Voorlopig negeren de beurzen de Argentijnse crisis nog

Pesocrisis Moeten beleggers bang worden voor Argentijnse besmetting? Voorlopig niet, maar een crisis kan snel om zich heen grijpen.

Linkse demonstranten protesteren bij het Nationaal Congres tegen de regeringsonderhandelingen met het IMF over een noodkrediet. May 09, 2018. Foto EITAN ABRAMOVICH / AFP

Zo verleid je beleggers om een honderdjarige staatslening te kopen, zo klop je aan bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) voor een noodkrediet. Op 19 juni 2017 leende de Argentijnse staat 2,75 miljard dollar van beleggers, tegen een rente van 7,125 procent. Terugbetaling: het jaar 2127. Wie dacht dat investeerders zouden zijn afgeschrikt door de lange Argentijnse geschiedenis van crises en wanbetalingen, kwam bedrogen uit: er was veel meer animo dan de 2,75 miljard die de lening groot was.

Vorige week vroeg het land aan het IMF een kredietlijn van 30 miljard dollar. De koers van de peso keldert en de rente is al verhoogd tot 40 procent om de munt te stutten.

Lees ook: Het gehate IMF is weer terug in Argentinië

De Argentijnse kwestie staat niet op zichzelf. De vraag zingt sinds een week rond op de internationale financiële markten: is dit het eerste incident van een nieuwe crisis, is dit de opmaat tot een forse koerscorrectie op de wereldwijde beurzen?

Carry-trades

De lage rentes die de Amerikaanse en Europese centrale banken sinds de financiële crisis van 2008 hanteren hebben geleid tot een langdurige zoektocht door beleggers naar het laatste restje rendement. En veel burgers, bedrijven én overheden in opkomende markten zijn gaan lenen in dollars, of euro’s. De lage rente was voor hen voordelig, en zo lang de koers van de eigen munt maar stabiel bleef tegenover de dollar of de euro, was er niets aan de hand: de lening kon met binnenlandse verdiensten worden terugbetaald.

Doorgaans gaat een verschijnsel als dit gepaard met beleggingen die geen materieel doel dienen, maar puur speculatief zijn. In een zogenoemde ‘carry trade’ leent een bank of belegger in dollars, koopt daarmee in dit geval leningen in een valuta van een opkomende markt met een veel hogere rente. Het renteverschil, vaak met hefboom, is de winst. En vaak zorgen carry-trades aanvankelijk ook nog voor een opwaartse druk op de lokale munt, omdat de leningen waarin wordt belegd eerst moeten worden gekocht. Dat is dubbel voordeel, want hoe hoger de lokale munt tegenover de dollar, hoe voordeliger de lening af te lossen valt.

Maar dit soort handel kan paniekerig en chaotisch omslaan. Dan vlucht dit snelle kapitaal en de verkoopgolf van lokale leningen verzwakt de munt. Het IMF waarschuwde nog een maand geleden voor de snelle toename van schulden, waaronder dollarkredieten in opkomende landen. De recent stijgende koers van de Amerikaanse dollar zou een gevaarlijke situatie kunnen opleveren. En nu de Amerikaanse centrale bank ernst maakt met het verhogen van de rente worden dollarschulden sowieso duurder dan zij waren.

Dotcom-bubbel

Of Argentinië het mijnvogeltje is dat de eerste waarschuwing geeft voor een periode van grote ophef op de financiële markten is nu de vraag. In 2001 was er een hevige Argentijnse crisis, waar het hele nationale geldsysteem korte tijd ophield met functioneren. De rest van de wereld ging er toen schouderophalend aan voorbij. In 1997 was een soortgelijke crisis van de Thaise munt, de bath, wél de opmaat voor een enorme crisis bij de opkomende markten, van Zuid-Korea tot uiteindelijk zelfs Rusland. Maar de westerse financiële markten schrokken toen slechts kort, en vervolgden daarna hun opmars naar wat later de dotcom-bubbel zou gaan heten.

Zijn we nu ook immuun? Argentinië had al een reputatie. Een crisis daar is vooralsnog eerder een symptoom van de nervositeit op de beurzen dan dat het zelf een oorzaak is.

Veel opkomende landen klopten in 1997 en 1998 aan bij het IMF voor miljarden aan dollarsteun en moesten in ruil draconische maatregelen nemen. Zij hebben sindsdien flinke dollarvoorraden aangelegd. Dat geldt vooral voor de Aziatische landen. Ook de Latijns-Amerikaanse deviezenvoorraden ogen vooralsnog gezond. Maar vorige crises leren wel dat een paar miljard, als het zo ver is, zo is verdampt.

Lees ook de column over de gevolgen van de onbedoeld sterkere Amerikaanse dollar voor opkomende landen
    • Maarten Schinkel