Aantal insecten in Nederlandse natuurgebieden gehalveerd

Milieukunde Het aantal insecten nam in Nederland de laatste 20 jaar dramatisch af. Dat blijkt uit onderzoek van Natuurmonumenten in drie natuurgebieden.

Meikever op verlicht doek in het Tilburgse natuurgebied de Kaaistoep. In de Kaaistoep wordt al sinds 1997 het aantal nachtvlinders en kevers gemonitord. Foto Roos Pierson

In natuurgebied de Kaaistoep bij Tilburg komen nog maar half zo veel nachtvlinders en kevers voor vergeleken met twintig jaar geleden. En in twee andere natuurgebieden in Drenthe is het aantal loopkevers sinds 1995 met bijna driekwart afgenomen. Dat blijkt uit een analyse van jarenlang verzamelde vangstdata van verschillende groepen insecten. Natuurmonumenten, dat het onderzoek heeft laten uitvoeren, presenteerde er deze maandag een rapport over.

Aanleiding voor het onderzoek was een vorig jaar oktober verschenen studie in 63 Duitse natuurgebieden. Daaruit bleek dat het totale gewicht van de gevangen insecten in 27 jaar tijd met driekwart was afgenomen. De oorzaak was onduidelijk, maar de onderzoekers suggereerden een belangrijke rol voor de intensivering van de landbouw. Het onderzoek kreeg internationaal veel aandacht. In Nederland leidde het tot Kamervragen.

Volgens Natuurmonumenten zijn de Nederlandse bevindingen in lijn met de Duitse studie. Ze spreekt van „een grote aanslag op de kringloop van het leven”. Insecten spelen een cruciale rol in ecosystemen. Maar liefst 80 procent van de wilde planten heeft insecten nodig voor hun bestuiving, en 60 procent van de vogels eet insecten.

Maar deskundigen die niet bij het onderzoek betrokken waren, zijn voorzichtig. Het onderzoek in Nederland vond slechts in een beperkt aantal gebieden plaats, aan een beperkt aantal insectengroepen. Niet alle groepen laten bovendien een afname zien. In het Brabantse natuurgebied de Kaaistoep bleef het aantal haften stabiel, net als dat van de halfvleugeligen, waartoe onder andere luizen en wantsen horen. „Met studies uit een enkel gebied kun je nooit met zekerheid zeggen dat de trend die je waarneemt een algemeen geldende trend is, of iets wat specifiek is voor het gebied”, zegt David Kleijn, hoogleraar plantenecologie en natuurbehoud aan de Wageningen Universiteit.

In natuurgebied de Kaaistoep (450 hectare groot, bestaand uit heide, dennenbos en grasland) wordt sinds 1997 het aantal nachtvlinders en kevers gemonitord die in een lichtval belanden – die met vaste regelmaat ’s nachts wordt opgesteld. Sinds 2006 turven de (amateur-)onderzoekers er ook andere groepen insecten, zoals gaasvliegen en haften. In de twee andere natuurgebieden – het Nationaal Park Dwingelderveld en Hullenzand, beide bij Wijster – wordt sinds 1959 het aantal loopkevers geteld die in een van de 48 daar opgestelde potvallen terechtkomt. Het zijn de enige gebieden van Natuurmonumenten waar langjarige betrouwbare tellingen zijn gedaan.

Voorvleugels meten

Een vergelijking met de Duitse studie was niet zomaar te maken. Daarvoor moesten de onderzoekers de gevangen aantallen omrekenen naar biomassa. „Bij nachtvlinders bijvoorbeeld kun je uit de gemiddelde lengte van de voorvleugels het gewicht afleiden”, zegt Caspar Hallmann, ecoloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is eerste auteur van het nu verschenen rapport, en hij was ook eerste auteur van het onderzoek in de Duitse natuurgebieden. Aan het onderzoek werkte ook het EIS Kenniscentrum Insecten in Leiden mee. De onderzoekers komen voor bijvoorbeeld de nachtvlinders uit op een afname in biomassa van 61 procent in 27 jaar tijd. Hallmann noemt de trends „alarmerend”.

In hun rapport wijzen de onderzoekers erop dat een gestandaardiseerd netwerk om de toestand van insecten te monitoren in Nederland „grotendeels ontbreekt”. Dat was ook de uitkomst van een drie weken geleden gepubliceerd onderzoek, dat in opdracht van minister Schouten (Landbouw, ChristenUnie) was uitgevoerd. Zij wilde, naar aanleiding van de Duitse studie, weten hoe het met de insectenafname in Nederland is gesteld. In dat rapport adviseren onderzoekers een groot meetnetwerk op te zetten, om de ontwikkeling van insecten in Nederland in kaart te brengen. Niet alleen in natuurgebieden, maar vooral ook in agrarische gebieden.