Hasnain Kazim

Foto Frank May/Picture alliance

‘Mijn e-mailadres is een vuilstortplaats voor frustraties’

Hasnain Kazim

Fel én met humor maakte de Duitse journalist Hasnain Kazim een boek van de haatmail die hij kreeg. Hij ging het gesprek aan met de honderden mensen die hem uitscholden en bedreigden.

Het is een ongemakkelijke mix: een huiveringwekkend boek over haat en racisme, waar tegelijk veel om te lachen valt. Maar de Duitse journalist Hasnain Kazim weet wat hij doet. Al zijn hele volwassen leven krijgt hij haatmail, en nu rekent hij op een verrassende manier met zijn belagers af.

Twee jaar lang heeft Kazim (43) zoveel mogelijk van de haat-, dreig- en scheldmails die hij dagelijks ontvangt, beantwoord. Via e-mail ging hij het gesprek aan met meer dan achthonderd mensen – soms serieus en geduldig, soms spottend, strijdlustig en zélf provocerend. Het leverde enkele heuse gedachtenwisselingen op, maar vooral veel onthutsende en hilarische dialogen. Een selectie is nu gepubliceerd in het boek Post von Karlheinz; Wütende Mails von richtigen Deutschen – und was ich ihnen antworte.

Hoe hij zich zijn typische kwelgeest voorstelt, is te zien op het omslag. Daar zit een tuinkabouter – met een zonnebril op en zijn broek op z’n enkels – op de wc zijn giftige boodschappen de wereld in te sturen. Een kleine boze man met een rode puntmuts, zoals die in talloze Duitse voortuintjes te vinden is.

De Karlheinz uit de titel schreef op 29 november 2016, onder vermelding van zijn naam en adres: „Meneer Kazim, u bent een SMEERLAP, die alleen maar ANTI-DUITS DENKT EN SCHRIJFT!!! Dat u als BUITENLANDER ons Duitsers de les wil lezen, op uw arrogante toon… Kom maar eens bij mij, PRULSCHRIJVER, dan zal ik je laten zien wat een ECHTE DUITSER IS!!!”

Het is een van de nettere mails in het boek.

Omdat heel veel mensen niet beseffen dat dit op zulke grote schaal gebeurt, heb ik me door vrienden en collega’s laten overtuigen dat een boek toch een goed idee is.

Kazim bedankt hem vriendelijk en schrijft dat hij graag aanstaande zondag langs komt. Het toeval wil dat hij net in buurt op vakantie is met zijn familie – „grootouders, ouders, broers en zussen, drie echtgenotes (de vierde kon niet, want bevalt net), acht kinderen, 17 neven, 17 nichten en hun 22 kinderen. We verheugen ons erop van u te leren wat een ‘echte Duitser’ is.”

Karlheinz mailt terug: „Is dit een grap?” Maar Kazim houdt vol en vraagt waar hij de bussen kan parkeren waarmee de familie langskomt. En dat ze voor de barbecue zélf drie geiten zullen meebrengen om in de tuin te slachten. Karlheinz, op heel andere toon nu, schrijft terug dat hij die zondag niet thuis is. Maar Kazim mailt onverstoorbaar terug dat het geen probleem is, ze kunnen de feesttent ook alleen opzetten. En of Karlheinz alleen niet wil vergeten de tuinslang klaar te leggen, zodat de familie na de slachting het platje schoon kan spuiten. Uiteindelijk geeft Karlheinz zich gewonnen – „Ik waardeer uw humor” – en biedt hij zijn excuses aan.

De meeste twistgesprekken hebben een minder goede afloop en worden door een van de twee partijen afgekapt als het te hoog oploopt.

Met mensen die jou en alle mensen met een donkere huidskleur het land uit willen schoppen, of die je dood wensen, zit een echt gesprek er niet in, zegt Kazim in een interview per Skype vanuit Wenen, waar hij correspondent is voor weekblad Der Spiegel.

„Ik herinner me nog goed de eerste haatpost die ik kreeg, het waren nog papieren brieven. Ik was 17 en zat op school in Nedersaksen. In Rostock was een flat vol asielzoekers bestormd en in brand gestoken, een politicus van de CDU ging erheen en zei alleen: „Ik waarschuw voor een ‘omvolking’ van Duitsland.” Geen woord over de brandstichting en het opjagen van mensen. Hij legde als het ware de schuld bij de buitenlanders. Ik voelde me aangesproken: ik ben in Duitsland geboren, maar mijn wortels liggen ook elders, mijn ouders komen uit Pakistan. Dus schreef ik een kritisch stukje voor de jongerenpagina van de krant. Binnen een week kreeg ik zeven brieven, met teksten als ‘smerige buitenlander’, ‘rot op’ en ‘hoe durf je je mond open te doen’.

„Ik had dat totaal niet verwacht en was bang. Zou er nu iemand ons huis in brand komen steken? Zou ik het land, dat mijn vaderland is, worden uitgezet? Ik had nooit ergens anders gewoond, maar pas een jaar eerder na lange strijd eindelijk de Duitse nationaliteit gekregen. Het was allemaal heel intimiderend. Maar het heeft er uiteindelijk ook toe geleid dat ik de journalistiek in ben gegaan.”

Ik krijg mails met teksten als: we moeten met jullie het werk voortzetten dat we met de Joden zijn begonnen.

Mikpunt

Kazim leerde omgaan met de scheldpartijen. Als journalist – hij was onder meer correspondent in Pakistan en Turkije – werd hij een publiek figuur en daarmee mikpunt van allerlei felle reacties. Het feit dat hij een donkere huid heeft, en een in Duitsland ongebruikelijk naam, maakte hem nog meer tot doelwit.

„Het extreemrechtse en racistische denken grijpt sinds een paar jaar om zich heen. Je ziet dat ook in Nederland, in Frankrijk, Polen, Hongarije en de Verenigde Staten. Als we daartegen niet in het geweer komen, wordt het alleen maar erger.”

Zes jaar geleden bedachten Kazim en enkele collega’s met een migratie-achtergrond, die ook veel haatmail kregen, een theaterprogramma als gebaar van verzet. Ze noemden het Hate Poetry. Op het toneel lazen ze de scheldkannonades voor die ze keer op keer in hun postvak aantroffen. Hoe fanatieker de ruziezoeker, hoe komischer het effect als de mail hardop werd voorgelezen.

„Het was erg leuk en het deed ons ook goed om onze ervaringen te delen. Want het zijn eenzame momenten, als je dit soort dingen in je mail aantreft. Het publiek stond ervoor in de rij. Maar dat waren niet de mensen die we moeten bereiken. Het waren de mensen die toch al aan onze kant stonden.

„Daarom zijn we met dat programma gestopt en ben ik begonnen om direct en systematisch de confrontatie aan te gaan. Ik was helemaal niet van plan er een boek van te maken – ik dacht juist: ik hoef deze bagger niet ook nog op papier te zien. Maar omdat heel veel mensen niet beseffen dat dit op zulke grote schaal gebeurt, heb ik me door vrienden en collega’s laten overtuigen dat een boek toch een goed idee is.”

Kazim heeft niet de illusie dat hij veel mensen op andere gedachten heeft gebracht. „Maar een enkeling heb ik wel aan het denken gezet. Sommigen blijken helemaal niet te beseffen dat iemand hun mails ook werkelijk leest, die zien mijn e-mailadres puur als een vuilstortplaats voor hun frustraties. Maar die scheldpartijen en hatelijkheden raken je natuurlijk wel. Erop reageren is voor mij ook een soort therapeutische bezigheid.”

Ondertussen heeft de dagelijkse confrontatie met zoveel ongeremde woede Kazim wel veranderd. „Ik ben wantrouwiger geworden, en ook minder gelaten. Ik heb begrip voor iedereen die zegt: ik trek me terug want ik verdraag het niet. Maar zelf wil ik het niet zomaar over me heen laten komen, want dan accepteer je het.

„Ik vind dat je de strijd niet uit de weg moet gaan. Ook niet in de familiekring. Als een oom op zondag bij de koffie zegt dat hij Wilders stemt omdat hij genoeg heeft van ‘die moslims’, of dat hij niet naast ‘een neger’ wil wonen, dan kan je wel denken dat zoiets onacceptabel is, maar pas als je er tegenin gaat kan je hem duidelijk maken dat hij niet tot een meerderheid behoort.

„Ik ben geen moslim, maar veel mensen dénken dat ik moslim ben. Ze zijn zo gevangen in hun wereldbeeld dat ze echt denken dat ik een islamist ben – terwijl één blik op wat ik schrijf op Spiegel Online ze duidelijk kan maken dat dat onzin is. Ik krijg mails met teksten als: we moeten met jullie het werk voortzetten dat we met de Joden zijn begonnen. Voor zo iemand wil ik geen begrip opbrengen.”

Hoogleraar rechten

Veel van de toetsenbord-hooligans beginnen meteen over zijn huidskleur. Toch is hij terughoudend met het woord ‘racisme’. „Ik vind dat alleen van racisme sprake is als mensen op basis van hun ras beoordeeld worden. Ik kreeg bijvoorbeeld een mail, uitgeprint twintig kantjes, van een hoogleraar in de rechten, met naam en toenaam. Hij schreef waarom iemand zoals ik, ook al ben ik hier geboren, geen Duitser kan zijn. Hij sloot af met de zin: ‘Een rat die in een paardenstal is geboren blijft altijd een rat en wordt nooit een paard.’ Dát is racisme.

„Maar als iemand op grond van mijn huidskleur zegt: ‘Ach, meneer Kazim, wat spreekt u goed Duits!’, dan beschouw ik dat niet als racisme – ook al is het dat strikt genomen misschien wel. Waarschijnlijk is het goed bedoeld en heeft deze persoon nog nooit mensen ontmoet die er anders uitzien dan hij en toch goed Duits spreken.”

Kazim heeft langzamerhand een vrij precies beeld van de mensen die hem uitschelden en bedreigen. „Een deel wil me bang maken, in de hoop dat ik ophoud met schrijven. Dan is er een groep, ik denk de grootste, die zich echt zorgen maakt over Duitsland en bang is voor ‘Überfremdung’, zoals ze het noemen, ‘omvolking’. Die zorgen kan je serieus nemen, maar vaak zijn deze mensen niet in staat om zich goed uit te drukken.

„Iemand schreef me bijvoorbeeld: we moeten alle vluchtelingen bij de grens tegenhouden, en als ze toch komen moeten we ze neerschieten. Dat is natuurlijk onacceptabel, dat zég je niet. Maar ik begrijp wel wat zo iemand bedoelt. Ik schrijf dan terug: u bedoelt dat u zich zorgen maakt dat er zoveel mensen komen en dat er niet genoeg aan wordt gedaan om dat te beperken. Soms lukt het zo om een discussie te beginnen.

Lees ook dit interview met Kerim Simsek, waarin ook racisme wordt besproken: ‘Door racisme zijn de daders niet eerder gepakt’.

„Dan is er de derde groep: de mensen die alleen maar hun frustratie willen uitkotsen omdat ze niemand hebben om mee te praten. Dan schrijven ze mij, omdat ze toevallig mijn e-mailadres hebben gevonden, of een andere journalist of politicus.

„Er zijn collega’s en politici die zich laten intimideren, die niets kritisch meer tegen rechtspopulisten zeggen, of niets meer tegen Erdogan – want uit die hoek, en van de islamisten, komen dit soort aanvallen ook. De islam maakt het meeste los.

„Dat men zo fel over de islam schrijft heeft ook te maken met politici die dingen zeggen als ‘De islam hoort niet bij Duitsland’. Die scheppen een klimaat waarin mensen denken dat het oké is om te schelden. Ik vind dat je de islam niet alleen kán, maar ook móet bekritiseren. De vraag is alleen hoe je dat doet. Doe je het op een neerbuigende manier, zoals veel politici, dan ben je stemming aan het maken.

„Toen de AfD bij de verkiezingen in september in de Bondsdag kwam, mailde iemand me dezelfde dag nog: vanaf nu is er voor jou nog maar één plaats in Duitsland: aan de galg. Allerlei figuren voelen zich aangemoedigd hun mensenverachtende opvattingen de vrije loop te laten.”

Het valt Kazim op dat steeds minder mensen hun gal anoniem spuwen. „Ze schamen zich er niet meer voor om te schelden of te dreigen, soms vermelden ze zelfs trots hun academische titel erbij. Ik klink als een opa van negentig als ik dit zeg, maar het ontbreekt langzamerhand volkomen aan fatsoen. Men weet niet meer wat je wel en niet kan zeggen, terwijl dat voor een geciviliseerde omgang met elkaar toch echt nodig is.

„De Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry schreef eens: vergeet niet dat een zin een daad is. Maar veel mensen zijn dat wél vergeten.”

Voor iedere euro die dit boek oplevert, zouden jullie blij moeten zijn. Want daarmee zou me iets zijn gelukt wat de mensheid al eeuwenlang vergeefs probeert: uit stront goud te maken.

Niet meer bang

Bang is Kazim niet meer. „Misschien ben ik afgestompt. Maar de meeste mensen die dreigen laten het daarbij en menen het niet echt. Wel neem ik natuurlijk veiligheidsmaatregelen.”

Hij heeft het opgegeven om na doodsbedreigingen naar de politie te stappen. „Ik heb vijf keer aangifte gedaan – alle vijf keer leidde het nergens toe. De laatste keer zei de man die me bedreigd had: ik heb het niet geschreven, er hebben meerdere mensen toegang tot mijn computer. Natuurlijk was hij het wél, en bovendien: als je met een auto te snel rijdt en je nummerbord wordt geflitst, kom je er ook niet onderuit door te zeggen dat iemand anders in je auto zat, je bent tóch verantwoordelijk. Waarom kan dat niet net zo bij internet gelden? Ik voelde me door de justitie in de steek gelaten.”

Gevraagd of er delen van Duitsland zijn die hij als no go-zones beschouwt en waar hij zich met zijn donkere huidskleur niet veilig voelt, antwoordt Kazim: „Helaas zijn die er, in het oosten van Saksen en enkele andere gebieden in het oosten van Duitsland. Daar zijn mensen die trots zeggen dat ze ‘nationaal bevrijde zones’ tot stand hebben gebracht, zonder ‘buitenlanders’. Daar ben ik meerdere keren lastiggevallen.

„Ik weet dat er omgekeerd ook delen van Duitsland zijn waar witte mensen niet durven komen, omdat bepaalde Arabische clans het daar voor het zeggen hebben. Dat veroordeel ik evenzeer, daar moet de staat ook tegen optreden. Maar het ene probleem rechtvaardigt niet het andere.”

Het boek van Kazim ligt sinds eind april in de winkel. Op de laatste pagina’s dekt hij zich in tegen het verwijt dat hij al die haatmail alleen maar openbaar maakt om er geld mee te verdienen. „Voor iedere euro die dit boek oplevert, zouden jullie blij moeten zijn”, schrijft hij. „Want daarmee zou me iets zijn gelukt wat de mensheid al eeuwenlang vergeefs probeert: uit stront goud te maken.”