opinie

    • Bas Heijne

Utopie

‘Europa is een utopie. Maar we zitten hier met z’n allen, dus het is gelukt. Utopisten zijn pragmatici en realisten.” Het klonk goed: afgelopen donderdag ontving de Franse president Macron de Karelsprijs, die jaarlijks door de stad Aken wordt uitgereikt aan iemand die zich „verdienstelijk” heeft gemaakt voor de Europese eenwording.

Nooit van gehoord – maar dat ligt aan mij, de prijs bestaat sinds 1950. Mooi, want kijk naar de lijst met winnaars en je begrijpt meteen hoe de Europese droom in de versukkeling is geraakt.

Hij vangt aan met stevige namen als Winston Churchill, Konrad Adenauer, George Marshall – persoonlijkheden, mannen van de wederopbouw, die een nieuwe eenheid moesten bevechten. Vervolgens gaan we langzaam maar zeker naar populaire derde-weggers als Tony Blair en Bill Clinton toe. We eindigen bij Martin Schulz en Jean-Claude Juncker.

In 2002 werd de prijs toegekend aan… de euro. Van Churchill naar de euro. Eigenlijk heb je dan het hele verhaal al verteld.

Van staatsman naar bureaucraat, van gedurfd elan naar business as usual, van aanvallend naar defensief. Van voorvechters van een glorieuze droom naar een establishment dat prijzen aan zichzelf uitdeelt, als een angstig bezweren van de opstandige onderbuik.

Prijswinnaar Macron is zich uitstekend van die ideologische impasse bewust. „We moeten ons niet uiteen laten spelen, we moeten niet bang zijn. We moeten niet langer wachten.”

Europa heeft het de afgelopen jaren links en rechts verbruid, omdat het teveel een symptoom van globalisering werd, in plaats van genoeg tegenwicht te bieden aan globalisering. Tijdens de jaren negentig dobberde men vrolijk mee met de tijdgeest, en toen die begin deze eeuw omsloeg, begreep men er jarenlang niks van. Geen afdoende antwoord op het brutale kapitalisme van nieuwe monopolisten, blind voor het onbehagen in lokale gemeenschappen die zich in hun identiteit bedreigd voelen.

En toen het besef eindelijk indaalde, bleek het elan overgenomen door Europa-haters en nationalisten. Wat restte was een versleten taal van eenwording en begrip, de verbleekte geloofsartikelen van een nieuwe gemeenschap van wereldburgers. En relikwieën als de Karelsprijs. In de week dat Macron hem mocht ontvangen, met een feestrede van Angela Merkel, maakte Silvio Berlusconi in Italië de weg vrij voor een nieuwe coalitie van verbeten Europa-haters, de extreemrechtse Lega en de anti-establishment Vijfsterrenbeweging.

Tja. Volgens de Frans-Amerikaanse socioloog en extremisme-expert Scott Atran hangt het voortbestaan van een gemeenschap of beschaving niet af van economische groei, of van vooruitgang (de kindersterfte neemt af, dus hé, het gaat goed met de wereld), maar van de veerkracht van gedeelde culturele idealen – een ideaal wat ons beweegt, wat ons emotioneel raakt, waar we ons voor willen inzetten.

Meer Churchill dus, en minder euro.

Macron wil dat gat vullen. Maar daar is meer voor nodig dan een gloedvolle speech bij een elitaire prijsuitreiking. Het gaat om een narratief dat het werkelijk kan opnemen tegen het nieuwe nationalisme, dat zich niet ver van het brave Aken roert, een verhaal dat de kleine wereld die zich door Europa gefnuikt voelt, zich weer verbonden doet voelen.

Dat brengt een dilemma met zich mee: om daadkrachtiger te worden, moet Europa machtiger worden – maar het moment dat Europa centralistischer wordt, neemt de weerzin van onderop toe. Dan komt het echt op je verhaal aan.

Een jaar nadat hij met een uitgesproken pro-Europese campagne de Franse presidentsverkiezingen won, kreeg Emmanuel Macron donderdag de prestigieuze Karelsprijs uitgereikt wegens zijn ‘grote verdiensten voor de Europese eenwording’.

Intussen dringt de tijd. De grote wereld is van zijn ankers; als Amerika de transatlantische band verbreekt, zal Europa wel gedwongen worden op eigen benen te staan. Tegelijk wordt Europa van binnenuit ondermijnd. Machthebbers van landen als Polen en Hongarije, een generatie terug gered door Europa, spugen op haar grondbeginselen. En volgens NRC is het „een niet al te best bewaard geheim dat de regeringsleiders van Spanje en Italië er top na top voor spek en bonen bijzitten. Ze zwijgen.”

Ook dat nog. En Nederland? Met de Nederlandse beleving van Europa is het zoals met de Nederlandse beleving van de misdaadcijfers – dag in dag uit wordt er moord en brand geschreeuwd, maar kijk even verder dan Twitter en de stemming blijkt verrassend gematigd. Peiling na peiling wijst aan dat een ruime meerderheid voordeel in de EU ziet. Over Nexit, vorig jaar nog de natte droom van populistisch rechts, hoor je niks meer. Misschien heeft Gerard Joling er nog een mening over.

Maar nu voor de Europese Unie het uur U nadert, zal ook Nederland volmondig kleur moeten bekennen. Dat moment laat, Macron heeft gelijk, niet lang op zich wachten.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats.
    • Bas Heijne