Illustratie XF&M

Zhang Yuning, speelbal in de Chinese opmars

Voetbal

Voetballen deed Zhang Yuning dit seizoen geen minuut. Maar als enige Chinese international in Europa is hij wel een belangrijke tussenschakel in de grote WK-droom van president Xi Jinping.

Het is 4 juli 2017 en in de perszaal van het Weserstadion hebben zo’n twintig journalisten zich verzameld om verslag te doen van zijn introductie bij Werder Bremen. Buiten stroomt de Wezer richting de Noordzee. Binnen zit een 20-jarige voetballer voor een sponsorwand, glimmend van trots, te vertellen over een nieuw hoogtepunt in zijn carrière. „Ik weet niet of president Xi fan van mij is”, zegt Zhang Yuning. „Ik hoop het.”

Terwijl de speler zich in bijna vloeiend Engels presenteert, hapert de livestream die Werder voor de gelegenheid heeft geactiveerd. Vanuit China is de belangstelling voor de persconferentie zo groot dat de servers van de club uit de Bundesliga overbelast raken. „Werder is heel bekend in China”, vertelt Zhang. „Ik wil de club nog beroemder maken.”

Tien maanden later is het amper voor te stellen dat dat is gelukt. Zo veelbelovend als zijn entree was, zo uitzichtloos was het jaar dat hij doormaakte. Op zijn presentatie na was er niet één officiële gelegenheid waarbij hij Werders mosgroene tricot zou dragen. Niet alleen omdat de trainer hem niet goed genoeg vond voor het eerste elftal. Ook omdat Duitse reglementen het voor spelers van buiten de Europese Unie onmogelijk maakten om als alternatief in het tweede elftal te spelen.

„Ik weet niet of president Xi fan van mij is. Ik hoop het.”

Zhang Yuning

Achteraf rijst de vraag of het de Duitse club daadwerkelijk om Zhangs sportieve prestaties te doen was. Of was het simpelweg pech dat China’s enige international in Europa uitgroeide tot een fantoomspeler in de Bundesliga? Omdat hij er altijd was en toch ook weer niet.

Het antwoord schuilt in een reeks dwarsverbanden, die zijn terug te voeren tot de missie van een land dat in 2050 bij de beste voetbalnaties ter wereld wil horen. Van steenrijke Chinese zakenmannen die in Europa clubs opkopen, tot een president met grote liefde voor de sport. Van topclubs uit Spanje en Duitsland die vanuit Beijing hun kennis verspreiden tot Nederlandse eredivisieclubs die stiekem hopen dat zij de Chinese Messi zullen ontdekken.

Zhang Yuning lijkt een schakel in dat web. Geprezen en gepaaid, maar gemangeld tussen ambities, strikte reglementen en commerciële belangen die zijn persoonlijke situatie overstijgen.

Hoofdstuk 1: De stap naar Europa

Twee zomers eerder staat Joost de Wit voor een keuze waar voetbaldirecteuren wel vaker voor staan. Het gaat over een mogelijk contract voor een proefspeler, bij wie hij zich moet afvragen of die het geld waard is. De Wit, sinds 2013 in dienst bij Vitesse, doet niet anders. Een voetbalclub runnen vergt een gulden middenweg tussen kostenbeheersing én durfinvesteringen. Welke speler wordt later miljoenen waard? Welke níét?

Onderwerp van gesprek is Zhang Yuning. Het Chinese talent vliegt al vanaf zijn veertiende jaarlijks naar Nederland om mee te trainen met Vitesse. Steevast met een vakantievisum, maar dat hoeft niet meer: Zhang is achttien geworden en komt in aanmerking voor een contract, plus werkvergunning.

De speler is talentvol, maar veel duurder dan zijn leeftijdgenoten bij Vitesse. Als gevolg van de regels voor jongvolwassen spelers van buiten de EU moet Vitesse hem meteen al minstens 75 procent van het gemiddelde eredivisiesalaris betalen – ruim twee ton per jaar. Bij spelers vanaf 20 jaar is dat vier ton. De regel moet clubs ervan weerhouden achteloos spelers uit alle windstreken hierheen te halen, en dient ter bescherming van de binnenlandse spelersmarkt.

Commerciële voordelen

Twee ton is een „stevig bedrag”, weet De Wit, maar hij denkt al verder. Aan commerciële voordelen. Wat als Zhang doorbreekt? „Ik zag hem als een sportieve aanvulling, met de wetenschap dat hij extra interessant kon zijn om door te verkopen.”

Zhang is beleefd, fit en zeer gedreven. Al kan dat ook komen door zijn uitermate betrokken vader. Quancheng Zhang, een vermogend ondernemer, bracht zijn zoon al op jonge leeftijd onder bij Hangzhou Greentown, een voetbalclub op zo’n duizend kilometer van huis. Vanaf zijn tiende ging Zhang op Engelse les, vertelde hij twee jaar terug in NRC, zodat hij later in Europa niet tegen een taalbarrière zou aanlopen. Zhang senior wist het zeker: zijn zoon zou slagen in Europa.

In Arnhem zagen ze zelden een ouder zo hartstochtelijk meeleven als hij. Op de tribune maakte hij handgebaren, slaakte hij wilde kreten en moest hem meermaals worden uitgelegd dat filmen verboden was. „Een pittige man”, vat De Wit samen. „Hij eiste ook speeltijd.”

„Zhang is niet uniek. Dat bedrag wel.”

Joost de Wit, directeur Vitesse

Over speeltijd gaat het ook wanneer Chinese betaalzenders De Wit bellen. Of Zhang komend weekeinde in de basis staat. Of er dan een tv-deal gesloten kan worden. Als De Wit uitlegt dat niet hij, maar de trainer dat bepaalt, beproeft hij verwarring aan de lijn. Welk bedrag Vitesse misliep? „Geen idee. Het deed er niet toe. De trainer is de baas.”

Tussen februari 2016 en mei 2017 speelt Zhang 571 minuten in de eredivisie, verdeeld over 21 invalbeurten en drie hele wedstrijden. Zijn contract loopt door, maar de entourage van Zhang heeft andere plannen dan Vitesse. De eredivisie vormt volgens hen een te kleine afzetmarkt. De Engelse Premier League en de Duitse Bundesliga zouden veel interessanter zijn voor een speler die bij zijn debuut voor China, tegen Trinidad & Tobago, al meteen twee keer scoorde.

De Wit wil de spits het liefst nog een jaar houden, zodat-ie echt goed wordt, maar het bedrag dat de Engelse club West Bromwich Albion voor de speler overheeft is simpelweg te goed. Hoeveel precies, wil De Wit niet zeggen („doen we nooit”), maar het zou gaan om 7 à 8 miljoen euro. „Zhang is niet uniek”, zegt De Wit. „Dat bedrag wel.”

Hoofdstuk 2: De investeerder uit Gangzhou

In Birmingham wordt Lai Guochuan omgeven door mysterie. Sinds hij in augustus 2016 de aandelen van West Bromwich Albion overnam, sprak de nieuwe eigenaar van de club één keer in het openbaar. Zittend aan een glimmende tafel in zijn kantoor in China lichtte hij voor de camera’s van West Broms clubkanaal toe waarom hij de club had gekocht, in het Chinees.

Het zat hem in de rijke „clubgeschiedenis”, het „geweldige team” en het gegeven dat de club uit de Premier League in 1978 als een van de eerste buitenlandse clubs een duel in China voetbalde. Maar ook in de symboliek. De zanglijster in het embleem van West Brom, vertelt Lai, is tevens het symbool van de stad Guangzhou, waar hij kantoor houdt. „Dit heeft zo moeten zijn.”

Toch blijkt uit het interview, te zien op Youtube, dat zijn aankoop van minstens 200 miljoen euro niet berust op romantiek. De zakenman, rijk geworden door een plantenkwekerij uit te bouwen tot een bedrijf dat hele landschappen aanlegt (Palm Eco-Town), heeft het over „commerciële mogelijkheden” in China. Wanneer hij West Brom kan „introduceren” in zijn thuisland, zullen meer Chinese voetbalfans „van de club gaan houden”, wat kan leiden tot „meer inkomsten”.

China’s grote WK-droom

De woorden hadden net zo goed van de drie andere Chinese investeerders in Birmingham kunnen zijn. Niet alleen bij West Brom, ook bij Birmingham City, Wolverhampton Wanderers en Aston Villa strijken in 2016 Chinezen neer. Buiten Birmingham gingen al aandelen van Manchester City (15 procent) en Southampton (88 procent) naar China. Buiten Engeland zijn onder meer Atlético Madrid, Olympique Lyon, Espanyol, Nice, Slavia Praag en ADO Den Haag in Chinese handen.

Waarom? Die vraag leidt naar China’s grote WK-droom, het in 2014 uitgesproken verlangen van president Xi Jingping dat de Volksrepubliek ooit een voetbalgrootmacht zal zijn, strijdend om de wereldbeker. Pas één keer nam het land deel aan het WK en dat viel tegen: drie nederlagen, nul goals. Om dat te veranderen moet voetbal worden gecultiveerd, is de conclusie, te beginnen op scholen, als officieel vak. Zo kunnen meer kinderen kennismaken met een sport die hun ouders doorgaan als nodeloos tijdverdrijf zien – leren achter een bureau is in China veel belangrijker.

Illustratie XF&M

Toch bestaat er geen twijfel over het belang dat Xi aan de missie hecht, wanneer hij tijdens een staatsbezoek aan Engeland in 2015 ook op bezoek gaat bij de academie van Manchester City. Een wereldleider op bezoek bij het jeugdcomplex van de grootste voetbalclub ter wereld: dat was zelden vertoond, net als de selfie waarvoor hij die dag poseerde naast City’s topspits Sergio Agüero.

Op die hogere vorm van voetbaldiplomatie volgde in 2016 de lancering van een officieel plan: veertien pagina’s vol meetbare targets. 70 duizend voetbalvelden, 50 duizend opgeleide trainers en 20 duizend voetbalscholen vóór 2021. Daarnaast, schrijft persbureau Xinhua, moeten vijftig steden een amateurcompetitie oprichten, worden er scheidsrechters opgeleid en is het zaak dat in elke woonregio twee standaardvelden worden aangelegd, bergachtige streken uitgezonderd. Wie daaraan wil bijdragen, wordt beloond met fiscale voordelen, lagere belastingdruk en minder strikte regelgeving.

Dat laatste is interessant voor mannen als West Brom-eigenaar Lai Guochuan, die op de ambitie inspelen met de aankoop van voetbalclubs in Europa. Voor hen is een voetbalclub geen bastion van vreugde, maar een strategische partner. En dat is ook een van de redenen waarom de club Zhang Yuning van Vitesse overneemt.

Commerciële belangen

Op de clubsite heeft West Brom het over een „ontwikkelingsproject”, dat ertoe moet leiden dat „een van de grootste Chinese talenten op een dag doorbreekt in de Premier League”. Maar er staat ook bij: „Het lijdt geen twijfel dat de deal met commerciële belangen gepaard gaat.”

Het blijkt dat Palm Eco-Town, het bedrijf waar Lai belangen in heeft, zes enorme voetbalcomplexen in China zal aanleggen, in naam van West Brom. Dat laatste is cruciaal. Schermend met de kennis van een voetbalclub uit de grootste competitie ter wereld kan Lai de gunst van de Chinese overheid verwerven. Het is een win-winsituatie: West Brom krijgt meer exposure in China; Lai bouwcontracten voor Palm Eco-Town.

„Beide deals moeten tot meer naamsbekendheid van West Brom in China leiden”, meldt West Brom over Zhang en de aanleg van de complexen. Opvallend is dat de club zelf kenbaar maakt dat Zhang niet vanuit het reguliere transferbudget is bekostigd, maar via een ander potje.

En er is nog iets opmerkelijks: Zhang zal de komende twee jaar helemaal niet voor West Brom spelen. Wegens zijn magere cv en China’s 73ste plek op de wereldranglijst – tussen Zuid-Afrika en Oeganda – komt de spits pas in zijn derde contractjaar in aanmerking voor een werkvergunning in Engeland.

De oplossing? Een tussenstation. Duitsland. De Bundesliga. Werder Bremen.

Daar, in de Hanzestad onder de Noordzee, zal snel duidelijk worden waarom niet alleen West Brom en Werder, maar veel meer Europese clubs uit zijn op een sterke band met China.

Hoofdstuk 3: Goudkoorts

Zhang is van de ruim veertig internationals en de twintig jeugdinternationals in China nog steeds de enige speler buiten Azië, blijkt uit gegevens van Transfermarkt. Er zouden 49 Chinese spelers actief zijn op het Europese continent, maar geen van hen speelt in een grote competitie of het nationale team. Hun werkgevers bevinden zich in de tweede divisies van Albanië, Servië en Bulgarije, in de derde klasse van Portugal of in de hoogste divisie van Montenegro.

Nederlandse clubs zitten er niet tussen. Nog niet, althans. Als het aan Mattijs Manders ligt, komt daar verandering in. „Wanneer je als club een Chinees talent kan laten doorstromen naar je eerste elftal, heeft dat enorme commerciële waarde”, zegt Manders. De algemeen directeur bij ADO Den Haag, eigendom van het Chinese sportmarketingbedrijf United Vansen (UVS), ziet het vanachter zijn koffie al voor zich. Reclameborden in het Mandarijn, een shirtsponsor uit Beijing. „Die spelers zijn lopende reclamezuilen.”

Net als Zhang Yuning bij Vitesse zijn er al meerdere Chinese jeugdspelers bij ADO op stage geweest. Indruk maakten ze zelden, maar: wie weet is de volgende wél een topper. De zoon van Li Ming, een van China’s beste voetballers, speelt al bij ADO. Doordat diens moeder in Den Haag woont, gingen de FIFA-regels voor jeugdtransfers hier niet op. Ming zelf, met wie Manders goed contact heeft, is directeur van de club Beijing Guoan. Onlangs maakte de manager van ADO’s jeugdopleiding, Paul van Lith, de overstap naar Beijing Guoan.

Illustratie XF&M

„De voetbalknowhow ontbreekt daar”, zegt Van Lith. „Maar het wordt uiteindelijk een kwestie van de wet van de grote getallen. Goede voetballers worden ook daar geboren, nu is het een kwestie om ze boven te laten komen.” Manders: „Er zijn in China honderden investeerders zoals UVS. Zij hebben het idee dat bij ons wat te halen is. Andersom zie je dat Europese clubs daar iets mee willen. Op een voetbalbeurs in China stonden we met ADO naast Real Madrid en Borussia Dortmund.”

Volgens Manders zijn ze er in China achtergekomen dat de oude opzet van de Super League niet werkte. Je bouwt geen voetbalnatie door de sterren van elders via megasalarissen naar China te halen en te verwachten dat zij het niveau opstuwen. Via restricties op het aantal buitenlanders moet er nu een eigen voetbalstructuur ontstaan. En op die wens spelen Europese clubs in.

„Als je tegenwoordig niet met Chinezen samenwerkt, is het alsof je de boot mist.”

Mattijs Manders, algemeen directeur ADO Den Haag

Eens bracht de goudkoorts gelukszoekers naar het Westen. Nu drijft een vurig verlangen hen naar het Verre Oosten, naar het land van 1,4 miljard inwoners en al even onbegrensde mogelijkheden.

Zo opende Bayern München net als Manchester United en Atlético Madrid een eigen kantoor in China, stichtte FC Barcelona een eigen voetbalschool in Haikou en verdient Ajax jaarlijks 2 miljoen euro door de club Guangzhou te helpen met de jeugdopleiding. En niet alleen de groten roeren zich, ook clubs van bescheidener statuur. Van het Rotterdamse Sparta, dat er trainers opleidt, tot de Noorse middenmoter Stabaek, dat drie jeugdspelers van Beijing Guoan huurt. Om Chinese spelers een westerse opleiding te bieden werd in Portugal zelfs een Chinese club gesticht: Oriental Dragon.

„Als je tegenwoordig niet met Chinezen samenwerkt”, zegt Manders, „is het alsof je de boot mist”.

Hoofdstuk 4: Driedubbelslag in Bremen

Vlak na de presentatie van Zhang Yuning blijkt dat ook Werder Bremen banden met China smeedt. Een dag later maakt de club bekend dat de Chinese bookmaker Heji 18 de club gaat sponsoren. Twee seizoenen lang, voor 800.000 euro per jaar. Doel is reclame langs de lijn. Doordat gokadvertenties in China verboden zijn, moet de bookmaker zijn klanten via een omweg bereiken. Waar kan dat beter dan in Duitsland? Volgens sportmarketeers van de Chinese Mailman Group is de Bundesliga online de populairste competitie in China: pageviews gegarandeerd.

Maar Werders dubbelslag blijkt al snel een driedubbelslag. Er volgt twee weken later ook een deal met Yingsheng Sports Culture Development, dat sportevenementen en Chinese voetbalscholen runt. Waarde van de deal is circa 1 miljoen euro per jaar, aldus het Duitse sportblad Der Kicker. Toeval lijkt het allerminst.

Yingsheng is verweven met West Bromwich Albion en de familie Zhang. Yingsheng is een dochterbedrijf van Palm Eco-Town, de voormalige plantenkwekerij die financieel gelieerd is aan West Broms eigenaar Lai Guochuan. Ook met Palm sluit Werder een contract: de club gaat Palm helpen met het ontwikkelen van de voetbalcomplexen in China. De directeur van Yingsheng blijkt op zijn beurt geen onbekende: het is Quancheng Zhang, de vader van.

Zo ontstaat een samenspel van partijen die elkaar zeggen te helpen, waarbij de prestaties van Zhang Yuning hooguit bijzaak lijken. Zeker omdat de speler het hele jaar niet zou voetballen. De trainer vindt dat hij nog moet rijpen en laat hem dit seizoen niet één keer invallen. Doorgaans kunnen wisselspelers dan terecht in het tweede elftal, maar dat staat de Duitse bond in deze casus niet toe. Spelers van buiten de EU mogen alleen in het hoogste team spelen. Dispensatie, op verzoek van Werder, zit er niet in.

„Zhang heeft een probleem. En dat is dat hij niet speelt.”

Massimiliano Maddalon, bondscoach China onder-23

Hoewel Zhang zes van de tien kwalificatieduels voor het WK in Rusland in actie kwam, wordt hij ook niet meer geselecteerd voor het Chinese elftal. Zijn enige officiële optredens dit seizoen behelst twee duels op het Aziatische onder-23-kampioenschap: 13 minuten tegen Qatar, 33 tegen Oezbekistan.

„Zhang heeft een probleem”, verzucht Massimiliano Maddaloni aan de telefoon, de Italiaanse bondscoach van China onder-23. „En dat is dat hij niet speelt. Trainingen alleen zijn niet genoeg. Zaterdagmiddag, zondagmiddag, dan moet hij spelen. Hij kan beter naar China terugkomen. Maar zijn vader denkt daar anders over. Die wil dat hij in Europa blijft.”

Zhang laat via Werder Bremen weten geen interview te willen geven. Een clubwoordvoerder ontkent dat de speler wegens commerciële belangen is aangetrokken. „Hij is een jonge speler. Die hebben in de Bundesliga tijd nodig. Meer tijd dan de media hun geven. De media zijn altijd op zoek naar een nieuwe wereldster.”