„Iedereen is het erover eens dat we brievenbusbedrijven willen aanpakken. De discussie ontstaat over echte bedrijven met brievenbussen”, aldus Snel.

Foto Phil Nijhuis/Hollandse Hoogte

‘Nederland wordt gebruikt op weg naar belastingparadijzen’

Interview Menno Snel Het beeld van Nederland als belastingparadijs moet anders. En ja, daarvoor moet de D66-staatssecretaris van Financiën de afschaffing van de dividendbelasting verdedigen.

Het leek een typische corveeklus voor een relatief onbekend kabinetslid zonder al te zwaar politiek profiel. Het was niet de premier of de minister van Buitenlandse Zaken, maar de ogenschijnlijk lukraak gekozen staatssecretaris van Financiën die naar Armenië afreisde om voor het eerst op regeringsniveau de herdenking van de Armeense genocide bij te wonen.

En dus legde Menno Snel op 24 april in de zon, aan de voet van de Bijbelse berg Ararat, twee witte anjers bij het Tsitsernakaberd-monument.

Zelf spreekt hij diplomatiek van de herdenking van „de kwestie van de Armeense genocide”, de Nederlandse aanwezigheid was politiek beladen, gezien de al broze relatie met Turkije. Snel zegt dat de keuze om hém te sturen niet zo willekeurig was als misschien lijkt. Hij kon – als hij maar binnen 24 uur weer terug was – en hij wilde. Snel (47) kent het land en de mensen goed. „Het was mijn zesde of zevende keer in Jerevan. Ik had alleen die bloemlegging nog niet meegemaakt.”

Als bewindvoerder bij het Internationaal Monetair Fonds vertegenwoordigde hij in de jaren 2011-2016 niet alleen Nederland maar ook veertien andere landen, waaronder Armenië. Bij zijn bliksembezoek in april trof hij veel oude bekenden waar hij destijds mee werkte: de vicepremier, de minister van Financiën, de president van de centrale bank.

Naast de ceremonie had Snel nog een agendapunt in Jerevan: waarschuwen dat de Armeniërs niet op de nieuwe Europese zwarte lijst met belastingparadijzen moeten belanden. „Ze staan nu op de grijze lijst. Ik heb gezegd: ‘doe er mee wat je wil, maar ik zou niet op die lijst willen komen als ik jullie was. Die gaat serieus tanden hebben’.”

Belastingparadijs

Nederland dat een ánder land waarschuwt voor ‘belastingparadijserij’ – het klinkt als de wereld op z’n kop. Nederland wordt namelijk zélf door menigeen als belastingparadijs weggezet vanwege de aantrekkelijke fiscale voorzieningen voor internationale bedrijven. Er stroomt jaarlijks 4.000 miljard euro door Nederland. Dat zijn euro’s van de duizenden bedrijven, vooral brievenbusmaatschappijen, die hier gevestigd zijn.

Dat „beeld” van belastingparadijs Nederland wil Snel veranderen. Hij presenteerde eind februari zijn plannen tegen belastingontwijking. Komende week spreekt de Tweede Kamer over deze en andere fiscale plannen.

Zo wil Snel bijvoorbeeld een eind maken aan het onbelast doorsluizen van rente, royalty’s en dividenden naar erkende belastingparadijzen en landen met „heel lage” belastingdruk. In die gevallen wil het kabinet „in principe een bronheffing gaan opleggen”.

Snel spreekt van „een vlucht naar voren”, maar weigert nog steeds om Nederland een belastingparadijs te noemen zoals critici doen. „Ik erken wel, misschien explicieter dan in het verleden is gebeurd, dat Nederland gebruikt wordt op weg naar belastingparadijzen.”

Landen concurreren onderling om de komst van bedrijven. De hervormingen die u voorstelt gaan op een aantal fronten verder dan noodzakelijk is volgens internationale afspraken. Schiet Nederland zich daarmee niet in de voet?

„Ik wil daarmee laten zien dat het mij ernst is. Daarnaast doen we dit vanuit eigenbelang. Om het betere te behouden moet je een aantal dingen in de marge durven loslaten. Ik wil een ontzettend aantrekkelijk vestigingsklimaat in Nederland hebben, want het is voor de werkgelegenheid en voor onze welvaart belangrijk dat wij buitenlandse bedrijven aantrekken. Onze kracht is ons uitgebreide belastingverdragennetwerk met andere landen, onze rulingpraktijk waarbij bedrijven vooraf met de fiscus afspraken kunnen maken én de deelnemingsvrijstelling waardoor bedrijven geen dubbele belastingen betalen. Ik denk dat we die zaken gezien de internationale druk niet in stand kunnen houden als we de scherpe kanten er niet vanaf halen.”

Wie gaan daar last van hebben?

„Iedereen is het erover eens dat we brievenbusbedrijven willen aanpakken. De discussie ontstaat over echte bedrijven met brievenbussen. Stel, je bent een echt bedrijf en verdient heel veel geld met de verkoop van gymschoenen. Ze moeten vooral veel plezier hebben van dat geld – ik ben in dat opzicht echt een liberaal. Er is alleen een moment dat wij als fiscus willen ingrijpen: als zij die winsten alsnog in een brievenbus aan hun achterdeur stoppen en zo Nederland gebruiken als doorsluis naar een belastingparadijs.”

Er is in Nederland zo’n sportschoenenfabrikant: Nike. Er is hier ook zo’n autofabrikant gevestigd: Fiat. En er is hier ook zo’n computerfabrikant: Dell. Ziet u die nog wel blijven?

„Dit is een suggestie dat zij hier alleen zouden zitten omdat ze hun winsten kunnen wegsluizen naar een belastingparadijs. Ons vestigingsklimaat is meer dan alleen fiscaliteit. Ik geloof niet dat veel bedrijven die hier voor werkgelegenheid zorgen, zullen vertrekken als ze belasting op rente en royalties moeten betalen. Maar als het betekent dat ze zeggen: ‘dan blijven wij niet in Nederland, maar zetten wij onze vestiging in Luxemburg op’. So be it.”

U schrapt aantrekkelijke fiscale structuren, maar tegelijk wordt de winstbelasting verlaagd van 25 naar 21 procent en de dividendbelasting afgeschaft. U ruilt het een voor het ander?

„Dat klopt. Volgens mij bouw je een aantrekkelijk vestigingsklimaat door een lage effectieve belastingdruk voor bedrijven. Dat kun je bereiken met allerlei gestoei met fiscale constructies, maar ik ben iemand die – ook uit mijn ervaring in het verleden - veel meer gelooft in een lager belastingtarief en minder constructies daaromheen.”

Met ‘het verleden’ doelt hij op zijn veertien jaar op het ministerie van Financiën waar hij als topambtenaar „zo ongeveer alle rangen van het departement” zag. Snel was de grote onbekende die eind oktober toetrad tot het derde kabinet van Mark Rutte. Het type technocraat zonder enige politieke ervaring en zonder uitgesproken politieke ambities. Het was D66-onderhandelaar Wouter Koolmees – de huidige minister van Sociale Zaken – die hem een paar dagen na het verschijnen van het regeerakkoord belde met de vraag of hij niet staatssecretaris van Financiën zou willen worden. „Ik dacht dat hij iets over een investeringsinstelling wilde vragen waar ik bij betrokken was, maar hij was aan het formeren.”

De twee kennen elkaar van Financiën waar ze als ambtenaar werkten. Koolmees moest eerst weten of Snel wel ‘van D66’ was – hij stond niet op de ledenlijst. „Ik kon hem geruststellen”, zegt Snel , „dat ik altijd D66 heb gestemd. Dus het voelde goed. Als een andere partij me had gevraagd, had ik wel gewetensbezwaren gehad.”

Snel, die nog maar een jaar bestuursvoorzitter van de Nederlandse Waterschapsbank was, kreeg twee dagen bedenktijd. Hij zei ja en werd D66-lid. „Ik had het regeerakkoord nog als bankier gelezen en becommentarieerd. ‘Eindelijk weer eens een behoorlijke fiscale paragraaf’, riep ik tegen collega’s.”

U hebt lange tijd in het buitenland gewoond: wist u wat u zich op de hals haalde met het aanvaarden van deze functie?

„Ik wist wel dat er iets bij de Belastingdienst aan de hand is ja, natuurlijk, maar ik kende niet de ins en outs. ‘Welke idioot wil nou deze functie’, had ik Kamerleden horen zeggen.”

De Rekenkamer riep ooit dat de Belastingdienst niet eens een tariefwijziging aankan.

„Dat was wat gechargeerd, lijkt me.”

Nu komt er wel heel veel tegelijk aan. Het fiscale stelsel gaat op de schop: het nieuwe schijvenstelsel in de inkomstenbelasting, de btw-verhoging, nieuwe milieuheffingen moeten al in 2019 ingaan. Kan de fiscus dit aan?

„Sommige maatregelen zijn niet zo lastig, zoals de vereenvoudiging van de inkomstenbelasting. Pas als er structuurwijzigingen bijkomen wordt het ingewikkeld, zoals de veranderingen in de autobelastingen of de vennootschapsbelasting in samenhang met de aanpassing van de zogeheten fiscale eenheid. Daar is door jurisprudentie een enorm gat in geschoten en dat moeten we zien te repareren. Dat gaat niet alleen met spuug en touwtjes.

„Bij het regeerakkoord zijn de maatregelen al even op de hand gewogen en daarbij kregen we het idee dat alles wel haalbaar is. Maar de echte uitvoeringstoetsen komen pas bij de wetsvoorstellen. Als dan blijkt dat bepaalde maatregelen niet kunnen dan gaan we het misschien nog niet volledig doen, maar een onsje simpeler.”

De kans is dus reëel dat sommige plannen niet op tijd gehaald worden?

„Ik zou het heerlijk vinden om te zeggen: het komt allemaal op die dag op het uur U in orde, maar die glazen bol heb ik niet en dat kan ik inderdaad niet garanderen.”

Met het schrappen van de dividendbelasting heeft u het heetste kabinetsdossier op uw bord. D66 was er niet voor, u moet het verdedigen.

[korte stilte] „Toen was ik nog geen lid van D66. Het is nu regeerakkoord en daar heb ik ja tegen gezegd en dat ga ik uitvoeren. Uiteindelijk moet je geloven in die maatregel of niet. Er zijn mensen die zeggen dat je het niet moet doen als je niet kunt bewijzen dat het werkt. Maar ik ben hier op het ministerie verantwoordelijk geweest voor de ramingen en weet dat het heel ingewikkeld is om gedragseffecten te berekenen.”

Weet u wie over uw baan zei: Je moet een onverwoestbaar humeur hebben en geen enkele interesse in het verloop van je verdere loopbaan?

„Dat is een quote van een voorganger [Eric Wiebes, red.], die daarmee ook iets verzuchtte over zijn eigen belevenissen. Misschien voldoe ik ook wel aan die kwalificatie. Maar ik vind het een hartstikke leuke baan. Hier komt alles bij elkaar: het is héél politiek, het gaat om de portemonnee van iedereen, het is technisch ingewikkeld, het gaat om beleid, wetgeving en uitvoering en het is zowel nationaal als internationaal. Er komt iets bij wat ik heel leuk vind: in discussie gaan. Dat deed ik altijd al graag met vrienden, familie en collega’s. En dat is nu dan in de Tweede Kamer, met de camera’s aan.”

Lees ook dit stuk van NRC over hoe Nederland grote buitenlandse ondernemingen probeert te lokken: ‘Kom hierheen, wij betalen de rekening’
    • Camil Driessen
    • Philip de Witt Wijnen