Irakezen geven 'corrupte’ oude garde afstraffing

Verkiezingen

De verdrijving van IS heeft premier Abadi niet gebaat. De kiezers steunden de stokebrand Moqtada al-Sadr. Ze willen eindelijk actie tegen corruptie.

Moqtada al-Sadr, de grote winnaar. Foto Haidar Hamdani/AFP

De Iraakse premier Haider Al-Abadi heeft de overwinning van het Iraakse leger op Islamitische Staat niet kunnen omzetten in stemmen. Bij de parlementsverkiezingen van zaterdag werd Al-Abadi’s lijst geklopt door Moqtada al-Sadr, een shi’itische geestelijke die bekend staat als fervent anti-Amerikaans én anti-Iraans.

Ook de lijst van de Hashd Al-Shaabi, de shi’itische milities die in 2014 werden opgericht om tegen IS te vechten, deed het beter dan de zittende premier.

De Iraakse kiezer lijkt zo de oude politieke garde, die corruptie wordt verweten, te hebben afgestraft. Een meerderheid van de kiezers bleef gewoon thuis: de opkomst bedroeg slechts 44,52 procent. Bij vorige verkiezingen ging altijd rond de 60 procent stemmen.

Dat Moqtada al-Sadr een goed resultaat heeft geboekt, is geen verrassing. Al-Sadr heeft een bijzonder trouwe aanhang onder de 3,5 miljoen inwoners van Sadr City, de buitenwijk van Bagdad die genoemd is naar zijn vader, die onder Saddam Hussein werd vermoord. Dat hij volgens de laatste, bijna volledige resultaten als winnaar uit de bus komt is wel bijzonder.

Tegennatuurlijk

De 44-jarige Al-Sadr had voor deze verkiezingen namelijk een schijnbaar tegennatuurlijk pact gesloten met de communistische partij van Irak en seculiere kandidaten. Samen vormden zij de lijst Sayiroun, die hervorming beloofde onder de slogan: corruptie is terrorisme.

De andere nieuwkomer is de lijst Fatah (Overwinning) waarmee de Hashd Al-Shaabi voor het eerst op politiek terrein komen. Deze volksmilities ontstonden in 2014 als gevolg van een oproep van de belangrijkste shi’itische geestelijke leider Ali Al-Sistani om Bagdad te verdedigen tegen het oprukkende IS, nadat het Iraakse leger voor de extremisten op de loop was gegaan.

De Hashd Al-Shaabi zijn sindsdien officieel opgenomen in de Iraakse strijdkrachten, maar niemand twijfelt eraan dat Fatah, aangevoerd door Hadi Al-Amiri, de Iraanse invloed in Irak vertegenwoordigt.

Komt er verandering in Irak? Velen zijn sceptisch. Maar journalist Muntadhar Al-Zaidi, die in 2008 zijn schoenen naar Bush gooide, ging ervoor. Lees daarover: De man die een schoen op Bush gooide is nu kandidaat in

Washington had gehoopt op een zege van Al-Abadi. Die behoort wel tot Dawa – een shi’itische fundamentalistische partij die eveneens dichtbij Iran staat – maar hij probeerde een onafhankelijke koers te varen, en zowel Washington als Teheran te vriend te houden.

Met Moqtada Al-Sadr komt Washington een oude bekende tegen: in 2004 riep hij een jihad uit tegen de Amerikaanse bezetter. Maar Al-Sadr is ook een fervent Iraaks nationalist die zich verzet tegen de Iraanse invloed in Irak. Zondagavond scandeerden zijn aanhangers Bagdad ‘Iran buiten!, zwaaiend met Iraakse vlaggen.

De verkiezingsuitslag gooit het politieke landschap overhoop, en het kan lang duren voor de partijen het eens zijn over een regering. In de praktijk is de premier altijd afkomstig uit de shi’itische meerderheid, is de parlementsvoorzitter een sunniet, en de president – een veelal ceremoniële functie – een Koerd.

De verkiezingsuitslag kan een positieve invloed hebben op Irak. Veelzeggend is dat Al-Abadi’s voorganger, Nouri Al-Maliki, op een oneervolle vierde plaats is geëindigd. Al-Maliki wordt verweten dat hij door zijn sektarisch beleid veel sunnieten in de armen van IS heeft gedreven. Ook de vernederende nederlaag van het Iraakse leger tegen IS wordt op zijn conto geschreven.

In de campagne is juist zwaar ingezet op inclusiviteit. Premier Al-Abadi trok in Mosul naar de kiezer met een lijst met sunnitische, christelijke en andere kandidaten. Mosul is een sunnitische stad waar het overwegend shi’itische Iraakse leger voor de komst van IS als de vijand werd beschouwd. Het is nu de enige provincie waar Al-Abadi’s lijst heeft gewonnen.

De shi’itische geestelijke leider Ali Al-Sistani sprak zich in de aanloop naar de verkiezingen fel uit tegen opruiende sektarische retoriek.

Veel zal afhangen van hoe een volgende regering omgaat met de sunnitische minderheid, waarvan een groot deel door de oorlog tegen IS in kampen is beland. En van de vraag of de corruptie – waardoor veel Irakezen zich afkeerden van de politieke klasse – wordt aangepakt.

    • Gert Van Langendonck