Brief

De dove oren van de Stopera

Het toekomstige Holocaust Namenmonument aan de Weesperstraat, nu nog een plantsoen met bomen. Artist impression Studio Libeskind

Auke Kok schrijft in zijn column (‘De schrik van de Stopera’, Amsterdambijlage NRC, 5 mei) cynisch over de hoogopgeleide bezwaarmakers met „hun eloquent verwoorde leed” die allerhande plannen van de Stopera proberen te dwarsbomen. Als voorbeelden noemt hij de onderdoorgang onder het Rijksmuseum en het Namenmonument.

Auke Kok denkt een fenomeen te zien, maar wat hij beschrijft is het gevolg van een ander fenomeen, namelijk het feit dat de gemeente nalaat om bij projecten die effect hebben op de directe leefomgeving van bewoners hun belangen zorgvuldig mee te wegen. De gemeente realiseert zich onvoldoende dat zij haar legitimiteit ontleent aan een behoorlijke en volledige belangenafweging.

De onderdoorgang onder het Rijks is een goed voorbeeld, eigenlijk een verdrietig voorbeeld, omdat er veel protest nodig was voor men bereid was naar de bewoners te luisteren, en er uiteindelijk dus best een oplossing te vinden was.

Ook bij het Namenmonument heeft de gemeente doelbewust bewoners buiten alle besluitvorming gehouden en nagelaten hun belangen mee te wegen. En wie zich totaal niet gehoord weet, heeft geen andere keus dan lawaai maken.

Gelukkig voorziet de wet bij een bezwaarprocedure in een door de overheid te organiseren hoorzitting. Wegens verbouwing is in het stadhuis geen ruimte beschikbaar en dus heeft de gemeente De Balie afgehuurd. Met redden wat er te redden valt heeft dat niets van doen.

Petra Catz, Amsterdam