Opinie

    • Marjoleine de Vos

Het middelpunt van de wereld, waar ik zit

Onwaarschijnlijk mooi weer. Voor de ramen van mijn werkkamer staat de tuin en toont zijn tulpen, ooievaarsbek, bloeiend fluitenkruid. Vlindertjes vliegen langs, een wesp bouwt ijverig aan een flinterdun nest. Dit is de wereld, nu. Er is ook de wereld in het scherm van mijn computer. Ik werk, ik verplaats komma’s en soms zelfs een hele zin, ik ben goed bezig.

In Iran denkt iemand na over een atoombom. President Trump twittert over grenzen die dicht moeten. In Syrië wordt een massagraf ontdekt. Iemand loopt door een straat in Mosul en zegt: hier was een school. In Oostenrijk smelt een gletsjer met een angstaanjagende snelheid. Het vliegverkeer is moeilijk terug te dringen, zegt iemand op de radio; ook milieubewuste mensen vliegen maar raak.

Dat we net doen alsof we de wereld begrijpen, dat we ons er zo gerust in voelen vaak, hoe is dat toch mogelijk? Er is au fond, en zo heel diep hoef je niet eens te gaan, bijzonder weinig van te begrijpen, en het woord ‘bubble’, dat nu zo geliefd is in verwijten, is eigenlijk helemaal niet op zijn plaats. Alles is een bubble.

Dichter Martin Reints schrijft in Wildcamera over een toneelvoorstelling in de open lucht. In het decor staat ook een kippenhok. Al spoedig kijkt hij vooral naar de kippen, die zich helemaal niets aantrekken van wat er om hen heen gebeurt. „Een van de toneelspelers loopt met boze stappen voor het kippenhok langs en gaat af, de achterblijvers verheffen hun stem, de kippen kijken niet op of om.”

Het is grappig en bijzonder inzichtgevend tegelijk. De lucht boven het toneelstuk verkleurt gewoon op eigen houtje, de bomen zijn decor, maar een duif vliegt er onverschillig heen: „Het spel is een afbeelding van de wereld en het is zelf een wereld. Maar het is een wereld omgeven door tal van andere werelden.”

Natuurlijk kan iemand nu tegen mij schreeuwen dat ik zeker helemaal nergens besef van heb, in mijn eigen bubble met mijn poëzie en mijn tuin – dat is de wereld niet. Nee, dat klopt wel, het is maar een onderdeeltje. Er is alles in de wereld. En toevallig bevindt bijna iedereen zich precies in het middelpunt.

Dat zijn relativerende gedachten en het zou natuurlijk bespottelijk zijn om daaruit te concluderen dat discriminatie, klimaatverandering of oorlog, allemaal óók maar gewoon een eigen beleving zijn. Grote dingen zijn grote dingen. En zelfs hier, in deze tuin, lijkt de wereld meer koek en ei dan-ie is, want ietsje verderop in hetzelfde piepkleine, vredig kwinkelerende dorp staat een grote container naast een huis dat afgebroken gaat worden, gasbevingsschade. En niemand die je spreekt ziet de toekomst hier erg optimistisch in voor de schadeafhandeling, omdat de regering, strategisch briljant gedaan, dat moet gezegd, de indruk wist te wekken dat er een besluit is genomen waarmee de problemen hier opgelost zijn.

Kijk, daar begin ik al. De problemen ‘hier’. Veel dichterbij dan die atoombom waar je toch niets aan of tegen kunt doen. Het Amerikaanse beleid beloont het bezit van kernwapens schreef een Britse analist in de krant. Wie kan dreigen met een atoombom, zoals Noord-Korea, krijgt veel meer gedaan dan wie zich, als Iran, in een deal laat betrekken. Trump bevordert ook de verharding van het islamitische regime in Iran, legde Carolien Roelants uit. Je leest het en je denkt: ja, zo zit het. Wat vreselijk.

De kippen in hun hok op het toneel zijn aan het scharrelen. „Ze pikken in de grond, gaan zitten, klapperen met hun vleugels, staan weer op, pikken weer in de grond.”

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.
    • Marjoleine de Vos