Rotterdamse Rekenkamer

‘College faalt in opvang en hulp daklozen’

Het college slaagt er onvoldoende in daklozen in Rotterdam te begeleiden naar huisvesting en hun situatie duurzaam te verbeteren. Ondanks een poging tot verbetering van de opvang sinds vorig jaar is de hulpverlening nog gebrekkig, constateert de Rotterdamse Rekenkamer in een rapport dat deze week is gepresenteerd.

Het aantal volwassenen in de Rotterdamse nachtopvang is sinds 2012 met 17 procent gestegen tot 1.050 volwassenen vorig jaar. Het aantal jongeren (18-23 jaar) in Rotterdam dat gebruikmaakt van maatschappelijke opvang steeg in twee jaar tijd met 34 procent tot ongeveer 1.000 in 2017.

Burgemeester Aboutaleb heeft eerder de ambitie uitgesproken dat in Rotterdam ‘niemand op straat slaapt’. „Dat lukt niet”, zegt Paul Hofstra, directeur van de Rotterdamse Rekenkamer. „We zijn over de hele linie niet tevreden hoe het nu gaat.”

Een belangrijke conclusie is dat er nog te weinig woningen zijn voor mensen die uit de opvang of een zorginstelling komen. Begin dit jaar stonden er 178 mensen op de wachtlijst voor een woning.

„Ook het beleid is soms contraproductief”, zegt Hofstra. De Rotterdamwet, om mensen met lage inkomens uit zwakke wijken te weren, zou het aanbod van woonruimte beperken. Het college erkent deze conclusie echter niet. De hulp van de Kredietbank bereikt daklozen beperkt en ook wijkteams schieten tekort, constateert de Rekenkamer verder.

Het college erkent bijvoorbeeld wel dat er te weinig plekken zijn in de crisisnachtopvang voor dakloze jongeren tot 23 jaar, en werkt hieraan.