Commentaar

Insecten bestaan niet om bestreden te worden, ze zijn onmisbaar

Zzzz… Ooit werd in slaapkamers elke zomer actief op muggen gejaagd. Nu niet meer. Nu valt het juist op als een mug de nachtrust komt verstoren. Of is dat verbeelding? En zat er na een rit in de zomerzon vroeger werkelijk een dikke plak insectenlijkjes op de voorruit van de auto?

Het lijkt er wel op. Langjarig wetenschappelijk onderzoek in drie Nederlandse natuurgebieden, in opdracht van Natuurmonumenten, suggereert dat de afgelopen twintig jaar het aantal insecten met de helft geslonken is. Het gaat om onderzoek op slechts drie plekken, naar een beperkt aantal insectengroepen. Je kunt je afvragen of die trend ook geldt voor de rest van Nederland en voor andere insectengroepen. Maar de uitkomsten sporen met Duits onderzoek in 63 natuurgebieden, dat vaststelde dat de insectenstand met driekwart terug was gelopen. En Frans onderzoek concludeerde dat vogelpopulaties sinds 2000 met gemiddeld 33 procent zijn afgenomen. Zestig procent van de vogels voedt zich met insecten. Zijn die er te weinig, dan verhongeren ze.

De terugval van insecten kan geen grote verrassing zijn. Telkens duidt weer ander onderzoek op afname. Zo werd in 2010 vastgesteld dat op het oog gezonde vlinders plotseling niet paarden en geen eitjes legden. De oorzaak bleek dat de koolplanten waarmee rupsen zich voeden met fipronil behandeld waren. Afgelopen maart nog constateerde de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid dat bijen worden bedreigd door het gebruik van drie specifieke insecticiden (neonicotinoïden). Dat was ook zo in 2013 en toen kondigde Brussel een moratorium af. Maar of de bestrijdingsmiddelen nu definitief worden verboden, daar zijn de Europese Commissie en de landbouwministers van de EU-lidstaten nog niet uit.

We weten het best en we doen er weinig aan. Nu het zoveelste onderzoek wijst naar een negatieve spiraal voor insecten, houdt men het erop dat de oorzaak onduidelijk is. Inderdaad, maar dat sluit alarm niet uit. We kunnen niet zonder insecten. Ze zijn de hoeders van de ecosystemen. Tachtig procent van de wilde planten behoeft insecten voor hun bestuiving. Landbouwgewassen als mais, appel en koolzaad zijn voor hun bestuiving afhankelijk van de gedomesticeerde honingbij. Toch gaan juist die bijen eraan als gevolg van de inzet van pesticiden. En ja, er zijn ook insectensoorten stabiel bevonden. Maar het is te simpel geredeneerd om de evidente afname van andere soorten daartegen weg te strepen.

De boeren krijgen de schuld, met hun bestrijdingsmiddelen. Maar die worden afgeknepen door de voedingsindustrie en die geeft de boeren weinig ruimte. Niet alleen willen ze zelf verdienen, hun klanten willen weinig betalen voor hun voedsel, dat bovendien onwaarschijnlijk gaaf in de schappen moet liggen, zonder gaatjes of plekjes. Dat alles eist strakke bestrijding van het geknaag van insecten.

In hun rapport voor Natuurmonumenten wijzen de onderzoekers op de noodzaak van een gestandaardiseerd netwerk om de ontwikkeling van insecten in Nederland bij te houden. In de natuurgebieden én in de agrarische gebieden er omheen. Dat is zinnig, maar daarnaast mag er wel eens iets meer gebeuren.

Het vermoeden in het Duitse onderzoek dat de intensieve landbouw aanleiding kan zijn voor de slechte situatie van insecten, was te sterk om weg te wuiven. In Nederland, waar bestrijdingsmiddelen meer worden toegepast dan in menig ander Europees land, leidde die Duitse conclusie tot Kamervragen. En dan nu Kamerantwoorden, graag. Met oplossingen.