Column

Bombardement

Toen ik mijn Amsterdamse vriendin vertelde over het dagelijkse klokkengelui even voor half twee ’s middags in het centrum van Rotterdam, schoot ze vol. Mooi en hartverscheurend tegelijkertijd dat de stad daar nog iedere dag, precies op het tijdstip dat op 14 mei 1940 de bommenwerpers overvlogen, zo aan herinnerd wordt, snikte ze.

En ik schepte er vol trots over op. Want wat doen we dat toch subtiel in Rotterdam, vergeleken met de Belgen die in Ieper dagelijks de Last Post – nogal pathetisch – blazen om de doden van de Eerste Wereldoorlog te herdenken.

Pas onlangs hoorde ik tot mijn ontsteltenis dat het hele verhaal over dat Rotterdamse klokkengelui berust op een hardnekkig misverstand, in stand gehouden door sentimentele Rotterdammers zoals ik. Het ritueel in de negentig meter hoge klokkentoren van het oude beursgebouw van het World Trade Center Rotterdam blijkt namelijk helemaal niets met de oorlog te maken te hebben. Het is een traditie van de handelsbeurzen die er vroeger zaten. Van 13:25 tot 13:30 uur werden dagelijks de klokken geluid om iedereen erop te attenderen dat de handel op de beursvloer werd hervat, toevallig rond hetzelfde tijdstip als het moment van het bombardement. Er is allang geen beurshandel meer in het WTC, maar de directie heeft ooit besloten deze traditie voort te zetten.

Dit verhaal was een klap in mijn gezicht natuurlijk, maar aanstaande maandag zullen ze trouwens wel degelijk luiden voor de herdenking van het bombardement, zo heb ik begrepen. Tussen 13:29 en 13:39 uur (de duur van het bombardement) luiden tegelijkertijd met de officiële herdenking op Plein 1940 alle (kerk)klokken binnen de brandgrens.

En dat is niet altijd zo geweest, want Rotterdammers keken lange tijd liever niet achterom. De stad herdacht niet haar vernietiging, maar vierde op 18 mei jaarlijks de Wederopbouwdag. Waarmee bewust het beeld werd geschetst van een veerkrachtige stad, waarvan de inwoners niet bij de pakken neer gingen zitten. Pas toen vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw het nieuwe centrum vorm begon te krijgen, kwam meer aandacht voor het herdenken van de slachtoffers en de verwoesting van het bombardement.

Maar zijn we niet nog altijd te bescheiden over onze geschiedenis? We hebben inmiddels de brandgrens gemarkeerd met lampjes en een permanent oorlogsmuseum(pje) aan de Coolhaven, maar dat laatste is vooral op kinderen gericht en heeft beperkte openingstijden. Zou juist in een stad als Rotterdam een serieus oorlogs- en wederopbouwmuseum niet op zijn plaats zijn? Vergelijkbaar met het moderne museum In Flanders Fields in Ieper bijvoorbeeld, dat jaarlijks 200.000 tot 500.000 bezoekers uit binnen- en buitenland trekt. Het lijkt me interessanter dan de plannen die er nu zijn voor een ‘Landverhuizersmuseum’ op Katendrecht.

Om nog even terug te komen op de mythe van het Rotterdams klokkengelui: de ware toedracht heb ik uiteindelijk nooit meer aan mijn Amsterdamse vriendin opgebiecht, in de hoop dat ze deze prachtige leugen vooral onder haar stadgenoten blijft verspreiden. Laat ze daar maar denken dat we onze geschiedenis dagelijks eren en koesteren, zoals dat wat mij betreft hoort.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.