De Haagse banencarrousel draait en het Binnenhof bepaalt, of toch niet?

Politieke benoemingen

Het vicevoorzitterschap van de Raad van State is de eerste in een reeks belangrijke politieke benoemingen die eraan komen.

Het was een gelopen race, zo leek het. De afgelopen maanden ging er in coalitiekringen maar één naam rond als nieuwe vicepresident van de Raad van State: Thom de Graaf (D66), senator en oud-minister. Tijdens de kabinetsformatie was zijn naam door D66 genoemd als opvolger van Piet Hein Donner, die dit najaar met pensioen gaat. Geen bezwaar bij de coalitiepartners. Als De Graaf naar voren zou worden geschoven, was de zaak geregeld.

Dat was gerekend buiten de Raad van State zélf. Die heeft op eigen houtje Jeroen Dijsselbloem (PvdA) benaderd en bereid gevonden te solliciteren, zoals NRC afgelopen weekend meldde.

Bij het belangrijkste adviesorgaan van de regering heerst onvrede over het gebrek aan in inspraak over de benoeming. Zes jaar geleden was de komst van Donner ook een voldongen feit, terwijl een groot aantal staatsraden de voorkeur had voor een ander: D66’er Alexander Rinnooy Kan.

Het vicevoorzitterschap van de Raad van State is de eerste in een reeks belangrijke politieke benoemingen die in het verschiet liggen. Het komende jaar gaat de banencarrousel in Den Haag op volle snelheid draaien. En al kan tegenwoordig niet alles meer vanaf het Binnenhof geregeld worden, veel van die benoemingen hangen toch met elkaar samen.

Naast de Raad van State zijn er op dit moment interessante vacatures bij de stad Amsterdam, die op zoek is naar een nieuwe burgemeester, en bij alle vier de grote steden die van wethouders moeten worden voorzien. In de zomer gaan partijen op zoek naar lijsttrekkers voor de Europese verkiezingen én fractieleiders voor de Eerste Kamer.

Vanaf het najaar hebben maar liefst drie provincies (Noord-Holland, Utrecht, Gelderland) een nieuwe commissaris van de Koning nodig.

En volgend voorjaar kiest de Eerste Kamer een voorzitter. En tegen die tijd is vermoedelijk ook het spel op de wagen rond de benoeming van de nieuwe Nederlandse eurocommissaris.

Afspraken formatie

Over zowel de eurocommissaris als de vicepresident van de Raad van State is gesproken tijdens de formatie, vertellen betrokkenen. Bij geen van beide benoemingen zijn definitieve afspraken gemaakt over partijkleur of kandidaat. Met één verschil: anders dan bij de Raad van State zijn bij de eurocommissaris zelfs geen namen genoemd. De reden: iedereen in Den Haag weet dat de benoeming van een eurocommissaris een buitengewoon complex proces is. Er spelen allerlei factoren mee: politieke kleur, man/vrouw, de voorkeur van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie.

Op dit moment valt er in Den Haag en Brussel eigenlijk maar één naam: de huidige commissaris Frans Timmermans (PvdA). Zijn partij is weliswaar gedecimeerd en zit in de oppositie, maar als huidige tweede man van de Commissie is hij vooralsnog de beste kans voor Nederland op een zware portefeuille – en daar draait het uiteindelijk om. Ook Timmermans’ voorganger Neelie Kroes (VVD) kreeg een tweede termijn van een kabinet waar haar partij niet in zat.

Dat wil niet zeggen dat Timmermans de post krijgt. Mocht de zware portefeuille er toch niet inzitten, dan kan het kabinet Timmermans op het laatste moment laten vallen. In dat geval zou er iemand van één van de coalitiepartijen naar Brussel kunnen, denk bijvoorbeeld aan CDA’ers als Wim van de Donk of Aart-Jan de Geus.

Nóg een complicerende factor in het Brusselse spel: de toekomst van premier Rutte. Zijn naam valt al enige tijd als opvolger van Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad. Volgens betrokkenen heeft hij in kleine kring duidelijk gemaakt volstrekt geen interesse te hebben in die post: hij wil zijn derde kabinet tot een goed einde brengen en misschien zelfs voor een vierde keer premier worden.

De vraag is of dat zo blijft als Angela Merkel een indringend beroep op hem doet. En Rutte is ervaren genoeg om te weten dat je, ook als je stiekem wél wil, een dergelijke overstap altijd tot het allerlaatste moment moet uitsluiten – óók tegenover intimi.

Verwijt ‘partijkartel’ won aan kracht

In vergelijking met Brusselse benoemingen lijkt de Raad van State relatief eenvoudig. Kandidaten melden zich bij minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66). Vervolgens moeten de coalitiepartijen er onderling uitkomen – en is de hobbel genomen.

Alleen: de sollicitatie van Dijsselbloem brengt de coalitie in een lastig parket. Als het kabinet toch voor De Graaf kiest, maakt het zich kwetsbaar voor het verwijt van politiek handjeklap: belangrijke functies afkaarten in de achterkamer. Precies dáár was veel kritiek op bij de benoeming van Donner, zeven jaar geleden. Het ‘partijkartel’-verwijt heeft sindsdien alleen maar aan kracht gewonnen.

Kiezen voor Dijsselbloem kan weer leiden tot een conflict met D66, de minst gelukkige regeringspartij en volgens de politieke logica ‘aan de beurt’ voor de Raad van State. Als ervaren coalitiepoliticus weet premier Rutte dat D66 in het belang van de stabiliteit niet voor de Raad van State én de eurocommissaris gepasseerd kan worden.

Een opvallende positie in het banenspel neemt Ruttes VVD in. De grootste partij van Nederland is verreweg het meest bedreven in het verwerven van politieke topposities. Zo schuift de permanente scoutingscommissie van de partij één keer per maand aan bij het bewindspersonenoverleg op donderdag om alle interessante posities te bespreken,

Toch heeft de VVD geen serieuze belangstelling voor Raad van State of Europese Commissie. In de Raad willen de liberalen liever hun positie in de top ónder de vicepresident versterken, in Brussel leverden ze in vijftien van de laatste twintig jaar al de eurocommissaris.

Lees ook het Commentaar: De onderkoning hoort niet in achterkamer te worden benoemd

Waar de VVD wel belang aan hecht, zijn de drie commissarissen van de Koning die vanaf dit najaar benoemd worden. De drie vertrekkers zijn allemaal van liberale huize – en die moeten bij voorkeur vervangen worden door VVD’ers. Zo klinkt de naam van oud-minister Edith Schippers voor de provincie Utrecht.

Met name aan het vertrek van Johan Remkes als commissaris in Noord-Holland is een partijcarrousseletje gekoppeld. Remkes wil in 2019 graag lid worden van senaat, valt bij de VVD te horen. Zelf bevestigt hij dit ook met zoveel woorden: „Ik denk er serieus over na.” Remkes zou in de senaat ook best fractievoorzitter willen worden. Dat zou de weg effenen voor huidige fractieleider Annemarie Jorritsma om Eerste Kamervoorzitter te worden. Jorritsma liep ooit het Tweede Kamervoorzitterschap mis – partijgenoot Frans Weisglas won. En voor een hernieuwde gooi naar het burgemeesterschap van Amsterdam (in 2010 gaf de gemeenteraad de voorkeur aan Eberhard van der Laan) is ze inmiddels te oud.

Alleen: wat gebeurt er dan met Ankie Broekers-Knol? De huidige Eerste Kamervoorzitter is in Den Haag geliefd vanwege haar autonome optreden. Bij sommigen in haar eigen partij ligt die eigenzinnigheid minder goed. Ze vinden het zo langzamerhand tijd dat Broekers-Knol (71) de senaat verlaat. Dat zou kunnen door haar geen dispensatie te verlenen voor een vijfde termijn. Broekers-Knol zelf zegt dat ze nog niet besloten heeft of ze zich opnieuw kandideert.

Lijsttrekkers Europese verkiezingen

En dan zijn er nog de lijsttrekkers voor de Europese verkiezingen, volgend voorjaar. Bij het CDA gaat de naam rond van Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt. Met diens kandidatuur zou de partij twee vliegen in één klap slaan. Zijn eurokritische houding past beter bij de lijn van CDA-leider Buma dan het meer pro-Europese geluid van de huidige Brusselse delegatieleider Esther de Lange. En misschien wel belangrijker: als de eigenzinnige Omtzigt naar Brussel vertrekt, is de coalitie verlost van een mogelijk ‘76ste Kamerlid’ dat de flinterdunne meerderheid van de coalitie in gevaar zou kunnen brengen. Vandaar dat sommige CDA’ers hem best naar Brussel willen zien vertrekken. „Pieter houdt meer van Europa dan wij denken”, zegt er eentje.

    • Thijs Niemantsverdriet