Column

Kiki, Waylon en Ronaldo

Voor de spiegel in de hotellift neem ik even een Ronaldo-pose aan. Toegegeven, het klinkt belachelijk maar ik heb geen keus: ik zit in zijn hotel, hartje Lissabon. Zodra je binnen bent in ‘CR7’, dan weet je: uitsloven hier, een mannetje zijn.

In de lift schieten per etage foto’s voorbij van gouden ballen en schoenen. Ronaldo staat er steeds lachend op, uiterlijke twijfel is hem vreemd. Hij weet dat in topsport twijfel wordt afgestraft. Door fans, door tegenstanders en door de pers.

Het moét goed gaan, iedere dag weer.

Door de dubbele beglazing van mijn hotelkamer heen dreunen de bastonen uit de installatie op het Praça do Comércio. Het plein is de hele week in gebruik als ‘village’ voor liefhebbers van het songfestival. Dat had ik me tijdens het reserveren – drie maanden geleden – niet gerealiseerd.

Ik doe of mijn neus bloedt; tijdens de finale van het songfestival kijk ik op mijn Ronaldo-bed met een Ronaldo-kussen in mijn rug naar de tenniswedstrijd van de Nederlandse Kiki Bertens tegen de Tsjechische Petra Kvitová. Ze spelen om de titel van het prestigieuze toernooi in Madrid. De winnaar ontvangt 1,2 miljoen euro.

De twee vrouwen zijn niet bepaald lachebekjes. Kvitová zou als vermoeid kamersloofje mijn hotelkamer kunnen binnenwandelen met een emmertje sop. En Bertens heeft in haar carrière altijd met onzekerheden moeten leven. Ik herinner me haar huilbuien op de baan, het ging door merg en been.

Gelukkig is haar coach Raemon Sluiter altijd in de buurt. Hij zit achter een rijtje geraniums dicht op de baan. Af en toe mag hij het gravel op om tijdens een pauze met Bertens te spreken.

Je zou iedere onzekere topsporter zo’n coach toewensen. Sluiter holt naar je toe, gaat op zijn knieën en zegt precies wat nodig is. Hij is nuchter, heeft humor en deelt hier en daar een speldenprikje uit.

‘Wat dacht je, ik krijg het koud, ik doe een trui aan? Heel goed, schat.’

‘Waanzinnig knap hoe je speelt!’

Het gezicht van Bertens klaart op. Haar lachen op de baan, ook bij een misser, werkt verlichtend. In al die jaren hebben we haar gevecht met de duiveltjes in haar hoofd mogen volgen, maar relativering wint het nu van de knagende twijfel.

Bertens verliest in Madrid maar na een sterk toernooi kan ze ermee leven: ‘Alles in mijn hoofd en lichaam is een stuk rustiger.’

In de Ronaldo-minibar staat alleen een plastic flesje water. Voor alcohol moet ik mijn hotelkamer uit.

In een volle kroeg kijk ik samen met uitgedoste Songfestivalfans naar de televisie. Waylon is zelfverzekerd en goed bij stem. Toch wordt hij maar achttiende. De zanger oogt niet aangeslagen: ‘Altijd vasthouden aan je eigen ding.’

Verderop in de wijk Bairro Alto zingt Manuel Gaspar, een oude fadozanger, op een slecht verlicht pleintje. Op de grond liggen cd’s met zijn jongere versie op de voorkant. Ik gooi een paar euro in zijn gitaarkoffer.

Geen reactie.

Manuel is met zijn tranentrekker in een andere wereld beland, ver weg van Kiki, Waylon en Ronaldo.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.