Recensie

De afrekening van Dirk Kuijt met ‘Gio’

Boek Dirk Kuijt Een jaar na de landstitel met Feyenoord brengt Dirk Kuijt een boek uit. De spanningen tussen hem en coach Giovanni van Bronckhorst liepen hoog op.

Dirk Kuijt viert de landstitel van Feyenoord nadat hij drie doelpunten heeft gemaakt in de wedstrijd tegen Heracles (3-1), op 14 mei 2017 in de Kuip. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Voor een speler bij wie het naar buiten toe altijd draaide om het team, gaat zijn boek – en eerder ook zijn documentaire – veel over Dirk Kuijt zelf. Soms bekruipt je bij het lezen van Het geloof in succes het gevoel dat Kuijt zich belangrijker waant dan zijn voormalige coach en ploeggenoten bij Feyenoord.

De boekpresentatie, deze maandag, is een jaar na de kampioenswedstrijd, waarin Kuijt zijn carrière afsloot met een hattrick. Het is geschreven door Jaap de Groot, chef-sport van De Telegraaf.

Het is een monoloog, geen biografie, wat een gemiste kans is. Waarom niet dieper ingegaan op zijn geloof, de band met zijn overleden vader, zijn jeugd in Katwijk en zijn jaren als schilder, toen hij nog bij Quick Boys speelde? Waarom geen herinneringen ophalen in Liverpool en in Istanbul bij Fenerbahçe? Waarom geen hoofdstuk over de grillige achtste finale van het WK 2014 tegen Mexico, toen hij in de hitte van Fortaleza onvermoeibaar als linksback sleurde?

Leidend is zijn laatste periode bij Feyenoord (2015-2017). Kuijt is bepalend geweest in die twee seizoenen, zonder twijfel. Er ontstaat een beeld dat hij aanvoerder, aanvaller, coach, assistent, directeur en commissaris tegelijk was.

Drie voorbeelden. Bij zijn contractondertekening in april 2015 met Feyenoord-technisch directeur Martin van Geel en zaakwaarnemer Rob Jansen komt ter tafel dat de club nog een assistent zoekt. Kuijt schuift Jan Wouters – die „toevallig” ook wordt begeleid door Jansen – naar voren. Nog die middag is het rond.

Om de selectie voor het nieuwe seizoen door te nemen, laat Kuijt zijn manager Jansen medio 2016 een bijeenkomst organiseren met topscout Damien Comolli en de Feyenoord-directie om de markt te verkennen, opmerkelijk genoeg zonder coach Giovanni van Bronckhorst erbij. Uit dat overleg rolt de naam van buitenspeler Steven Berghuis, die Kuijt vervolgens polst voor een overstap. Met succes.

En als uitlekt dat de raad van commissarissen twijfelt over het verlengen van het contract van de coach, gaat Kuijt naar het kantoor van Van Geel en treft daar „toevallig” president-commissaris Gerard Hoetmer. „Je moet hem dat contract laten tekenen”, zegt Kuijt. En zo gebeurt het.

Kuijt houdt Feyenoord een spiegel voor. Hij „ergerde zich aan de mate van professionaliteit”. Bij zijn terugkeer leek het wel „een speeltuin” in de selectie. Spelers „lagen letterlijk te rollebollen door de kleedkamer” en hij moet ze „voortdurend achter hun reet” aanzitten. Die cultuur heeft hij mede doorbroken.

‘Verbijsterd, woest en pissig’

Het boek leest als een afrekening met Van Bronckhorst, die Kuijt op de reservebank zet. Als hij begin vorig seizoen voor de tweede keer wordt gewisseld, is Kuijt „verbijsterd, „woest” en „pissig”. „Dit kon gewoon niet.” De volgende ochtend belegt hij een gesprek met Van Geel en Van Bronckhorst. Kuijt heeft zijn contract meegenomen. „Als dit zo doorging, zou er een gigantisch probleem ontstaan.”

Kuijt had besloten nog een jaar door te gaan, op voorwaarde dat hij in principe ieder duel zou beginnen. Hij moet wekelijks spelen, dat is essentieel voor zijn beleving, om zijn energie kwijt te kunnen.

In het onderhoud met Van Geel en Van Bronckhorst wordt de situatie gladgestreken – slechts voor korte duur. Als Kuijt laat in het seizoen vaker reserve is („de verschrikkelijkste periode”), besluit hij na het seizoen te stoppen.

Kuijt raakt verstrikt in zijn ego, zijn ambities. Waar hij op het ene moment zegt dat het in de titelrace „helemaal” niet meer om hem gaat, maar „om het team”, staat er twee bladzijden verder dat hij „gewoon” wil spelen, en „moet spelen”.

Er ontstaat „afstand” tussen Kuijt en Van Bronckhorst. Die kiest op diens positie – centrale aanvallende middenvelder – voor Jens Toornstra, die in zijn ogen dynamischer is. Kuijt: „Ik kon maar niet op één lijn met de trainer komen dat ik in deze fase misschien niet de beste, maar wel de belangrijkste speler was.”


Beelden van de 1-0 van Dirk Kuijt in de kampioenswedstrijd tegen Heracles Almelo, op 14 mei 2017:

Enige rancune

Enige rancune is te lezen richting Van Bronckhorst. Zo vertelt hij over de minuten voor de mislukte kampioenswedstrijd bij Excelsior (3-0 verlies). Karim El Ahmadi en Tonny Vilhena zouden Kuijt gevraagd hebben een peptalk te houden, de groep had dat nodig. Kuijt bespreekt het met Van Bronckhorst, die zegt dat zelf te willen doen. Kuijt: „Ik accepteerde het, maar voor mijn gevoel kwam het niet aan en de spelers hadden ook zoiets van: Dirk zou dit toch doen?”

Een week later volgt de „explosie” tegen Heracles, met drie goals van Kuijt. Bij het titelfeest gaat zijn vrouw Gertrude naar de grond, „helemaal verstijfd van de stress”. De impact van de titelstrijd is ook groot op zijn kinderen, de schoolcijfers werden minder toen Feyenoord in het voorjaar een aantal keer verloor.

Kuijt is voorbestemd om ooit coach van Feyenoord te worden. Komend seizoen is hij trainer van de onder 19 en daarmee ook een collega van Van Bronckhorst. Chic is zijn boek niet ten opzichte van ‘Gio’. Inzichtelijk is het wel.

Hoewel er spanningen waren tussen Kuijt en ‘Gio’, hadden zij veel invloed op het kampioenschap van Feyenoord. Lees ook: De ongeschreven alliantie tussen Dirk en Gio