‘Er is niks veranderd in 50 jaar: links is nog steeds verkruimeld’

Studentenverzet in de VS

Idealistisch waren ze, de witte en zwarte studenten die in 1968 Columbia University bezetten. Maar de rassenkloof bleek te diep.

De Amerikaanse activist Mark Rudd (midden) spreekt op 3 mei 1968 studenten toe op Columbia University. Foto Getty Images

Het broeide op de campus, in de lentedagen van 1968. Op Columbia University in New York werd verhit gediscussieerd. „Je kon niet rondlopen zonder in een debat over Karl Marx te belanden”, zegt Ray Brown, destijds studentenleider.

„Er heerste een geest van bevrijding. Ik ging voor het eerst korte rokken dragen”, zegt Karla Spurlock-Evans, toen eerstejaars student.

„Ik kon me niet meer op mijn studie concentreren. Het was de tijd dat alles politiek voor me werd”, zegt Paul Starr, toen hoofdredacteur van de studentenkrant.

Vijftig jaar geleden trokken jeugdige babyboomers vol idealen ten strijde tegen het oude establishment. Wat is er over van hun idealen? Hoe vormden zij de kunst en cultuur? En waarom zit het revolutionair elan anno 2018 vooral op rechts? Deze maand besteedt NRC aandacht aan revolutiejaar 1968.

Lees de verhalen via nrc.nl/1968.

Ze voelden zich belangrijk, de deelnemers aan het grootste studentenprotest in het Amerika van 1968. Zo belangrijk, dat ze dachten dat de Europese demonstraties er kwamen uit solidariteit met hún zaak. Paul Starr, nu hoogleraar sociologie aan Princeton University, zegt: „Dat toont aan hoe naïef de beweging was, losgezongen van de werkelijkheid.”

Eind april van dat jaar bezetten bijna duizend studenten van de elite-universiteit aan de Upper West Side in New York vijf schoolgebouwen. Een decaan werd 24 uur lang gegijzeld. De studentenactie wordt in de VS gezien als een bepalend moment in het traumatische jaar 1968. Het land was cynisch gebeukt door de moord op Martin Luther King, de oorlog in Vietnam, racisme en politiek geweld. Op universiteiten ontstond een tegenbeweging, die op Columbia tot een climax kwam. Studenten waren bang en razend tegelijk, zegt Ray Brown. Hij is tegenwoordig advocaat. „Jonge mannen moesten in militaire dienst. Niemand wilde naar Vietnam.”

Explosie van woede

Black Power activisten Stokely Carmichael en Rap Brown spreken met een journalist voor Hamilton Hall, een van de vijf gebouwen van Columbia University die zijn bezet door demonstranten. Foto EPA

Twee kwesties zorgden voor een explosie van woede. De eerste had met Vietnam te maken: de universiteit bleek samen te werken met een denktank die aan het Pentagon verbonden was. En er was een raciale component: Columbia had plannen een sporthal te bouwen in Harlem, een nabijgelegen Afro-Amerikaanse wijk. Inwoners van Harlem zouden alleen via de achterdeur gebruik kunnen maken van de sportschool. Gym Crow, heette het geplande project al snel onder studenten, een verwijzing naar de zogeheten Jim Crow-wetten, die de scheiding tussen wit en zwart regelden na afschaffing van de slavernij.

De studenten leken een machtige coalitie te smeden. Radicale en gematigde linkse groepen legden hun rivaliteit bij, witte en zwarte studenten demonstreerden gezamenlijk, iedereen mocht voor zijn eigen zaak vechten.

Maar die eenheid was maar schijn, zegt Paul Starr, destijds hoofdredacteur van universiteitskrant Columbia Spectator. „Ik was tegen de oorlog in Vietnam, en wilde daartegen demonstreren. Maar ik deelde de analyse van de hardliners niet, die Columbia van neo-kolonialisme beschuldigden. De radicalen hadden bovendien geen idee van de stemming in het land. Ze dachten dat ze een linkse revolutie zouden ontketenen, terwijl Amerika die maanden juist scherp naar rechts trok. Ze hadden geen idee van het leven buiten de campus.”

Nog problematischer waren de rassenverhoudingen. Zwarte studenten zagen de bezetting als hún opstand, zegt leider Ray Brown. „Wij, de zwarte studenten, kwamen uit een diep-politieke traditie. Onze ouders hadden zich verzet tegen lynchpartijen, steunden de Burgerrechtenbeweging. We hadden Martin Luther King en Malcolm X. Witte studenten bedoelden het goed, maar wisten van niks. Wij waren georganiseerd, zij waren verwend en beschermd. Maar zij kregen alle aandacht in de pers.”

Mijn generatie was bereid voor verschillende zaken te vechten. Nu denken mijn leeftijdgenoten in termen van verlies.

Paul Starr

Aan het begin van de bezetting, toen de studenten nog maar één gebouw in handen hadden, sprak Ray Brown de witte medebezetters toe. ,,Ik stuurde alle witte studenten weg. ‘Ga maar je eigen gebouwen bezetten’, zei ik. Ik wilde niet dat zij onze strijd zouden kapen.” De witte studenten vertrokken mokkend, en bezetten vier andere gebouwen.

De bezetting hield een week stand. Toen drongen gewapende agenten de campus binnen, die de studenten uit de gebouwen sloegen. Honderden studenten werden gearresteerd. Vooral tegen de witte studenten werd veel geweld gebruikt. De politie, zeggen de studenten van toen, wilde vlak na de moord op Martin Luther King niet beschuldigd worden van racisme.

„Wij, de zwarte studenten, werden met fluwelen handschoentjes aangepakt”, zegt Karla Spurlock-Evans, nu decaan aan Trinity College. „Ze waren als de dood dat de boel zou ontploffen.” Toen ze thuiskwam van de bezetting, dacht Spurlock-Evans dat haar vader woedend zou zijn dat ze aan zoiets gevaarlijks mee had gedaan. „Maar toen ik het opbiechtte, zei hij: ‘Mooi zo. Ik zou willen dat ik in mijn tijd zoveel had gedurfd’.”

De verdeeldheid onder studenten zorgde dat de ‘1968’-beweging in de VS faalde, zegt Paul Starr. „Niet de studenten wonnen, maar de groepen die zich tégen de studenten keerden. De maatschappelijke reactie was veel heftiger, veel radicaler ook dan wijzelf ooit geweest waren. We gaven een schop tegen de schenen van de gevestigde orde, en we werden volledig in elkaar getrapt. Niet de onze revolutie won, maar de reactie daarop. Tot vandaag is dat merkbaar.”

Lees ook: De strijd om de erfenis van ‘Mei 1968’ is vijftig jaar later nog altijd niet beslist. Was het de start van een vrijer tijdperk of het begin van de afbraak? Lees daarover: De hemelbestormers van ’68 zijn nu het establishment

Een half jaar na de bezetting van Columbia won Richard Nixon, de zelfbenoemde voorvechter van de Zwijgende Meerderheid, met overmacht de presidentsverkiezingen. De Reagan-jaren stonden in het teken van verzet tegen de geest van de jaren zestig. Paul Starr: „Het verhaal van Amerika is na 1968 het verhaal van weerzin tegen ‘1968’ geworden. De verkiezing van Donald Trump is de radicaalste afrekening met het verlangen naar vooruitgang en bevrijding van toen.”

Het zijn juist de babyboomers, de generatiegenoten van de studenten van toen, die zich nu het hardst tegen de sfeer van 1968 verzetten. Zij vormden in 2016 de belangrijkste machtsbasis van Trump. ,,Nieuw Links is helemaal verdwenen”, zegt Paul Starr. „Het bestaat niet meer. Mijn generatie was bereid voor verschillende zaken te vechten: zwarte emancipatie, vrede, een seksuele en culturele revolutie. Nu denken mijn leeftijdgenoten in termen van verlies: ze zijn bang dat verandering hun positie bedreigt.”

De verkiezing van Donald Trump is de radicaalste afrekening met het verlangen naar vooruitgang en bevrijding van toen.

Paul Starr

Idealen van destijds

De jaargenoten van Paul Starr zijn nog altijd „redelijk progressief”, zegt hij. De meesten verachten Trump, en omarmen de idealen van toen in theorie nog altijd. „De kern van de #Resist-beweging tegen Trump bestaat uit middelbare en oudere vrouwen. Maar daarmee bouw je geen brede maatschappelijke beweging op. Mijn generatie heeft daarin gefaald. Je merkte het toen al op de universiteit. De een was tegen de oorlog, de ander voor een culturele omslag, een derde voor rechten voor Afro-Amerikanen. De samenwerking duurde toen maar een paar dagen, en is daarna verder verkruimeld.”

Het activistisch vuur vind je nu veel meer op rechts dan op links, zegt Starr. In zijn studententijd was het radicaal-links, dat de schijn-progressiviteit van instituties als de universiteit wilde ontmaskeren. Nu zijn het de ‘alt-right’-studenten die, hoewel ver in de minderheid, op universiteiten de meeste herrie trappen. Zij nodigen radicale sprekers uit, en buiten de ophef hierover uit. Zo pogen ze op hun beurt de universiteiten ontmaskeren als repressief. In dat fanatisme herkent Starr zijn linkse leeftijdgenoten van vroeger.

Ray Brown is verbitterd over zijn witte leeftijdgenoten. Zij hebben de erfenis van ‘1968’ verkwanseld, vindt hij. „Een zwarte bevrijdingsbeweging is er altijd geweest in Amerika, en zal er altijd blijven. Maar de witte studenten waren slechts heel kort een bondgenoot. Trump, een racistische president, is in het zadel geholpen met de witte stem.” Wat hij toen al vermoedde, gebeurde volgens Ray Brown precies: een progressieve eenheid is een illusie.

Brown verwijst naar Alabama, waar de omstreden Republikein Roy Moore, beschuldigd van kindermisbruik, vorig jaar maar nipt de strijd om een Senaatszetel verloor. Moore verloor doordat zwarte kiezers in Alabama massaal opkwamen, en de tegenkandidaat steunden. „Als het aan de witte kiezers had geleden, was Moore gewoon senator geworden. Ik zeg vaak tegen witte vrienden: ‘Hoe vaak moeten wij jullie nog redden’?”

Lezersonderzoek

Hoe heeft de generatie van ’68 haar idealen doorgegeven aan de volgende generatie? NRC is benieuwd naar uw ervaringen. Stond u zelf op de barricaden en heeft u geprobeerd uw kinderen op te voeden in de geest van ’68? Heeft u studenten of andere jongeren kunnen inspireren met uw ervaringen? Of bent u juist kind van een babyboomer en besloot u het zelf allemaal anders te doen? Wij hopen dat u uw ervaringen met NRC wilt delen. Doe mee via nrc.nl/lezerspeiling.


    • Guus Valk