Opinie

    • Japke-d. Bouma

Kut en fuck

Japke-d. Bouma schrijft op deze plek over de taal die ze om zich heen hoort. Vandaag: de oprukkende geslachtsdaad in de alledaagse taal.

Toen ik een kind was, kreeg ik rode oortjes als iemand op school ‘kut’ of ‘neuken’ zei en thuis zocht ik die woorden op in het woordenboek als mijn ouders er niet waren. Gewoon, om zwart op wit te zien dat die woorden bestonden, als daad van verzet ook, dat ik ze niet mocht uitspreken.

38 jaar later vliegen de geslachtsorganen me in de dagelijkse taal om de oren. Mijn indruk is dat ‘kut’ daarin veel vaker wordt gebruikt dan in mijn jeugd, maar vooral de Engelse vertaling van neuken rukt op. Fucking, fuck, fack, fak, fakking en facking zijn de nieuwe vervangers geworden van het stopwoord ‘zeg maar’. Zo heeft elk nadeel zijn voordeel. Overigens is mijn favoriete krachtterm ‘kak’. Heerlijk woord, dat de lading veel beter dekt, maar daarover straks meer.

Mijn collega’s Ewoud Sanders en Rosan Hollak signaleerden al eerder in deze krant dat ‘fucking’ steeds vaker wordt gebruikt en dat er bestsellers worden verkocht met ‘fuck’ in de titel. Een van de populairste programma’s van de publieke omroep heet Mindfuck. Van de letter ‘u’ wordt een hartje, een sterretje of een vlek gemaakt – alsof het gecensureerd moet worden.

Het woord ‘kut’ wordt niet gecensureerd – en dat terwijl het een veel naardere lading heeft. Kut is ook veel erger dan lul. Lul wordt slechts gebruikt voor een ‘eikel’ – naarlingen en mispunten zeiden mijn grootouders; ‘kutweer’ is daarentegen écht heel slecht weer – lulweer bestaat niet eens.

Datzelfde geldt voor een examen dat je ‘kut’ gemaakt hebt – lul kun je ook al niet als bijwoord gebruiken. Denk ook aan de werkwoorden: ‘lullen’ is uit je nek kletsen, ‘kutten’ is de boel echt hopeloos verpesten – een stukje geslachtsdiscriminatie naar de vrouwen toe. Een hoopgevende trend is in dat opzicht de ‘kutlul’, een woord dat op Twitter steeds vaker opduikt.

Er zijn mensen die vinden dat het wel wat minder mag, van mij hoeft dat niet per se. Ik vind uitspraken als ‘mag ik dit even tegen je aanhouden’, ‘gemeenschapszin’, ‘ergens een plasje over doen’, ‘hands-on’, ‘heb je morgen een klein gaatje voor me’ (als ze een afspraak bedoelen, hoop ik) en ‘ideeën inbrengen’ veel erger. Omdat ik altijd de enige ben die er heel hard om moet lachen en mensen me dan onvolwassen vinden. Er is bovendien zoveel andere taal om me druk over te maken. Zo zei deze week iemand aan de telefoon: „Ik ga een lijntje uitzetten, en dan krijgt u hier terugkoppeling op” – o man.

Nee, laat mensen lekker kut en facking zeggen – beter dan die taboesfeer uit mijn jeugd. Zo hoorde ik laatst een student in de Albert Heijn vragen: „Waar staat die fakkin tandpasta?” Het kan natuurlijk dat ik weer eens een nieuwe sekstrend met tandpasta gemist heb, maar laten we er even van uitgaan dat de geslachtsdaad zo normaal is geworden, dat je er tandpasta mee kan aanduiden.

Wat ik wél zorgelijk vind, is dat deze associatie met ‘fuck’ en geslachtsorganen louter negatief is. Dit is niet de plek om de geneugten van de vleselijke liefde te bezingen, maar ik wil hier wel opmerken hoe jammer het is dat de daad en de daarmee samenhangende organen krachttermen zijn geworden. Dat bedoel ik: dan dekt ‘kak’ de lading toch een stuk beter.

Want tegelijk met de trend van de oprukkende geslachtsdaad en -organen in de taal, zien we dat jongeren op steeds latere leeftijd aan seks beginnen. Ze praten er vaak en negatief over en daarom beginnen ze er ook later aan?

Meer onderzoek is nodig.

Taaltips via @Japked op Twitter.
    • Japke-d. Bouma