Opinie

    • Folkert Jensma

Wie durft het strafrecht nog uit te leggen?

Op het kabinetsvoorstel om de proeftijd van gedetineerden in te korten en hun netto celstraf te verlengen, regende het vorige week kritiek, die ik inhoudelijk deel. Op één punt na. Minister Dekker (rechtsbescherming) signaleert een vertrouwenscrisis tussen burger en strafrechtpraktijk: de burger snapt dit systeem niet. Dat is dus helemaal waar. En dat kunnen reclassering, advocatuur, rechtspraak en media zichzelf aan rekenen. ‘De mensen’ weten helemaal niet dat een veroordeling van 18 jaar in de praktijk neerkomt op 12 plus 6. Dat weten alleen de beroeps: de insiders, de notulisten van het strafblad, de habitués van de rechtszaal.

Laatst zat ik bij een strafzaak tegen een langgestrafte die een celgenoot in elkaar had geslagen. Die wist heus precies dat-ie met een veroordeling z’n aanstaande voorwaardelijke vrijlating wel kon schudden. Holleeder begreep ook exact welke risico’s hij liep toen hij in z’n proeftijd Peter R. de Vries bedreigde. Dat kwam hem dan ook op een dubbele straf te staan – voor het bedreigen en voor het ‘strafrestant’.

Dat de ongeïnformeerde burger zich dus bekocht voelt als 9 jaar in werkelijkheid 6 plus 3 ‘onder voorwaarden’ blijkt te zijn – en dat daar allerlei goede redenen voor zijn, die verder buiten beeld blijven – is volledig begrijpelijk. Dit is het tijdperk van maximale vergelding; alles wat daaraan afdoet is ‘niet uit te leggen’. Waarmee bedoeld wordt dat niemand dat zijn taak vindt, er zin in heeft of het nog aandurft.

Dan kun je er dus op wachten dat er ooit een minister langs fietst die een kans ruikt om de straffen zo goedkoop mogelijk eens flink te verlengen. Dan had de ‘strafrechtketen’, inclusief de media, dat maar beter en vooral eerder en consequenter moeten uitleggen. De politicus Sander Dekker buit het misverstand nu maximaal uit. In het AD incasseerde hij: „De straf die straks wordt uitgezeten, komt meer in de buurt van wat de rechter heeft uitgesproken”. O ironie, de minister als gewetensvolle uitvoerder van wat de rechter ‘echt’ heeft bedoeld. 1-0 voor de politiek dus. En tegelijk een opdracht aan alle strafrechters in het land om voortaan expliciet uit te leggen wat ze onder die opgelegde celstraf precies verstaan en wat de maatschappij netto en bruto kan verwachten. Voor je het weet komt er een minister een handje helpen, naar zijn smaak.

Ik weet niet of Dekker echt denkt dat „aan de strafmaat niets verandert”, zoals hij zei. En dat dat ook niet „de bedoeling” is. Althans niet zijn bedoeling. Dat haalt je dus de koekoek. De rechter heeft altijd het laatste woord over de strafmaat. En die weet heus dat het veranderen van 18 jaar ‘oude stijl’ (12 + 6) naar 18 jaar ‘nieuw’ (16 + 2) een verzwaring is. Een verandering in de straftoemeting ligt dan voor de hand. De strafadvocaten zullen dit verschil ook niet onbenoemd laten. Maar tegen die tijd is Dekker alweer minister in iets anders – dan is dit onsje extra repressie gescoord, verder vergeten dan wel ‘ingeprijsd’ in de nieuwe straffen.

Blijft de vraag over waarom ‘uitleggen’ van alles wat géén keiharde vergelding is zo impopulair is geworden. Sterker, inmiddels is ‘dit valt niet uit leggen’ een mantra, een dooddoener – degene die op het dagelijkse opinieslagveld iets het eerst ‘niet kan uitleggen’ heeft z’n gelijk al binnen. Als twittercliché is het veelgebruikt. Voor het antwoord verwijs ik naar een bijzonder nieuw boek ‘Hoeveel recht heeft de emotie?’ waarin ik vooral in de slothoofdstukken maar moeilijk met onderstrepen kon ophouden. Het is het verslag van de zoektocht door historicus Henri Beunders in juristenland naar de betekenis van de werktuiglijke formule ‘de geschokte rechtsorde’. Geen jurist denkt daar meer over na, maar het wordt als sleutelzin in menig requisitoir, vonnis en pleidooi gebruikt. Beunders is juist in die schok, die emotie geïnteresseerd, die hij in het bredere perspectief van de slachtoffercultuur plaatst.

En passant stelt hij vast dat de gesloten, ontoegankelijke wereld van de professionele rechtspraak „onbegrip bij de burger in de hand werkt”. Hij pleit ervoor die burger daar bij te betrekken, maar dan écht, zoals dat met veel succes in ons omringende landen gebeurt. Een zeer leesbaar en nuttig boek. Buitenstaanders op tournee in het recht, het gebeurt veel te weinig.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht
    • Folkert Jensma