Column

Jeroen of Thom? Dit gaat om tegengeluid

Het was vorige week Comedy Capers aan de Haagse Kneuterdijk. Afgaande op de kranten kon je denken dat er vanuit de Raad van State één lobby gaande was om de kandidatuur van Thom de Graaf (D66) te beconcurreren. Maar de werkelijkheid was: toen bij de Raad doorsijpelde dat oud-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA), aangespoord door sommige staatsraden, de nieuwe vicepresident wil worden, was dat óók voor andere staatsraden een daverende verrassing. Sommige van hen waren gelijktijdig bezig de geesten rijp te maken voor de kandidatuur van Wim van de Donk (CDA), commissaris van de koning in Brabant.

Botsende lobby’s vanuit het deftigste adviesorgaan (en de hoogste bestuursrechter) van het land: de Raad van State ten voeten uit.

Ik weet zeker: als je zou reconstrueren waar is bedacht dat het ministerie van Veiligheid en Justitie voortaan Justitie en Veiligheid heet, zoals vorig jaar in de formatie werd beslist, kom je uit bij de Raad van State.

Daar zat een idee achter – de principes van de rechtsstaat horen zwaarder te wegen dan het veiligheidsgevoel – maar het tekent ook de rol van de Raad in de Haagse binnenwereld. Het instituut bestaat vooral uit politiek-bestuurlijke routiniers die het gewend zijn de macht, die men kritisch hoort te volgen, informeel te bespelen.

Hollandse bestuurscultuur: iedereen regeert een beetje mee.

Het staat niet op zichzelf. De Algemene Rekenkamer, het Centraal Planbureau, de Autoriteit Persoonsgegevens, etc.: ook hun rapporten zijn bijna allemaal onbekend met de stijlfiguur van de heldere negatieve kritiek. Het gaat altijd in jargon. In zo’n geheimtaaltje waarmee je kritisch bent, maar binnen het systeem je aanzien behoudt.

Gevolg is dat al die instituten, zelfs de Raad van State, aanzien bij de burger verliezen. En dat politiek gemotiveerde kritiek van de oppositie de enige Haagse kritiek is die overblijft. Het stimuleert maatschappelijke polarisatie en leidt er sinds Fortuyn toe dat 14 à 19 procent van de kiezers stemt op oppositiepartijen die de Haagse orde omver willen werpen.

Dus je kunt denken dat de keuze van een nieuwe vicepresident van de Raad van State maar een Haagse ‘dingetje’ is. Een misverstand. Wie de nieuwe vicepresident ook wordt, het draait erom dat Den Haag weer institutioneel tegengeluid voor zichzelf organiseert. Zodat de buitenwereld ziet dat ook binnen het systeem kritiek mogelijk is.

Want regeringen horen gezaghebbende institutionele tegenspraak te krijgen. Niet omdat ze kapot moeten, maar omdat ze er beter van worden.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus