Hoger onderwijs wil numerus fixus op Engelstalige opleidingen

Universiteiten en hogescholen

Dankzij colleges in het Engels is het Nederlandse onderwijs al te aantrekkelijk geworden voor buitenlandse studenten.

Ongeveer veertig boze studenten 'bezetten' de bestuurskamer van de faculteit Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen. De RUG wil voornamelijk zoveel mogelijk studenten trekken en dat gaat volgens de studenten ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. Kees van de Veen

Universiteiten en hogescholen willen een numerus fixus kunnen instellen voor Engelstalige opleidingen. Op deze manier verwachten ze meer greep te krijgen op de massale instroom van buitenlandse studenten bij opleidingen die het Engels als onderwijstaal zijn gaan gebruiken.

Bij een numerus fixus voor een Engelstalige opleiding kunnen „studenten die de Nederlandse taal machtig zijn, desgewenst altijd instromen in de Nederlandstalige track”

Bij een numerus fixus voor een Engelstalige opleiding kunnen „studenten die de Nederlandse taal machtig zijn, desgewenst altijd instromen in de Nederlandstalige track”, schrijven de universiteiten en de hogescholen in een gezamenlijk stuk dat ze maandag openbaar hebben gemaakt.

Met deze gedeeltelijke numerus fixus kunnen de instellingen het Europese verbod op discriminatie tussen Nederlandse en andere Europese studenten omzeilen. Volgens Europese akkoorden hebben Europese studenten evenveel recht op hoger onderwijs tegen het Nederlandse tarief als Nederlandse. Bij een numerus fixus op de Engelstalige opleiding kunnen Europese studenten altijd nog in het Nederlands gaan studeren. Opleidingen zullen voortaan meer onderling afstemmen of ze tot de Engelse taal overgaan. Dat doen ze in overleg met hun medezeggenschapsraden. Bij 2.000 euro collegegeld kost een Europese student de Nederlandse overheid net zoveel als een Nederlandse. Studenten van buiten de EU hebben het Europese recht op hoger onderwijs niet. Voor hen zou het collegegeld en het inschrijfgeld verhoogd moeten kunnen worden om de instroom te beperken.

Universiteiten willen de komende jaren de groei van het aantal studenten afremmen, met name die uit het buitenland. Universiteiten hebben met elkaar afgesproken minder studenten in het buitenland te werven.

Op deze manier vragen de universiteiten de overheid om de internationalisering beter te mogen coördineren. Tot nu toe zijn opleidingen in onderlinge concurrentie en zonder veel samenwerking overgegaan op het Engels. Zij deden dat om internationaal talent aan te trekken, maar ook om genoeg studenten in de opleiding te houden. De overheid betaalt de opleiding op grond van aantallen studenten.

Het gevolg was een enorme groei van buitenlandse studenten. „Het Nederlandse hoger onderwijs is internationaal superaantrekkelijk, maar wij moeten kijken hoeveel groei we kunnen absorberen”, zegt Pieter Duisenberg, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten VSNU.

Ook bij verminderde instroom, volgens Duisenberg te bepalen door de instellingen zelf, zou het percentage internationale studenten nog kunnen groeien aangezien het aantal Nederlandse studenten demografisch gezien zal dalen. Het stuk van universiteiten en hogescholen voorziet mogelijk 20 procent internationale studenten aan de universiteiten (nu 17 procent). Op de hbo wordt dan één op de veertien studenten buitenlands. Inmiddels is 30 procent van het universitaire personeel en de helft van de promovendi internationaal.

Meer internationalisering is wellicht wenselijk, volgens het plan, gezien de terugloop van het aantal Nederlandse studenten en de groeiende vraag naar hoger opgeleiden in de arbeidsmarkt. Een kwart van de buitenlandse studenten werkt vijf jaar na hun studie nog in Nederland. Maar er moet wel geld voor die internationalisering zijn. „Een risico van de forse groei van het aantal internationale studenten is dat de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs juist onder druk komen te staan”, aldus het document.

Instellingen willen verder de huisvesting voor buitenlandse studenten en de taalcursussen in het Engels en Nederlands verbeteren. Verder nemen de instellingen zich voor om de Nederlandse en buitenlandse studenten meer met elkaar in contact te brengen in het onderwijs en in het studentenleven. Nu mengen Nederlandse en buitenlandse studenten sociaal weinig, ook als ze gezamenlijk in het Engels college lopen.