‘Spijt? De cocaïnehandel voorziet in een vraag’

Cornel de Jaeger lid Colombiaanse cocaïnemaffia Hij werkte voor cocaïnekartels én Amerikaanse drugsbestrijders. Nu is het voor Cornel de Jaeger tijd zijn oude leven op te geven. „Weet je waar ik spijt van heb? Dat ik al mijn geld heb verbrast.”

Foto Olivier Middendorp

Aan het begin van deze eeuw maakte Cornel de Jaeger in Colombia kennis met de cocaïnemaffia. Inmiddels kent de 51-jarige geboren Amsterdammer dit milieu op zijn duimpje, in Colombia en in Nederland. Hij werkte voor kartels, legde contacten, zette transporten op en was betrokken bij de financiële afwikkeling van de cocaïnehandel.

Het spul zelf, daar bleef hij bij weg. Dat is een tip geweest van zijn contactpersoon bij de DEA, de Amerikaanse Drug Enforcement Administration: blijf met je handen van de blokken af. (Cocaïne wordt vrijwel altijd geperst en verpakt in blokken van één kilo.) Sinds 2010 werkte hij met de Amerikaanse drugsbestrijding samen. Uit die tijd stamt ook ‘Cornel de Jaeger’. Onder die schuilnaam onderhield hij bijvoorbeeld contact met een Colombiaanse rechercheur. Zijn echte naam wil hij niet in de krant – kwestie van veiligheid.

De DEA is wereldwijd betrokken bij de bestrijding van drugshandel en werkt in diverse landen samen met lokale drugsbestrijders. Gevoelige informatie wordt uitgewisseld in de Sensitive Investigative Unit (SIU). De Jaeger rapporteerde in Colombia aan zo’n unit.

In dat land moet De Jaeger nu vrezen voor zijn leven en dat van zijn Colombiaanse vrouw en twee jonge kinderen. Daarom wil hij terugkeren naar Nederland, met zijn gezin. Maar dat is niet zo makkelijk. Ook in Nederland heeft hij vijanden, in het criminele circuit én bij de opsporingsdiensten.

Cornel de Jaeger is die situatie beu en wil opnieuw beginnen. Dit is zijn verhaal over het leven in de georganiseerde misdaad, Colombiaanse kartels en de betekenis van ‘betrouwbaar’. „Ben ik een opportunist? Mwah, je kunt ook zeggen dat ik een positieve instelling heb.”

‘Je doet weleens wat fout’

Hij heeft zelf helemaal niks met drugs als genotmiddel. Sterker, ooit zette hij een vriendinnetje de deur uit nadat hij haar had betrapt bij het snuiven in zijn woonkamer. „Moest ik niks van hebben, nog steeds niet trouwens”, zegt hij in een van de vele gesprekken waarin hij NRC dit jaar over zijn leven vertelde. Het kostte hem negen maanden cel, omdat zij aangifte deed van mishandeling. Hoewel hij al jaren rondscharrelde in het criminele milieu, was dit zijn eerste veroordeling. Hij is er niet trots op, maar vertelt het ook zonder veel wroeging. „Je doet weleens wat fout, zo is het leven.”

Een Colombiaanse die hij in 1999 in Amsterdam leert kennen, speelt een belangrijke rol in zijn criminele carrière. Met haar gaat hij naar Colombia, waar ze twee kinderen krijgen. Via haar familie komt hij in contact met een groep cocaïneproducenten en -handelaren. Zij zijn geïnteresseerd in de kennis van import- en exportregels die De Jaeger heeft opgedaan toen hij nog voor een expeditiebedrijf op Schiphol werkte. Cocaïnesmokkelaars gebruiken vaak handelsroutes voor bijvoorbeeld tropisch fruit of hout. Kennis van het douanesysteem en de papierwinkel erachter is voor hen geld waard.

Zo bouwt hij een netwerk op in de Colombiaanse onderwereld. „Ik scharrelde wat voor die gasten en daar verdiende ik wat mee. Geen grote bedragen, hoor. Je hebt in Colombia niet veel geld nodig om van te leven.”

Hij vergelijkt het met de ladingdiefstal waarbij hij betrokken was toen hij begin jaren negentig op Schiphol werkte. „Daar trokken we hele pallets met elektronica uit het systeem voordat ze officieel waren ingevoerd. En die reden we dan met de bedrijfsauto van het luchtvaartterrein af”, vertelt hij met de glimlach van een kwajongen. „Dat ging toen vrij simpel, omdat wij het systeem en het terrein kenden.”

Bizarre wending

Nadat de relatie met zijn vriendin op de klippen is gelopen, vestigt De Jaeger zich in Spanje. De relatie met zijn Colombiaanse vrienden blijft intact. Kennissen die contact willen met Colombianen in de cocaïnehandel, voorziet hij van informatie. „Ik was een soort makelaar en kreeg voor mijn diensten een commissie”, vertelt hij. Dat geld verbrast hij. „Mijn leven bestond uit feesten, drank en vrouwen. Lang leve de lol. Als alles op was, ging ik kijken naar een nieuwe kans om geld te verdienen.”

In 2006 loopt een drugsdeal van een partner in Spanje fout af. De Jaeger voelt zich daarna zo bedreigd dat hij contact zoekt met de Nederlandse politie: het Team Criminele Inlichtingen (TCI), dat informatie verzamelt in de onderwereld. De Jaeger geeft informatie in de hoop zijn bedreigers te slim af te zijn. Dat lukt.

Daarna ontstaat ook contact met de Spaanse politie. Dat levert beide partijen niet veel op, maar De Jaeger is wel een grens overgegaan; praten met de politie wordt in het criminele milieu niet op prijs gesteld. Hij zelf denkt daar pragmatisch over: „Handel is handel, of het nou over elektronica, cocaïne of informatie gaat.”

In 2010 benadert de DEA hem. De Amerikanen zoeken een Nederlander die goed Spaans spreekt en geloofwaardig kan fungeren als tussenpersoon voor een groep Colombiaanse cocaïneleveranciers en een groep Nederlandse smokkelaars. Cornel de Jaeger gaat voor ze werken.

De deal waarvoor De Jaeger is aangezocht, loopt spaak. Maar het bevalt hem in Colombia. De DEA regelt een verblijfsvergunning, en oude contacten in het Colombiaanse milieu willen nog met hem werken. De Jaeger vertelt hun over zijn band met de DEA, en dat vinden ze prima. Ook drugssmokkelaars kunnen daar beter van worden, als ze bijvoorbeeld concurrenten dwars willen zitten.

De DEA vergoedt Cornel de Jaegers onkosten en hij krijgt tipgeld als door zijn informatie drugs van de straat worden gehaald. „Ik kreeg van de DEA een bedrag per kilo gepakte cocaïne. Samen met die onkostenvergoeding en mijn werk voor het kartel kon ik daar goed van leven.” Met een nieuwe vriendin gaat hij in de noordelijke havenstad Barranquilla wonen.

Het levensverhaal van De Jaeger krijgt een bizarre wending als hij in Colombia in contact komt met de Nederlandse drugssmokkelaar Wim Ken Aalten. Die overleeft in april 2013 een aanslag op zijn leven. Op verzoek van de DEA, vertelt De Jaeger, bezoekt hij hem in het ziekenhuis. Aalten is een klant van het kartel waarvoor De Jaeger de administratie doet. „Ik was hem wel eens tegengekomen en kende zijn naam. Voordat ik hem bezocht, had ik zijn naam voorbij zien komen in allerlei geldstromen.”

Aalten neemt De Jaeger in vertrouwen en vertelt over problemen met een partner in Rotterdam, René F., van wie hij nog miljoenen euro’s tegoed heeft. Volgens Aalten zit F. achter de moordaanslag.

In de maanden daarna voltrekt zich een nauwelijks te volgen dubbelspel, waarvan de les is dat geld het in het drugsmilieu vrijwel altijd wint van loyaliteit. Cornel de Jaeger zoekt contact met F. om ‘lopende zaken’ af te wikkelen. „Er zat nog een hoop cocaïne voor René F. en zijn vrienden in de pijplijn naar Nederland”, aldus De Jaeger. „En mijn bazen hadden nog geld tegoed van Wim Ken Aalten. Dat wilden ze nu van René F. hebben.” De Jaeger vertelt dit ook allemaal aan een Colombiaanse politieagent die werkt voor de DEA-SIU.

Wat volgt is een bizarre reeks gebeurtenissen die De Jaeger kan onderbouwen met documenten. Daaronder zijn ook verslagen van de Colombiaanse agent met wie hij werkte. Die heeft onlangs het hele verhaal van De Jaeger bevestigd, net als zijn informantenstatus: A1, de hoogste graad in Colombia.

De groep criminelen rond F. krijgt ruzie, waarbij in 2014 twee doden vallen. Een van hen is een onschuldige burger die, bij het uitlaten van zijn honden, wordt aangezien voor een criminele buurtgenoot. Het onderzoek leidt naar de Rotterdamse douanier Gerrit G. Bij diens aanhouding, voorjaar 2015, wordt in zijn woning ruim 1 miljoen euro aan contanten gevonden in een boodschappentas.

Geheime dienst

In de strafzaak tegen de corrupte douanier lekken gespreksopnames uit waarin G. tips lijkt te geven aan een cocaïnesmokkelaar. Dat is Cornel de Jaeger, in de media dan Paul genoemd. De Jaeger blijkt die opnames te hebben gemaakt voor de TCI. Deze ‘geheime dienst’ van de Nederlandse politie heeft zijn reis betaald en een deal met hem gesloten over de informatie die Gerrit hem zou geven.

Het wordt gekker. De verdediging van G. en diens medeverdachten wil De Jaeger horen als getuige in de strafzaak. Documenten uit Colombia roepen namelijk vragen op over een van de cocaïnetransporten waarvan zij worden verdacht. In die stukken worden Nederlandse verdachten genoemd, maar ook een Colombiaanse en een Italiaan. Die laatste twee blijken in België al voor hetzelfde cocaïnetransport veroordeeld. Dat betrof 300 kilo, in december 2013 in de haven van Rotterdam onderschept.

De vraag is voor wie die cocaïne eigenlijk was bestemd. En De Jaeger zou het antwoord kunnen geven. „De namen van die Colombiaanse en die Italiaan heb ik van mijn contacten bij de DEA gekregen”, vertelt hij. „De DEA wilde kennelijk dat die mensen ook zouden worden opgepakt.”

De rechtbank wijst het verzoek om De Jaeger te horen af. De rechters volgen het oordeel van het OM dat hij „onbetrouwbaar” is. Dat grieft hem. „Als justitie en politie je informatie kunnen gebruiken, hoor je niemand over betrouwbaarheid. Maar als jouw verhaal niet goed uitkomt, ben je in een keer onbetrouwbaar.”

Martin Kok

Hoe dat werkt, illustreert hij met een verhaal over Martin Kok, de misdaadblogger die eind 2016 is vermoord. „Ik heb voor zijn dood veel contact gehad met Kok, onder andere over de zaak rond de douanier. Op mijn verzoek gaf een tussenpersoon Kok, op de dag van zijn dood, een usb-stick met informatie over die zaak. Toen dat uitkwam, ben ik gevraagd naar Nederland te komen om daarover te getuigen.” De afspraak was gemaakt, ticket en hotel waren geboekt, blijkt uit e-mailverkeer tussen De Jaegers toenmalige advocaat en een officier van justitie uit Utrecht. „Uiteindelijk ging alles niet door omdat ze mijn veiligheid niet konden garanderen”, aldus De Jaeger. Het steekt hem dat de status van betrouwbaarheid kennelijk afhangt van de mate waarin iemand nodig is. „Dat vind ik laf.”

De Jaeger is, mede op verzoek van de verdachten in de douanezaak, begin dit jaar naar Nederland gekomen om toch nog te getuigen, bij het gerechtshof. „Ik wil graag vertellen hoe het zit aan de rechter. Of ze me dan geloven, moeten ze zelf weten. Maar ik heb heel veel stukken die mijn verhaal onderbouwen.”

Nu hij in Nederland is, geeft Cornel de Jaeger toe, probeert hij ook oude partners te traceren van wie hij nog geld krijgt. Door het gedoe in de douanezaak lijkt zijn rol in het milieu uitgespeeld. Sterker, hij is zijn leven niet zeker, in Colombia en in Nederland. Daarom wil hij niet met zijn echte naam in de krant of herkenbaar op de foto.

Een paar dagen na aankomst in Nederland zakte De Jaeger voor de balie van zijn hotel in elkaar. Hij lag drie weken onder een andere naam in het ziekenhuis. Inmiddels is hij vrijwel hersteld van zijn herseninfarct. Die gebeurtenis heeft hem gesterkt in het idee dat het tijd is zijn oude leven op te geven. Hij wil zijn kinderen naar Nederland halen, omdat hij denkt dat ze hier een betere toekomst hebben. En hij wil zijn verhaal doen.

Spijt van zijn leven in de cocaïnesmokkel heeft hij niet. „Ik ben er met mijn volle verstand ingestapt. Weet je waar ik spijt van heb? Dat ik al mijn geld heb verbrast. Verder niet. Er is in Nederland vraag naar cocaïne. Waarom zou je daarin niet mogen voorzien?”