Het gras aan de andere kant van de oceaan

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: de groepsapp legt werelden van verschil bloot.
Illustratie Eliane Gerrits

We begonnen er drie jaar geleden mee, toen de oudste uit huis ging: een groepsapp. Zo konden we als gezin blijven meeleven met de grote, kleine en vooral alledaagse belevenissen.

Onze oudste zoon wierp zich in het Amsterdamse studentenleven. Al snel zagen we een fotostroom van feesten, concerten en weekendjes weg. Daar zat hij met een cappuccino en croissant in Parijs of Barcelona, in een bootje door de grachten, of op een bakfiets met twintig kratten bier. Huisvesting vinden viel niet mee. Na een jaar logeren bij vrienden betrok hij een appartement in een hippe wijk. Met zijn beste vrienden van de basisschool nota bene.

Een jaar later vloog de tweede zoon uit: een paar honderd meter. Hij ging studeren in Princeton. Van tevoren moest hij een vragenlijst invullen. Ging hij vroeg naar bed of juist laat, snurkte hij, hield hij van popmuziek of klassiek? Daarna kreeg hij te horen waar hij ging wonen en wie zijn roommates waren. In een klap had hij woonruimte en vrienden. Op zijn foto’s vooral veel universitaire groepsuitjes. Op survivaltocht in de bossen van Pennsylvania, een frisbeetoernooi in North-Carolina, of aan het stuur van een busje vol lesmateriaal in Manhattan. Altijd in de oranje clubkleuren. Go Tigers!

De uitwisseling van ervaringen toont een mix van jaloezie, schouderophalen en bewondering. De transatlantische discussies gaan typisch als volgt:

„Jij hebt het toch wel erg makkelijk in Amsterdam. Je eigen appartement. Geen slaapwandelende kamergenoten. Overal naar toe op je fietsje. Een studentenparadijs!”

„Ho, ho. Jij kwam in een gespreid bedje. Alles is geregeld. Je kunt de hele dag door onbeperkt pizza’s, taco’s, noedels, hamburgers en ijs eten. Het lijkt wel de universiteit van Disneyland.”

„Maar jij kunt zélf koken. En tussendoor een boterham met hagelslag! En als je geen zin hebt, zijn er honderden restaurants in Amsterdam. Plus alle kroegen. Met bitterballen. Ik zie wel hoe laat je het iedere avond maakt. Ik moet tot mijn 21ste wachten voor mijn eerste biertje.”

„Man, ik weet precies wat er in jullie sociëteiten gebeurt. Doe niet zo schijnheilig. Ik moet iedere dag de hele stad door fietsen naar college of om vrienden te bezoeken. En het regent bijna altijd. Jij rolt zo je bed uit de collegezaal in. Alles keurig aangeharkt en om de hoek: sportzalen, tennisvelden, bibliotheken, studieruimtes.”

„Makkelijk praten met je Nederlandse studietempo en zesjescultuur. Iedereen hier werkt keihard en vaak de hele nacht door. We hebben ook ’s avonds college en werkgroepen. En nauwelijks vakantie. Jij was toch net weer in Praag?”

„Hou op. Princeton organiseert je sport, al je clubjes, reizen, stageplaatsen. En straks je toekomst. Een geheel verzorgde reis.”

Zo blijft het gras groener aan de andere kant van de oceaan.

Onze schoolgaande dochter volgt de groepsapp met groeiende belangstelling. Snurkende kamergenoten schrikken haar af, maar hoe vind je woonruimte in Amsterdam? Het vergelijkend warenonderzoek gaat verder. Het eindoordeel? De app zal het leren.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong