Hier voltrok zich onder je ogen de seksuele revolutie

Correspondentie Hoe zag het leven eruit, eind jaren zestig? Jannetje Koelewijn las een stapeltje brieven uit die tijd.

Foto’s Paul Almasy en Getty Images

Elf brieven, handgeschreven tussen 1968 en 1972. Ze zijn van Gerda van Oostveen, een huisvrouw uit Bussum, en ik kreeg ze van haar kinderen. Terwijl ik ze las, dacht ik wat je wel eens denkt als je oude foto’s ziet, of beelden uit een oud televisiejournaal. O, ja, zo zagen mensen eruit, zo gedroegen ze zich. Je verbaast je over wat toen normaal was en nu niet meer. Of andersom.

In de brieven van Gerda van Oostveen, aan een vriendin in Israël, lees ik hoe een huisvrouw, voorheen gereformeerd, over huwelijkstrouw dacht, over nieuw verworven vrijheden. Nee, ze schrijft niet over seks, alleen bedekt. Maar toch: hier voltrekt zich onder je ogen de seksuele revolutie, ook onder volwassenen. Nou ja, sommige volwassenen. Dit alleen al: bij een housewarmingparty richten Gerda en haar man Johan tijdelijk alle kamers opnieuw in. Een dancing, een wietsalon, een darkroom met kussen en matrassen. Wow, man, te gek.

En neem deze brief, over de paasdagen thuis in de Bredelaan: „’s Avonds stond Chris plotseling voor onze neus en aangezien ik hem lang niet gezien had, viel er veel te praten. Dit alles onder het genot van anderhalve fles wodka en muziek. Aangezien Chris toen niet meer kon rijden, bleef hij slapen. […] Het was al weer licht (6 uur) toen we naar bed gingen.” Chris is een oude vriend van haar en zij slaapt ook wel eens bij hem in Amsterdam. Johan weet dat en heeft er geen problemen mee.

Een paar uur later is Gerda al weer op, want de kinderen – de jongste is van 1967, de oudste van 1961 – zijn wakker en moeten ontbijten. Ze gaat met ze naar het bos en als ze terugkomt, staan Bert en Marijke voor de deur, met hun vier kinderen. Bert en Marijke: vrienden uit de buurt. „Na een tijd gekletst en gedronken te hebben, wilde iedereen tafeltennissen, dus gingen alle volwassenen naar boven. Acht kinderen bleven beneden, in de tuin en de speelkamer, die nauwelijks meer als zodanig te herkennen viel. Johan sleepte pils en ik sherry en noten naar boven, waar weer van alles omviel en brak.” Er komen nog meer vrienden uit de straat langs en ’s avonds verkassen ze met alle kinderen naar het huis van Bert en Marijke. Eten, nog meer drinken, muziek, dansen. Maar deze keer gaat Gerda om tien uur naar huis, want ze is na een nacht niet slapen „een wrak”.

Wel twee keer in de week naar de kerk

Gerda’s kinderen, drie jongens en een meisje, vijftigers nu, gaven me ook een feestbundel met verhalen die ze ter ere van Gerda’s zestigste verjaardag hadden gemaakt, in 1995. Gerda’s oudste zusje Ali vertelt daarin dat Gerda op de kleuterschool een parmantig en spontaan meisje was, leergierig en ondernemend. En een klasgenoot van haar op het Marnix Gymnasium vertelt dat ze bij de spraakmakende, goed gebekte meisjes hoorde, sportief en onconventioneel. „Als je met een groepje bij haar thuis was, zei ze: ‘Er hoeft zeker niemand thee?’ Niet omdat ze geen zin had om thee te zetten, maar om een informele sfeer te scheppen.”

In revolutiejaar 1968 waren er tal van schokkende gebeurtenissen. Bekijk hier onze fotoserie van historische foto’s.

Maar op zondag ging Gerda wel twee keer naar de kerk. Dat moest van haar vader, directeur van een melkfabriek in Rotterdam. Hij was orthodox en autoritair en het hele gezin, zes broers en zusters, zat geweldig bij hem onder de plak, inclusief de moeder.

Dansen, feesten, film, vriendjes, heel veel vriendjes. Maar met ze slapen? Nee, alleen zoenen

Dus na haar eindexamen, in 1953, wist ze niet hoe snel ze moest vertrekken. Eerst een jaar naar Amerika, daarna naar Amsterdam. Ze ging psychologie studeren, aan de gereformeerde Vrije Universiteit, dat nog wel, en werd lid van het gereformeerde corps. Dansen, feesten, film, vriendjes, heel veel vriendjes. Maar met ze slapen? Nee. Een vriendin met wie ze drie jaar op één kamer woonde: „Dat deden wij niet.” Alleen zoenen. Tot ze Johan leerde kennen. Een serieuze en geëngageerde jongen die economie studeerde en rector was van het corps. Dezelfde vriendin: „Je merkte enorm aan Gerda dat dit voor haar erg serieus was. Er werd ook gezegd, tjonge, Gerda heeft Johan van Oostveen. Want Johan was wel iemand.”

Ze trouwden in september 1959, na Johans afstuderen. Maar Gerda maakte, nog helemaal jaren vijftig, haar studie niet af. Zij bleef thuis en Johan ging in het familiebedrijf werken, Kampert en Helm, een grote drukkerij in Amsterdam, later in Lelystad. Hij nam, als een ouderwetse gereformeerde mannenbroeder, tal van maatschappelijke functies op zich. Maar niet meer in de kerk, want hij was intussen lid van de PvdA geworden.

Vijftig jaar geleden trokken jeugdige babyboomers vol idealen ten strijde tegen het oude establishment. Wat is er over van hun idealen? Hoe vormden zij de kunst en cultuur? En waarom zit het revolutionair elan anno 2018 vooral op rechts? Deze maand besteedt NRC aandacht aan revolutiejaar 1968.

Lees de verhalen via nrc.nl/1968.

Canarische eilanden

De eerste brieven schrijft Gerda nog in hun huis in Amsterdam-Buitenveldert. Ze schrijft haar vriendin lange verhalen over de kinderen, altijd vrolijk, klagen doet ze nooit. Over haar jongste, Gerbrand, op dat moment anderhalf: „Hij spreekt reeds vijf woorden. Schreeuwen kan hij beter. Hij werpt zich op de grond als hij zijn zin niet krijgt en gooit zijn eten op de grond als hij niet wil eten. Laatst wierp hij zes eieren stuk op de keukenvloer, hij trekt de tv-draden kapot, hij loopt naar links als hij rechts moet, kortom, een schat.”

De verhuizing naar Bussum is in het najaar van 1969. Vrienden van hen wonen daar al of komen er wonen, en met andere mensen in de buurt kunnen ze het ook buitengewoon goed vinden. Een vrouw op de Koedijklaan – ze heet Dies, ze studeert andragogie – ziet Gerda lopen met „een sliert kinderen om zich heen” en noemt haar „een te gek wijf in een spijkerpak”. Met die vrouw wil ze wel eens op vakantie, al kent ze haar nauwelijks. Op een avond belt ze bij haar aan, Johan doet open. Gerda is al naar bed, maar geen probleem, ze komt weer naar beneden. Dies vraagt of ze zin heeft om over vijf dagen met haar een week naar de Canarische Eilanden te gaan. Ze kan wel duizend redenen bedenken waarom Gerda nee zal zeggen – man, vier kleine kinderen – maar wat antwoordt ze? „Geweldig idee.” Ze had die avond toevallig nog tegen Johan gezegd dat er hier in Bussum ook nooit eens wat gebeurde.

Lees meer over andragogie in dit stuk: Een studie om de hele wereld te verbeteren

Gerda, een paar weken later: „Het was een dol feest, van begin tot eind. [...] We wilden ’s avonds gelijk uit, dus vroegen we aan de portier waar het leuk en gezellig was, en deze man zei dat we dan maar eens bij La Aloha moesten gaan kijken. Wij in een taxi en erheen, en het beviel ons daar best, dus gingen we er iedere avond heen.”

De derde dag krijgt ze een zonnesteek en dan neemt het verhaal een wending waarvan je in tijden van #MeToo denkt: o, o, gaat dit wel goed? ’s Avonds, Dies is weer naar La Aloha, ligt Gerda in bed, te ziek om op te staan en naar de wc te lopen. (En, moppert ze, zonder drank en sigaretten binnen bereik). Wat gebeurt er? De deur gaat open, Karli komt binnen, een Zwitser die ze in Las Palomas heeft ontmoet toen ze bij de bushalte een broek over haar bikini stond aan te trekken. Hij had haar en Dies een lift gegeven en nu heeft hij van Dies de sleutel van de hotelkamer gekregen.

Hoe reageert ze? Schrikt ze? Slaat ze alarm? Niks ervan. Ze laat zich door Karli naar de wc helpen, doet vaag over wat er verder gebeurt, en schrijft dat ze de volgende avond in La Aloha lachend naar de dansvloer wordt gedragen. „Dansen ging heel goed en het beste was te blijven dansen. Maar je wilt ook wel eens roken en drinken.”

Ik vond het leuk om met een andere man uit te gaan (tot afschuw van 1 of 2 vrouwen)

Die hele week, schrijft ze, hadden ze zich Maria en Lisa genoemd en iedereen dacht dat ze een jaar of 25 waren. Dat hadden ze maar zo gelaten. „We hadden namelijk het sterke vermoeden dat mensen je anders behandelen als ze weten dat ze te maken hebben met twee moeders van vier kinderen, leeftijd 35.” Volgens Johan hadden ze daar heel goed aan gedaan. Zijn adagium was ‘vrijheid in gebondenheid’: relaties met anderen moesten kunnen.

Even tussendoor: Gerda was inmiddels aan een opleiding Engels begonnen, ze wilde lerares worden (en dat werd ze ook), ze schrijft er en passant over. Geen feministische beginselverklaringen, ze doet het gewoon, ondanks de muiterij van haar kinderen. Haar zoon Dirk, de tweede in de rij, vertelde me dat ze altijd luidkeels begonnen te protesteren als hun moeder vertrok en zij aan de oppas werden overgelaten. „Ben je nou al weer niet thuis?”

Niets was meer zondig

Wat deed de veranderende tijdgeest nog meer met het voorheen gereformeerde echtpaar Van Oostveen? In april 1971 schrijft Gerda aan haar vriendin dat ze met Johan mee is geweest naar een bijeenkomst over seksualiteit van de Essaigroep. Dat waren mannen, onder wie Johan, die elkaar kenden uit hun studietijd en regelmatig samenkwamen om te discussiëren over thema’s als de onafhankelijkheid van Indonesië (daar was het ooit mee begonnen), de normen voor een rechtvaardige inkomensverdeling en de taak van de Kerk in deze. Vanwege het onderwerp zijn de vrouwen deze keer ook uitgenodigd. Gerda: „We hadden een boekje van tevoren gelezen, getiteld Afscheid van de Seksualiteit, waar ik het in grote lijnen mee eens was. Sommige aanwezigen hadden er erg de pest over in dat alles wat vroeger zondig geacht werd dat helemaal niet was, en dat het nu voor velen te laat was om zich aan bepaalde geneugten over te geven in verband met kapotmaken van een huwelijk. Sam stampvoette van woede. Ik hoop dat er nog een vervolg op komt, want het was erg interessant.”

Twee recente essaybundels over vrouwen en seks laten zien dat de huidige seksuele moraal een nieuwe kleinburgerlijkheid heeft opgeleverd. Lees ook: De seksuele moraal van de Tinder-generatie

En dan: „Johan en ik behoren tot de meest progressieven, anderen zien het naar bed gaan met iemand als ‘het grote wonder dat God gegeven heeft’ en het naar bed gaan met iemand anders dan de wettige echtgeno(o)t(e) als een doodzonde. Bovendien zou je dan tijd en aandacht besteden aan iemand anders in plaats van aan de vrouw met wie je getrouwd bent. Johan zei toen: ‘Je gaat toch ook naar je werk?’ Ik lachte me ziek, maar volgens de meesten lag dat op een ander vlak. Helaas moesten wij in verband met de oppas als eersten het pand verlaten. Omdat ik in de loop van de avond gezegd had dat ik het heel leuk vond om met een andere man uit te gaan (tot afschuw van 1 of 2 vrouwen) meende Theo Hagen te moeten zeggen: ‘Ga je vanavond toch maar met Johan mee?’ Ja, zei ik, hij is de enige die me gevraagd heeft. Vervolgens wilden verscheidene heren wel met mij uit.” Misschien deed ze zich toch stoerder voor dan ze was, want ze schrijft: „Gelukkig heb ik geen tijd.”

Niet lichtvaardig over doen

In de bundel artikelen bij het vijftigjarig jubileum van de Essaigroep, in 2008, vind ik een verslag van die avond en dat is wat anders van toon. Er wordt gesproken over visies op de mens en de seksualiteit ‘zoals die vandaag aanwezig zijn’, te weten ‘twee engseksuele en een totale visie’.

Ook in de kunsten was 1968 een revolutionair jaar, waarin legendarische albums verschenen en nieuwe stromingen het licht zagen. Een tijdlijn vol meesterwerken.

De seksuele revolutie was voor deze groep (ex-)gereformeerden niet iets waar lichtvaardig over gedacht werd. Engseksuele visie? „Die is aanwezig in twee groepen, die tegenover elkaar staan en toch gelijkenis vertonen. De ene groep is anti- en de andere is pro-seksueel gericht, maar beiden besteden grote aandacht aan het seksuele. Beide groepen willen dat de anderen leven volgens hun model.” Zo gaat het nog vijf lange bladzijden door.

Dies was de eerste van de Bussumse vriendengroep die ging scheiden. Een paar jaar later, vertelde Allard, Gerda’s oudste zoon me, waren ongeveer alle mannen in de straat terug naar Amsterdam, met een jongere vriendin. Het huwelijk van Gerda en Johan bleef in stand en was volgens de kinderen al met al heel liefdevol. Gerda stierf in 1999 aan de gevolgen van een longembolie. Johan stierf elf jaar later, voor de spiegel in de badkamer. Herseninfarct.

    • Jannetje Koelewijn