Column

Domweg gelukkig in een zee van klei

Zap Na tien seizoenen Boer zoekt vrouw is Yvon Jaspers één brok vakmanschap. Zondag stelden de boeren zich voor. Met vrouwvrezende jonge boeren is Jaspers op haar best.

Akkerbouwer Wim en Yvon Jaspers in de Noordoostpolder.

Ze moeten zich hebben gevoeld als een horde hunkerende shetlandpony’s die eindelijk de wei weer in mogen, de alleenstaande agrariërs van Nederland. Want na bijna vier jaar wachten brengt KRO-NCRV de boer weer aan de vrouw (m/v). Er waren 635 aanmeldingen. Het boerengeduld in de polder werd extra op de proef gesteld doordat het negende seizoen twee jaar geleden was gewijd aan migratieboeren.

Zondag zat er in de voorsteluitzending een kudde echte pony’s, al renden de beestjes op de eerste lentedag niet alleen naar buiten maar ook, zeer Nederlands, recht op de A4 af. Gelukkig zat er een slootje tussen.

Hoe dan ook is het fijn thuiskomen bij Boer zoekt vrouw na een week Songfestivalheisa vol gekissebis en dikdoenerij – en Yvon Jaspers’ kandidaten zijn makkelijker uit elkaar te houden dan Portugese presentatrices. Ook dragen de boeren gewone, spleetloze bovenkleding, met daarop gedrukt onweerstaanbare wijsheden als „Bloemisten bestaan omdat ook bloemen helden nodig hebben”.

Na tien seizoenen is Yvon Jaspers één brok vakmanschap. Ze weet hoe je een geitje de fles moet geven; in de stal spiekt ze routineus onder het bovenste blad van de tietenkalender; als ze per ongeluk een verse champignon onthoofdt roept ze ‘o jee’; als ze een van de stuursere boeren om thee vraagt, voegt ze eraan toe: „Je weet toch wel wat dat is?”

Met vrouwvrezende jonge boeren is Jaspers op haar best. Ze gaat dichter bij ze staan dan zo’n jongen ooit heeft meegemaakt, ondervraagt ze over hun vrouwenwensen („een spontaan meisje”) en merkt op dat ze tijdens het gesprek steeds naar de einder kijken. Ja, antwoordt zo’n man dan, ik vind het mooi om te zien wat daar gebeurt. Waarop zij verklapt dat vrouwen het leuk vinden om aangekeken te worden.

De jonge boer die dit overkwam – een Friese knuffelbeer van 28 die het bedrijf leidt sinds zijn vader door een reeks beroertes werd getroffen – lijkt me een zekere kandidaat voor de tweede ronde. In de herfst gaat het programma verder met de vijf boeren die de meeste brieven hebben gekregen. Als er geen bizarre plottwists volgen (het is geen Wie is de Mol, maar je weet het natuurlijk nooit) wordt het een volledig heteroseksueel seizoen, met zeven boeren en liefst drie boerinnen.

Onvergetelijk was zondag het moment waarop boer Rudie voorstelde om de koffie in zijn woonkamer te drinken. Men stapte over de drempel en daar bleek er helemaal niets op de laminaatvloer te staan. Jaspers spotte een haard in de verlaten kamer. Daar had natuurlijk nog nooit een vuurtje in geknetterd, dus stelde zij voor dat nu aan te steken. Voor alles is een eerste keer, maar we hoorden de schroomvallige boer nog net vragen: „Weet jij hoe dat moet?”

Toch was dat niet de man voor wie ik in vuur en vlam kwam te staan. Dat was Wim, akkerbouwer in de Noordoostpolder. Schitterende houten aardappelkisten lagen hoog opgetast tegen de muren van zijn boerderij. Daaromheen, zo ver het oog reikte, klei die mooi lag ‘op te grijzen’. Twaalf hectare in totaal. Voel maar, zei hij. Als je er een balletje van kan maken, dan is-ie nog te nat en moet je wachten met zaaien. Je moet het goed in de gaten houden, anders ben je te laat.

Wim stotterde een beetje, ‘haperen’ noemde hij dat zelf. Maar volkomen vloeiend vertelde hij steeds weer hoe mooi het was, zijn land, dat uitzicht waarover de vrouw van de televisie vroeg of het niet een beetje saai was. Wim keek om zich heen. Klei. „Dit is toch prachtig!”

Een man als een gedicht, domweg gelukkig in een zee van opgrijzende klei.