezoom, die óók op zand wonen.

Meer regen

„We moeten accepteren dat het ook daar niet meer droog blijft”, zegt grondwaterspecialist Maarten Kuiper van ingenieursbureau Wareco, dat verspreid over Nederland het grondwaterpeil meet en onderzoekt. Het lastige is volgens hem dat er niet één oorzaak aan te wijzen is. „Het is altijd een combinatie van factoren waardoor het grondwater is gestegen, waaronder klimaatverandering. Heel vervelend voor de bewoners.”

Want die willen liefst één oplossing voor hun natte kelders en kijken naar de overheid: gemeenten, waterschappen, provincies.

Kuiper somt op: er valt vooral langs de westkust méér en langduriger regen, en omdat het water zo langzaam wegstroomt, stijgt het grondwaterpeil. Klimaatverandering leidt vooral langs stuwwallen en duinen tot nieuwe grondwaterproblemen. Op verschillende plekken is de kust verbreed om het land te beschermen: „Waar eerst regen op zee viel, valt het nu in de grond. Ook dat heeft effect op de grondwaterstand.”

Ook is er het landelijk Programma Aanpak Stikstof, dat de ophoping van stikstof en daarmee de verzuring van de bodem moet tegengaan. In de duinen gebeurt dat door ze terug te brengen in oorspronkelijke staat: natter en met minder naaldbomen. Kuiper: „Zie het als veel kleine pompjes die je weghaalt: naaldbomen verdrogen de natuur doordat ze veel water verdampen.” Tegelijk stijgt het grondwater doordat tuinbouw, industrie en drinkwaterbedrijven er minder van aan de bodem onttrekken.

En dan is er nog de afkoppeling van het regenwater van het riool, zegt Kuiper. Dat gebeurt in veel gemeenten. Regenwater gaat niet langer nodeloos naar de afvalwaterzuivering, maar de bodem in. „Dat levert schoon water voor sloten en beken, maar het kan tot hogere grondwaterstanden leiden.”

Er zijn maatregelen genomen voor een rijzende zeespiegel en stijgende rivieren; waarom niet voor hoger grondwater?

De vraag rijst: wie is er dan verantwoordelijk voor de natte kelders? De Waterwet is stellig: uw kelder, uw verantwoordelijkheid. Maar de Waterwet zegt ook dat gemeenten een zorgplicht hebben. Zij moeten maatregelen treffen om de gevolgen van een hoge (of lage) grondwaterstand te voorkomen of te beperken.

In Velsen, eveneens achter de duinen, zegt Richard van Hardeveld, beleidsmedewerker riolering van de gemeente: „Droge voeten is in ieders belang.” Gemeente en bewoners deden hier samen onderzoek naar de hoge grondwaterstand. „Als je samen optrekt, heb je scherp wie waarvoor verantwoordelijk is.”

Gerrit Ausma, van de lokale actiegroep Droge Kelders in de Gildenbuurt: „Bij het eerste laagje water dacht ik: ‘dat is een incident’. Maar het kwam weer voor. En nadat we in 2011 nieuwe riolering kregen in de wijk, stond er nóg vaker water.

„Samen met de buurvrouw maakte ik een inventarisatie: het bleek dat veel mensen wateroverlast hadden. Soms hadden ze een vloertje in het trapgat gelegd onder het mom van ‘wat je niet ziet, bestaat niet’.”

De jarenvijftighuizen in de Gildenbuurt hebben ondiepe trapkeldertjes. Ausma: „Die werden vroeger gebruikt om spullen droog en koel te bewaren. Maar ze waren niet dicht: er was een opening om onder de vloer bij de leidingen te komen.” Zo kwam het water binnen, zegt hij.

Gemeenteambtenaar Van Hardeveld: „Eigenaren horen zelf te zorgen dat hun kelders waterdicht zijn, net als het dak. Maar we waren gevoelig voor het argument dat de kelders daar nooit gebouwd waren om waterdicht te zijn.” Bovendien: als de grondwaterstand verder zou stijgen, zou er wateroverlast in woonkamers kunnen komen.

Er kwam een informatieavond. Van Hardeveld: „De zaal puilde uit.” Ausma: „Het dorpshuis kon de toeloop niet bergen.” Van Hardeveld: „We hadden een bouwkundige naar de woningen laten kijken. Welke aanpassingen konden de bewoners doen?” Ausma: „Natuurlijk moet je als bewoner iets doen. Ik heb zelf chips [poreuze vlokken] op de bodem gelegd.” Van Hardeveld: „Er was van tevoren veel argwaan bij de bewoners: ‘Wij moeten alles doen, jullie doen niets’.”

De gemeente nam zelf maatregelen door in een aantal buurten drainagepijpen aan te leggen, waardoor water wordt opgevangen en afgevoerd. „Veel meer dan dat kan een gemeente ook niet”, zegt Van Hardeveld. Want ook in Velsen bleek het een combinatie van factoren te zijn, waaronder meer neerslag in de winter. Dat, zegt hij, is een trend in heel Nederland. „Het is belangrijk dat nú te onderkennen. Dan kan je als gemeente en als huiseigenaren inspelen op hogere grondwaterstanden.”

Lees ook dit interview uit 2016 met geofysicus Henk Kooi: 'We winnen veel te veel grondwater'

Zwembad

In de Vogelwijk in Den Haag hadden de bewoners eveneens het idee dat de natte kelders „een gezamenlijk probleem” waren. De wijk bestaat uit mondige bewoners, met een eigen grondwatercommissie. „Het antwoord van de gemeente is steeds ‘uw kelder, uw grondwater, uw probleem’”, zegt voorzitter Victor Koningsberger, oud-rijksambtenaar.

De gemeente hanteert een grens voor haar zorgplicht van 70 centimeter onder het maaiveld. Komt het grondwater daarboven, dan zal zij actie ondernemen. „Bij min 0,70 is mijn kelder al lang een zwembad”, zegt Peter Verburg. Zijn keldervloer ligt op min twee meter. Koningsberger: „Met die 70 centimeter geeft de gemeente een eigen invulling aan de zorgplicht, die haaks staat op de Waterwet.”

Ze hebben een stapel documenten voor zich liggen: brieven aan de gemeente, de wethouder, het hoogheemraadschap en de provincie, grafieken, een oude wijkkaart die met plakband aan elkaar blijft zitten. Daarop wijst Koningsberger aan waar het regenwater, sinds de afkoppeling van de riolering, in negen ondergrondse bekkens wordt opgevangen. Geleidelijk wordt het regenwater teruggelaten in de bodem.

Maar volgens de grondwatercommissie blijft er te veel water in de bodem, dat vroeger via het riool naar zee werd afgevoerd. Zelfs nu de bekkens tijdelijk zijn afgesloten, daalt het grondwater volgens haar lezing van gemeentelijke peilbuizen nauwelijks. Het oude riool fungeerde volgens de buurtbewoners bovendien als drain, maar bij de aanleg van het nieuwe riool is niet tegelijkertijd een drainagepijp aangelegd.

Compensatieregeling

Kunstmatig verlagen van het grondwaterpeil wil de gemeente niet. Dat zou onder meer het veen in de stad – waarop andere wijken zijn gebouwd – doen inklinken, antwoordde de wethouder vorig jaar aan de gemeenteraad.

Van andere oorzaken van de overlast, waaronder extreme hoosbuien, is de bewonerscommissie weer niet overtuigd. Vandaar de eigen peilstok en de grafieken van Verburg. Het geschil liep de afgelopen jaren zo hoog op dat er een bemiddelaar moest komen. Die gaf beide partijen een beetje gelijk: de gemeente voldoet aan haar zorgplicht, maar moet wel „op grond van algemene beginselen van behoorlijk bestuur” nagaan met welke maatregelen grondwaterproblemen beperkt kunnen worden.

In de Vogelwijk vindt de bewonerscommissie dat het gemeentebeleid herzien moet worden. Voor een rijzende zeespiegel zijn maatregelen genomen, voor stijgende rivieren ook – waarom dan niet voor een stijgend grondwaterpeil? „Er zou in elk geval een compensatieregeling moeten komen”, vindt Koningsberger.

Een buurtbewoner probeerde vorige maand via de rechter een vergoeding van ruim 7.000 euro van de gemeente te krijgen voor de aanleg van een drainvloer in de eigen kelder. Vergeefs.

Maarten Kuiper van ingenieursbureau Wareco voorspelt dat droogte in veengemeenten en het hoge grondwater in zandgemeenten dé politieke discussie van de komende jaren wordt: „Moet je de omgeving aanpassen of het grondwater? Als je het grondwater verlaagt, los je het kelderprobleem op, maar creëer je misschien droogteproblemen. Weegt de investering in drainage op tegen het effect?”

Hij zegt dat er geen eenduidig beleid mogelijk is: „En gemeenten worstelen.”