Opinie

    • Youp van ’t Hek

Kroon op zijn werk

En nu dus weer dat verhaal van onze enige echte levende nationale oorlogsheld Marco Kroon, drager van de Militaire Willemsorde, die hij in 2009 door Trix zelf opgespeld kreeg omdat hij als officier zeer moedig had opgetreden bij levensgevaarlijke vuurgevechten in Afghanistan. We hebben het hier niet over een roestige vierdaagsemedaille die elke afgezwaaide sergeant in een stoffig laatje heeft liggen, maar over de hoogste militaire onderscheiding die sinds 1955 aan niemand meer was uitgereikt. Als je die krijgt, heb je wel iets heroïsch geflikt.

Maar na dat lintje was het al gauw gedoe met onze Marco. Eerst gesodemieter in zijn schimmige kroegje, waar hij zowel de opium- als de vuurwapenwet zou hebben overtreden. Er was coke in zijn borsthaar gevonden, maar later bleek dat bewijs niet afdoende en werd de moedige oorlogsheld vrijgesproken.

Maar nu het ingewikkelde dingetje rond een superstaatsgeheime missie in 2007 waar militairen het nog niet met de mee teruggereisde woestijnvlooien over mochten hebben. Met niemand konden ze daarover praten. Niet eens met zichzelf. De deelnemers zouden er namelijk door in levensgevaar gebracht kunnen worden. Alle jongens en meisjes hielden zich daar uiteraard aan. Behalve Marco. Hij deed bijna tien jaar later iets heel vreemds. Hij vertelde dat hij tijdens zijn verblijf door de vijand vernederd en gegijzeld was. En dat hij uiteindelijk iemand dood had moeten knallen. Vertelde hij dit fluisterzacht in bed aan zijn vrouw na een romantisch zoet moezelwijntje? Nee, Marco gaf een interview aan het Rotterdamse oliebollenblaadje AD dat zelfs door onze nationale polderrocker Waylon deze week geboycot werd. En nou komt het curieuze: inmiddels wordt er na een onderzoek door bijna iedereen getwijfeld of het verhaaltje wel waar is. Of het niet uit de dikke duim van de superheld komt.

Marco is inderdaad ooit even een kwartiertje zoek geweest. Hij heeft toen met zijn auto een lokaal fruitstalletje geraakt en opgeschoten Afghanen hebben geroepen dat hij beter uit zijn kale harses moest kijken. Ze zouden hem gedwongen hebben de schade te betalen. Twee appels en een ui.

Maar Marco heeft van dit aanrijdinkje een heldenepos gemaakt. Niks schadeformuliertje en dan verder met je zinloze leven, nee, Marco ging door een brandende hel, is gemarteld, maar niet gezwicht. Hij is vrijgelaten en heeft een tijdje later zijn tegenstander uitgeschakeld door zijn schietpistooltje op hem te legen. Dat heet oorlog. Met zulke verhalen kan je in je stamkroeg thuiskomen. En dit soort staatsgeheimen deel je gezellig met het AD.

En nu? Nu zit hij wat mij betreft voorlopig in het rijtje radelozen van 2018. Hij kan probleemloos meedoen op de overvolle Nederlandse kneuzenkermis. Hoe? Manager worden van Dotan en zijn trollenbandje of met ex-minister Halbe in therapie gaan in een Siberisch gekkenhuis, dividendbelastingmemory gaan spelen met onze teflon alzheimerpremier en zijn demente coalitiekornuiten, of de dagelijkse leiding krijgen in het clubhuis van de Groningse motorclub Vindicat, of…

Het lijkt wel of iedereen totaal de weg kwijt is. Sterker: er is geen weg. Niet eens een paadje. Krijsend huilen we ons massaal door een gekmakende aandachtwoestijn vol schreeuwers, bloggers en vloggers.

Ik zag de onvermijdelijke advocaat Knoops de arme Marco moedeloos verdedigen en het wachten is nu alleen nog op wat Peter R. de Vries er samen met Jort Kelder bij Pauw van gaat vinden. Ja, spannend landje, jongens en meisjes.

Ik begrijp dat Franse gezin zo goed dat deze week in de Beekse Bergen uit de auto ging om een gezellige selfie met een luipaard te maken. Die familie dacht: er gebeurt nooit iets in dat saaie kutlandje, dus dit loopt vast ook goed af. En dat liep het ook. De oorlogshelden moeten daar hun eigen moedige daden bij elkaar fantaseren. Het zal wel weer iets met een stresssyndroom zijn. Volksziekte nummer één.

Ik kijk geamuseerd naar de krampachtig krumpende dansers van Waylon en denk: zelden heeft een clubje mannen de radeloze stand van ons land zo overduidelijk weergegeven.

    • Youp van ’t Hek