Kun je stikken in een dichte kampeertent?

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: kun je stikken in je trekkerstentje?

Foto iStock

Komt dat nog voor, dat kinderen een rups met wat blaadjes in een jampot stoppen om de metamorfose tot pop en vlinder te bekijken? Of volgen ze dat proces liever op de telefoon? Het is voor de rups fijner, natuurlijk. Vaak werd zij opgesloten met een partij bladeren waar ze geen enkele affiniteit mee had. Of kwam ze zó pal in de zon te staan dat ze was gaar gestoofd voor ze aan het woord pop had kunnen denken.

In Amerika wordt het nog volop gedaan. Er bestaat daar zelfs bedrijfsmatige toezending van ingrediënten voor het bestuderen van de ‘butterfly cycle’. Tik ‘caterpillar’ en ‘jar’ in bij Google en bekijk de plaatjes. Het oogt nog als vanouds. Een enkeling sluit zijn rups op met een kale tak, een ander biedt vooral aarde en stenen aan, maar het is meestal: een rups en wat bladeren.

Wat opvalt is dat veel van die potten potdicht zitten. De gewoonte was toch om de jampot af te sluiten met een stuk papier waarin je gaatjes prikte. De rups moest kunnen ademhalen, dat was bekend, ze had zuurstof nodig. Nooit viel de vraag of dat geprik misschien overbodig was, omdat er zuurstof genoeg was. Deze week was er reden om het eens uit te zoeken.

Gesloten jampot

Het werd nog een heel gepuzzel, ook toen al was besloten alleen te bekijken wat er ’s nachts met de zuurstofconcentratie kon gebeuren. Zou die in een gesloten jampot-met-inhoud na tien uur duisternis significant zijn gedaald? Of stelde het niets voor?

Het lastigst was om inzicht te krijgen in het zuurstofverbruik van rupsen. Uiteindelijk werd een opgave gevonden voor de geurige wilgenhoutrups (Cossus cossus), een reus van een rups die van hout houdt en in tien uur tijd 14 mg zuurstof kan opnemen. De rups van Manduca sexta (tabakspijlstaart), nog reusachtiger, verwerkt wel 60 mg zuurstof in tien uur. Daar tegenover staat de 0,9 mg (maximaal) van de bescheiden Gynaephora groenlandica, een rupsje met meer haar dan lijf. We nemen aan dat de doorsnee jampotrups in tien uur 3 mg zuurstof verbruikt.

Schattingen voor de hoeveelheid zuurstof die bladeren ’s nachts opnemen bij wijze van ‘donker-ademhaling’ kwamen van populieren, zuring en een Australische acacia-soort. In tien uur 35 mg O2 per dm2 bladoppervak lijkt een aardig gemiddelde.

Lucht zelf blijkt ongeveer 270 mg O2 per liter te bevatten. In een lege jampot van 260 ml zit dus aanvankelijk 70 mg O2. Na 10 uur duisternis kunnen bladeren (1 dm2 oppervlak) en één rups dit hebben teruggebracht tot 32 mg, wat bijna uitsluitend ligt aan de donker-respiratie van de bladeren. Natuurlijk staat er de fotosynthetische zuurstofproductie van overdag tegenover maar het is evident dat in een luchtdicht afgesloten jampot woeste schommelingen in de zuurstofconcentratie kunnen optreden. De prikgaatjes in het papier hadden zin.

Kampeerders

Dit was maar een opmaat naar de behandeling van een serieuzere vraag: kan de kampeerder stikken in zijn tent? Can you suffocate inside a tent? Sommige trekkerstentjes zijn zó klein en met hun ingenaaide grondzeil en hermetisch sluitende ritsen zó luchtdicht dat ze niet voor jampotten onderdoen. Er gaan geruchten dat trekkers het eind van de nacht niet haalden omdat de zuurstof op was, of, waarschijnlijker, omdat de CO2-spanning te hoog was opgelopen. Denk ook aan tenten waarop sneeuw viel. Hoe liggen de kansen?

Het is met mensen als met rupsen, de opgaven over hun zuurstofverbruik lopen sterk uiteen, in dit geval van 350 tot 550 liter zuurstof per etmaal. Het midden aanhoudend is hieruit afgeleid dat de doorsneemens-in-rust per uur 24 gram zuurstof opneemt. Hoeveel zit er in zijn eenpersoonstent? Als die een inhoud van 1 m3 heeft zal dat ongeveer 250 gram zijn. Je leidt eruit af dat de ventilatievensters in tenten er óók niet voor niets zitten – en dat ze werken. Anders waren er al meer dode trekkers gevonden.

Het viel niet zomaar te achterhalen of de piramide-achtige tent die Robert Scott in 1911 gebruikte voor zijn noodlottige tocht naar de zuidpool was voorzien van ventilatie-vensters. De tent, geschatte inhoud 3,5 m3 (en dus met aanvankelijk 1050 gram zuurstof) werd, vóór Evans en Oates wegvielen, door vijf man gebruikt. Die namen samen 120 gram per uur op. Zonder ventilatie was het zuurstofgehalte in 4 uur gehalveerd, en de concentratie CO2 navenant gestegen.

Daar komt bij dat de vijf in hun tent kookten. Elke avond werden ‘hoosh and cocoa’ (pemmican en chocolademelk) klaargemaakt op een petroleumbrander. Als die een rendement had van 50 procent kan per avond wel 50 gram petroleum zijn verstookt. Dat kostte nog eens 170 gram zuurstof. Was dan het gevaar van koolmonoxide-vorming niet levensgroot? Dat was het en is het nog steeds voor dwazen die in hun tent koken, op internet is daarover veel te vinden.

Moeten we aannemen dat de ploeg van Scott geregeld half vergiftigd in de slaapzak lag? Je weet het niet. De tent had geen ingenaaid grondzeil of ritsen en misschien wáren er ventilatievensters. Belangrijker: Scott verbood het urineren in de tent (in een pan of beker). Pissen doe je buiten, vond hij. Waarschijnlijk ging de tent ’s nachts altijd nog een paar keer open en kon zuurstof toestromen.

    • Karel Knip