Hoe kon Belgisch bedrijf bestanddeel zenuwgif naar Syrië exporteren?

Een Belgisch bedrijf heeft zonder vergunning isopropanol, dat kan worden gebruikt bij de productie van sarin, uitgevoerd naar Syrië. Vanaf dinsdag begint in Antwerpen een proces tegen de betrokkenen bij de illegale export.

Een groep demonstranten organiseerde in 2017 in Londen een protest. Vier jaar eerder vond een aanval met chemische wapens plaats in Ghouta. Foto Wiktor Szymanowicz

Isopropanol is een veelzijdig goedje. Je vindt het in middelen om je brillenglazen mee schoon te maken of om verf mee op te lossen. Je kunt ermee ontsmetten of ramen ontvetten. Maar isopropanol is ook een van de bestanddelen voor zenuwgif sarin, dat voor zover bekend twee keer is ingezet in Syrië, met honderden doden tot gevolg. Net als een hele reeks andere chemische stoffen mag isopropanol sinds juli 2013 niet meer van Europa richting Syrië zonder vergunning.

Althans, dat is het idee. Want tussen mei 2014 en december 2016 werd alsnog isopropanol van België naar Syrië verscheept. Zónder vergunning, onthulde weekblad Knack vorige maand. Vanaf dinsdag begint in Antwerpen een proces tegen de drie betrokken bedrijven, aangespannen door de Belgische douane.

Over een aantal zaken is iedereen het eens. Het Kalmthoutse bedrijf A.A.E. Chemie Trading, een groothandel in chemische producten voor industrieel gebruik, leverde. Anex Customs, inmiddels failliet, en Danmar Logistics zorgden voor de papierwinkel. Het Assad-regime ging er in 2014 mee akkoord zijn hele voorraad isopropanol à 133 ton te vernietigen, terwijl deze bedrijven juist 168 ton náár het land in burgeroorlog stuurden. Ook duizenden kilo’s aceton, methanol en dichloormethaan gingen naar Syrische bedrijven. En de vereiste vergunningen, die waren er niet.

‘Overheidssite niet bijgewerkt’

Over de rest verschillen de meningen. Waar de douane zegt dat de bedrijven fout zaten, beweert directeur van Danmar Logistics Herman Van Landeghem dat ze niet wisten van de vergunningsplicht. De door de bedrijven gebruikte overheidssite waarop regelgeving staat, was volgens Van Landeghem niet bijgewerkt: „Een dag ná de publicatie in Knack is daar pas op gezet dat deze stoffen niet zomaar naar Syrië mochten worden geëxporteerd.” De douane zou zelf niet van de regels hebben geweten, zegt hij. Ze maakten immers geen probleem van de export van de stoffen.

Alle in- en uitgaande goederenbewegingen naar landen buiten de EU worden normaal gesproken nauwkeurig gecontroleerd, vertelt Alexander Baert, gespecialiseerd in douanerecht bij advocatenkantoor Laga. Zeker wanneer voor bepaalde goederen of landen een bepaald embargo geldt, zoals hier het geval is. „Bedrijven dienen elektronisch invoer- en uitvoeraangiftes in van wat ze vervoeren, dat wordt automatisch gecontroleerd. In dit geval had dus ergens een alarm moeten afgaan, als die bedrijven inderdaad hebben aangegeven wat ze vervoerden.”

De stelling dat de bedrijven niet op de hoogte waren van de regels, vindt chemische wapens-expert Jean-Pascal Zanders „moeilijk te aanvaarden”. „Dat isopropanol kan worden gebruikt in de productie van sarin is echt vrij bekend.” Toch noemt hij het net zo goed „zeer eigenaardig” dat de stoffen wel konden worden uitgevoerd. „Ofwel de bedrijven hebben geëxporteerd zonder de douanediensten in te lichten, of de douane heeft de zaken niet goed ingeschat. In beide gevallen heeft de exportcontrole in België gefaald. Niet eenmalig, maar meerdere jaren, meerdere keren. Ik stel mij daar vragen bij.” Dat deed ook Europarlementslid Marietje Schaake (D66) volgend op het nieuws in Knack: „Lag de Belgische douane te slapen?”

Vanuit Nederland werd in 2013 nog glycol geleverd aan Syrië. Lees daarover: Export van glycol naar Syrië achteraf ‘tamelijk verontrustend’

Geen bekende banden met Assad

Er zijn geen aanwijzingen dat de vanuit België vervoerde isopropanol ook echt voor de aanmaak van sarin is gebruikt, benadrukt Zanders. De Syrische bedrijven die de chemicaliën ontvingen hebben geen openlijk bekende banden met het regime van dictator Bashar al-Assad. Maar pijnlijk is het wel. België spreekt zich altijd nadrukkelijk uit tegen het gebruik van chemische wapens. Daarbij wordt regelmatig verwezen naar het Belgische Ieper, waar in 1915 de eerste grootschalige gifgasaanval plaatsvond. Begin maart ontving minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders de directeur van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens in Brussel en zei hij, verwijzend naar het gebruik van chemische wapens in Syrië: „Het zijn oorlogsmisdaden die moeten worden bestraft.”

Francis Adyns, woordvoerder van de federale overheidsdienst Financiën, die ook over de douane gaat, ontkende de beweringen van de bedrijven in Knack, maar wil in aanloop naar de rechtszaak verder niets kwijt over wat er mis is gegaan. Of er een intern onderzoek bij de douane komt, wil hij ook niet zeggen.