Ingeborg is streng aan de kassa

Grunberg in het Stedelijk #11

De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Fotobewerking Studio NRC

Op een gemiddelde dag komen zo’n elfhonderd, twaalfhonderd bezoekers naar het museum. Een topdag is boven de drieduizend. Christin, een Syrische kunstenares, vraagt of er een target is. Ze werkte in een winkel en daar was het de bedoeling dat een bepaald aantal bezoekers dagelijks binnenkwam. „Nee,” zegt Martijn, de floor manager, „wij zijn geen commerciële onderneming.” Hij klinkt beschaamd.

Deze ochtend verkoop ik kaartjes en de kassamedewerker moet handelingen verrichten die me ouderwets en ontroerend voorkomen. Ergens in het museum bevindt zich een hok met kluisjes. Op de deur hangt een handgeschreven papier met de tekst: „Deze deur moet altijd dicht blijven.” De kassamedewerker telt in het hok zijn kassa, dekt de kassa af en loopt door het museum naar de entreehal.

Ik begin met ruim zestienhonderd euro wisselgeld, wat me overdreven lijkt, maar Ingeborg, die mij begeleidt, zegt: „Dat romen we straks af.” Ingeborg heeft vertaalwetenschappen gestudeerd en doet nu de garderobe en kaartverkoop in het Stedelijk. Na de zomer hoopt ze stage te gaan lopen in het MoMa in New York.

Kassa- en garderobemedewerkers horen zwart te dragen of een trui van het Stedelijk, maar ik mag mijn witte blouse aanhouden.

De gemiddelde museumbezoeker benadert de kassa verlegen, soms zelfs in lichte vertwijfeling. Een Spaans echtpaar dat geen woord Engels spreekt wil weten of dit het Van Gogh-museum is.

Wat voor soort museum is dit dan, informeren ze. „Arte moderne,” antwoord ik, in de hoop dat dit min of meer Spaans is.

Het echtpaar overlegt voor de kassa, ze fluisteren in elkaars oor, tussendoor kijken ze om zich heen alsof ze hopen in de entreehal iets van de kunst te ontwaren die ze al dan niet willen bekijken. Dan zegt de man „gracias” en ze lopen het museum uit.

„Ik heb altijd last van plaatsvervangende schaamte,” vertelt Ingeborg.

Twee meisjes willen studentenkorting. Ze zien eruit als studenten maar Ingeborg is streng, geen studentenkaart dus moeten ze iets anders laten zien. Een van de meisjes zoekt op haar telefoon naar een bankafschrift waaruit moet blijken dat ze studiefinanciering krijgt. Ik durf er amper naar te kijken.

„Voor kinderen beneden de achttien printen we geen kaartjes uit, die mogen zo naar binnen, want we zijn een groen museum,” zegt Ingeborg.

Ik heb weinig met zoveel genoegen gedaan in het Stedelijk als het verkopen van kaartjes. Er zit een kassamedewerker in me. Dat weet ik dan ook weer.

(Wordt vervolgd)