Dit doet aan Mondriaan denken

Grunberg in het Stedelijk #10

De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Op de vloer ligt een koeienvel, in een kast staan dvd’s met Nederlandse series, waaronder Floris. Ik ben op bezoek bij Saèd, diep in Amsterdam-West.

Zijn oudste dochter Layla, bijna 19, zit achter de computer in de logeerkamer die dienstdoet als atelier, ze probeert zich in te schrijven op het Joke Smit College. Zijn jongste zoon Kareem, 11, loopt door het huis. Er is een gele vogel genaamd Sunny die vrij rondvliegt. Saèds middelste dochter, Hala, is naar het strand.

Saèd werkte dagen aan hetzelfde schilderij in het Stedelijk Museum, waardoor ik dacht hij performer was, hier blijkt hij echt schilder. Overal staat zijn werk. Er zijn schilderijen die gemaakt zijn van houten, geschilderde blokken, geplakt op canvas – dit doet aan Mondriaan denken.

„Ik ben begonnen met schilderen in het azc,” vertelt Saèd, „daar had ik geen verf, dus heb ik gekleurd papier gebruikt dat voor mijn kinderen was.”

Eigenlijk is Saèds huis een galerie, Kareem is de galeriehouder. Hij is klein, waardoor hij jonger lijkt dan 11.

Er is chocoladetaart, nootjes, wijn en bier.

„Toen we uit Aleppo weggingen,” vertelt Kareem, „heb ik stenen opgeraapt om mee te nemen.”

„Was je bang?” vraag ik.

„Niet echt,” vertelt Kareem, „maar er waren lieveheersbeestjes en daar was ik bang voor.”

Saèd laat een sprei zien, gemaakt van oude spijkerbroeken. „Dat soort dingen doe ik ook”, zegt hij. „Ik wil een winkel beginnen voor unieke objecten, een kunstwinkel. Denk je dat dat kans van slagen heeft, Arnon?”

„Ik denk het,” antwoord ik, „met jouw enthousiasme.”

Saèd is gescheiden, maar over zijn vrouw wordt weinig gesproken. Wel laat hij me een zogenaamd familieboek zien uit Syrië. Hier worden de namen van kinderen en vrouwen ingeschreven, zodat de autoriteiten kunnen zien dat de kinderen echt van jou zijn. Er is plaats voor ruim tien vrouwen in het familieboek.

Voor ik wegga wil Kareem dat Sunny op mijn hand gaat zitten, maar de vogel is bang. Een wilde jacht op de vogel volgt, tot ik zeg: „Ik maak de volgende keer wel kennis met Sunny.”

Saèd adviseer ik veel van zijn werk mee te nemen naar het museum. Het is daar zo leeg.

De volgende dag staat de helft van Saèds woning in het Stedelijk. Ik vind het prachtig.

Wij mensen hebben uiteindelijk niets anders te verkopen en aan te bieden dan onze min of meer unieke objecten plus eigen en andermans verhalen.

(Wordt vervolgd)

    • Arnon Grunberg