Vrij zijn is…spelen in het fanfareorkest

en fotograaf laten zien hoe we uit de sleur breken. Deze week trompet spelen in het fanfareorkest.

Middenin het Westland, tussen de kassen met tomaten en loodsen met ‘flowerbulbs’, ligt het dorp Poeldijk. Daar, op de geluidsdichte zolder van zalencentrum De Leuningjes, repeteert fanfareorkest Pius X. Elke dinsdagavond komen Jos en Jordi van Dijk, vader en zoon, er blazen. Betovergrootvader Wim van Dijk was ruim honderd jaar geleden een van de oprichters. Jos van Dijk (58) wijst op de zwart-witportretten van ereleden aan de wand: „Wij zijn vierde en vijfde generatie. Poeldijk was een katholiek arbeidersdorp. Op kerstavond blies ik van vijf uur tot de nachtdienst in de grote kerk verderop, de kathedraal van het Westland.”

„We spelen nog twee missen per jaar”, zegt zijn zoon Jordi van Dijk (22). „En dan iets van zes uitvoeringen, met Koningsdag, Sinterklaas, Nieuwjaar.” In het dagelijks leven is hij bedrijfsleider op een paprikakwekerij. „De concerten, daar doe je het voor.” Waar nog meer voor? „Nou, gewoon. Vrije tijd.” Zijn vader knikt instemmend. Een woord als ‘passie’ komt niet over hun lippen. Of ze als kind weleens geen zin hadden? „Het was zo. Heb je je tanden gewisseld? Mooi dan kun je blazen.”

Zijn vader duwde Jordi van Dijk op zijn achtste een trompet in handen, net als zijn eigen vader deed: „Elke dag voor het eten een half uurtje spelen.” Van Dijken leren hun zonen zelf trompetspelen. En daar blijft het niet bij. Op zeker moment had Jos van Dijk twintig leerlingen naast zijn werk bij KLM. Vaak behaalden ze hoge cijfers op het fanfare-examen. Maar hij zit ook bij Pius X voor de gezelligheid, „zonder drank geen klank”. Vandaar de bar in de hoek. Boven de flessen sterke drank prijken bekers die niet meer in de prijzenkast pasten. Al vijftig jaar zit Jos van Dijk bij het orkest, met Jan, Piet, Peet – zijn maten. Een tijdje terug stapte hij over op tuba, de grootste toeter van de fanfare. Waarom? Hij grijnst: „We hadden al genoeg trompetten.”

Of ze als kind weleens geen zin hadden? „Het was zo. Heb je je tanden gewisseld? Mooi dan kun je blazen.”

Soms valt hij in als dirigent, zoals met Koningsdag. Zijn ogen glimmen: „Heel gaaf, je kan overbrengen in de muziek wat je mooi vindt, of leuk.” Het concert was in het zorgcentrum. Zijn moeder kwam ook luisteren. Jordi van Dijk: „Bejaarden vinden het geweldig, die komen uit de tijd dat het normaal was dat je speelde. Maar ja, allemaal tachtig.” Niet al zijn vrienden houden van fanfare: „Ze denken ‘hoempa, hoempa’.”

Niets is minder waar blijkt als de leden zijn gearriveerd, in gestreken goed en met kortgeknipte Hollandse koppen. Als de mondstukken zijn opgeschroefd, oefenen ze het symfonische ‘Pilatus, Moutains of Dragons’. Veel tempowisselingen, spanning en dynamiek. Het repertoire van Pius X? Pirates of the Caribbean, de componisten Mancini en Morricone, blues of latin. Alles even zwierig, swingend en meeslepend. Gewoon.