Opinie

    • Hugo Camps

Lance spreekt

Ik wacht nog een tijdje om Lance Armstrong te begroeten als morele autoriteit. Hij heeft net iets te diep in de dopingpot geroerd om het verleden na een paar versjes blauwblauw te laten. Een oprechte spijtbetuiging voor zijn gerommel en leugens blijft trouwens uit. Excuses bij de vleet.

Je kan er gif op innemen dat in deze Giro weer een paar onderduikers van de spuit zullen ontmaskerd worden. De verleiding om „geprepareerd” aan de klim van de Etna te beginnen, is bijna niet te weerstaan. De grote jongens zoeken hun heil in microdosissen, hun gangmakers puffen zich het lazarus. Of steken zich vol met cafeïne, zoals Gianni Bugno destijds. Enfin, doping is van alle tijden. En van alle sporten.

Terecht zegt Lance Armstrong dat hij als beroepstricheur weinig recht van spreken heeft. Er is niets dat zijn industriële doping kan goedpraten. Maar nu hij met Justitie geschikt heeft, krijgt hij toch weer praatjes. Zoals op de website van The Outherline over het antidopingbeleid. Hij zoekt de nuance niet: „Wielrennen neemt de dopingproblemen iets te serieus. Waarom worden wij als een stelletje valsspelende losers gezien terwijl de atleten in andere sporten als helden worden vereerd. In het wielrennen doen we niets anders dan in andere sporten.” Hij haalt er het voorbeeld van American football bij waar ze in de rust een shot cortisonen nemen. „Het wreedst is nog dat wielrenners niet de credits krijgen voor alle initiatieven ten behoeve van een schone sport. Het stigma van gerommel houdt nooit op.”

Lees meer over de bergrit de Etna op: Vedergewicht Yates danst naar het roze

Fietsen onder eeuwige verdachtmaking is de prijs die renners en hun begeleiders betalen voor hun tijdloze dopingcultuur. Dat Chris Froome vandaag pontificaal aanwezig is in de Giro, is alleen te verklaren door een dubbele moraal in functie van commercie. Het is een slag onder de gordel voor naïeve renners die braafjes het verbodscharter volgen.

Zoals de meeste dopingzondaars is Froome zich van geen kwaad bewust. Hij ontneemt me zomaar spontane adoratie voor de mooiste van de drie Grote Rondes.

Wel heeft Armstrong gelijk in zijn bewering dat de jacht op dopinggebruikers in het wielrennen exorbitant is. Het rechtsgevoel wordt daarmee niet bevredigd. Volgwagens in de Tour zijn rijdende apotheken die voor elk pijntje een zalfje hebben en voor iedere kuch een puffer. Wat er onder de bank zit, is geneeskunde voor dieren.

Lees ook: ‘32 pufjes lijkt me erg onwaarschijnlijk’

Schaamteloos is het systeem van de whereabouts. Het is de totale ontkenning van recht op privacy, van schroom voor het naakt. Er wordt ordinair ingebroken in huis en lichaam. Bij nacht en ontij. Een renner als Tom Dumoulin verdient deze opgelegde ontluistering niet. Ook niet omdat bonden en dopingautoriteiten zelf al jarenlang boter op het hoofd hebben. En wat zou er al niet in het medicijnkastje aan sinussnuifjes van Max Verstappen staan? De medicalisering van topsport is niet meer te stuiten. Zalf- en pillenboeren weten met hun weelde geen blijf.

Het antidopingbeleid is gebaseerd op heksenjacht en zelfs Lance Armstrong heeft het recht om dat aan te klagen. Dan nog zullen de bonzen van de wielersport hun jacht niet humaniseren. Het lichaam van een renner bestaat alleen op de fiets. Buiten de koers is het een verdacht object. De schoonheid van de Giro blijft onaangetast. De schoonheid van de renner is beproefd. Dopingjagers zijn quorumgekken. Hun geluk is vooral numeriek.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.
    • Hugo Camps