Studeren? Eerst je cv en motivatiebrief

Onderwijs De toelatingseisen voor vervolgstudies zijn flink aangescherpt. Er wordt ook gelet op persoonlijkheid en een goede pitch.

Om een studie te kunnen volgen zijn overgangscijfers belangrijker geworden. Foto Ronald van den Heerik

Een wiskundetoets, een Engels-toets, een pitch van één minuut over jezelf en een groepsopdracht. Dat was het programma op de selectiedag begin april voor de Hotelschool in Den Haag, vertelt Tess Murtagh (17) uit Rijswijk. Ze moest ook haar cijferlijst meenemen. „Ze willen een indruk krijgen van hoe je scoort”, zegt ze. „Ik denk dat ze vooral kijken naar de vakken die voor de studie belangrijk zijn: Engels en economie.”

Aangenomen is ze nog niet, al scoorde ze voor de toetsen bovengemiddeld goed. „Ze zeiden dat ik nog heel jong ben voor de studie. De meeste mensen zijn eerst een jaar naar het buitenland geweest of hebben al drie jaar ergens gewerkt voordat ze beginnen.” Dus neemt ze een tussenjaar, waarin ze „hopelijk” gaat reizen, en werken. In de horeca, voor relevante werkervaring.

„Ze zeiden dat ik nog heel jong ben voor de studie.”

Tess, die in havo-5 zit van het Grotius College in Delft, start maandag met de schriftelijke eindexamens – net als 211.550 andere scholieren. Haar cijferlijst was op de selectiedag van de Hotelschool dus nog niet compleet. Dat is gebruikelijk, sinds de aanmelding voor studies in 2014 is vervroegd naar uiterlijk 1 mei of, voor opleidingen die hun studenten selecteren, 15 januari. Op het mbo is de deadline sinds dit jaar 1 april. Selectiestudies mogen bovendien niet meer alleen naar het gemiddelde cijfer kijken, maar moeten ook letten op zaken als motivatie, cv en persoonlijkheid. Dat roept de vraag op hoe belangrijk eindexamencijfers nog zijn.

Om te slagen is het cijfer natuurlijk belangrijk, zelfs belangrijker dan eerst. De eisen zijn aangescherpt. Het gemiddelde cijfer voor de centrale examens moet nu een 5,5 zijn of hoger. En voor de kernvakken wiskunde, Nederlands en Engels mag je maximaal één vijf staan.

Cijfers

Vervolgopleidingen kijken bovendien altijd naar cijfers, zegt Judith Knobbout-Gerdessen, oprichter van studiekeuzecoach KeuzeSprong. Ook de opleidingen zonder selectie, die sinds 2014 een studiekeuzecheck doen. Daarin beoordelen ze met hulp van bijvoorbeeld een vragenlijst of iemand bij de opleiding past. „Onderwijsinstellingen willen graag weten wie ze binnen krijgen”, zegt Knobbout-Gerdessen. „Een cijfer geeft ze houvast. Ze denken dat cijfers een voorspellende waarde hebben: dat een 8 gemiddeld voor wiskunde bijvoorbeeld de kans vergroot dat iemand een bepaalde studie haalt.”

Maar de cijfers waar opleidingen naar kijken, zijn die van vóór het centraal eindexamen, vanwege de vroege inschrijvingen. Overgangscijfers zijn dus belangrijker geworden. „Het is enorm van belang dat leerlingen daarover geïnformeerd worden”, zegt Knobbout-Gerdessen. Niet elke school doet dat even goed. „Het komt nog steeds voor dat leerlingen niet weten dat ze gemiddeld een zeven moeten staan voor de studie die ze willen doen.”

En zelfs al hamert een school op het belang van schoolexamencijfers, dan nóg komt die boodschap niet altijd aan, zegt Jean van Ham, clustermanager bij huiswerkbegeleider Studiekring. „Een puber overziet zo’n langetermijnplanning niet.”

‘Graduation statement’

Bovendien: het belang van cijfers hangt af van de vervolgstudie en veel jongeren weten nog niet wat ze willen. „Een leerling die diergeneeskunde wil studeren, weet meestal wat daarvoor nodig is. Maar veel leerlingen hebben geen idee. Ze weten niet naar welke stad ze willen, laat staan wat de regels zijn voor hun cijferlijst.”

Jolle Verhoog (18) zit in het laatste jaar van het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam en wil volgend jaar een dubbele bachelor doen aan de Erasmus Universiteit: econometrie en internationale economie. Daarvoor heeft hij zijn cijferlijst van de vijfde en de zesde moeten opsturen, een motivatiebrief in het Engels, een cv en een ‘graduation statement’, waarin de school verklaart dat er vertrouwen is dat hij zal slagen. Binnen vijf weken verwacht hij de uitslag.

De selectie is streng, heeft hij gehoord. Bij de meeloopdag werd een grafiekje getoond waaruit bleek dat je met een laag cijfer voor wiskunde weinig kans hebt de bachelor te halen. „Eigenlijk heeft het pas zin vanaf een 8 gemiddeld.” Dat staat hij nu precies, maar hij heeft er dit jaar wel harder voor gewerkt dan vorig jaar, toen hij nog niet wist wat hij wilde studeren. „Daar heb ik nu spijt van. Zij zien alleen een 7 staan voor wiskunde in de vijfde en weten niet dat ik toen niet echt mijn best heb gedaan.”

Interessant cv

De middelbare scholier van nu weet idealiter halverwege zijn schoolloopbaan wat hij wil studeren. Hiervoor moet hij de juiste cijfers halen, een relevant bijbaantje hebben, een interessant cv en een persoonlijkheid die bij de studie past. „We verwachten veel van leerlingen”, zegt studiekeuzecoach Knobbout-Gerdessen. „Meestal zijn ze daar nog niet aan toe. School en bijbaan worden op die leeftijd niet gezien als iets voor de eigen ontwikkeling, meer als iets dat verplicht is. Dat kan ze achtervolgen.”

Er zijn ook zó veel studies, zegt Van Ham, en die hebben allemaal hun eigen reglementen. „Leerlingen en ouders weten niet meer wat een cijfer waard is. Er is veel informatie te vinden, maar als je niet weet wat je wilt, is het lastig waar je moet kijken. Daarom is het zo belangrijk naar voorlichtingsdagen te gaan.”

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel stond dat eindexamenkandidaten voor kernvakken wiskunde, natuurkunde en Engels maximaal één vijf mogen staan. Dit moet wiskunde, Nederlands en Engels zijn.

    • Mirjam Remie