Het verleden als heden: hoe de oorlog wordt misbruikt

Het verleden naar het heden toe redeneren, het gebeurt in Rusland én in Nederland. Retoriek, maar desondanks niet ongevaarlijk, stelt .

Straatoptocht op 9 mei waarbij Russen foto’s van familie uit de oorlogsgeneratie tonen. Foto Alexander Nemenov/AFP

Zelden sinds 1967 was de vierde mei zo politiek als deze keer. In 1967 vervroegde de regering de dodenherdenking wegens Hemelvaartsdag naar 3 mei. Duizenden Amsterdammers protesteerden in een stille tocht tegen dit gescharrel met de datum. Deze keer waren het burgers die aan de haal gingen met de meidagen. Zoals een activist die de stilte wilde verstoren ter nagedachtenis van de Nederlandse koloniale oorlog.

Deze neiging het verleden in te zetten voor afrekeningen in het heden, is niet uniek Nederlands. In Rusland en Oekraïne gebeurt dat al jaren.

Alleen al de naam is reden voor conflict. Gaat het om de Grote Patriottische Oorlog (Rusland) of om de Tweede Wereldoorlog (Oekraïne)?

Dat is geen semantische kwestie. De Grote Patriottische Oorlog begint in 1941, als Duitsland de Sovjet-Unie aanvalt. Het Molotov-Ribbentroppact (1939), waardoor Polen en Galicië ten prooi vielen aan Hitler en Stalin, blijft in deze jaartelling buiten schot. De Tweede Wereldoorlog begint in 1939. Zo wordt recht gedaan aan de sovjetbezetting van West-Oekraïne en Baltische landen in 1939/40.

Sinds kort staat de Overwinningsdag op 9 mei – pas sinds 1965 een vrije dag – in Rusland ook in het teken van het ‘fascisme’ dat volgens Moskou in Kiev regeert. Bijvoorbeeld met het Sint-Jorislintje, een oker-zwart insigne dat in de oorlog werd gedragen door sovjetsoldaten en in 2014 het symbool werd van de pro-Russische separatisten in de Donbas. Sindsdien tooit het oker-zwart autospiegels of rollators in Moskou, niet alleen in mei maar het hele jaar.

De straatoptocht ‘onsterfelijk regiment’ waarmee burgers op 9 mei met foto’s van hun (groot)ouders respect voor de oorlogsgeneratie tonen - een lokaal initiatief dat door de staat is geannexeerd - heeft nu eveneens hedendaagse lading. Hilarisch, of treurig, was de ‘onsterfelijke’ parade van 2016, waarin Natalia Poklonskaja, hoofdofficier van justitie op de Krim, een foto met zich meedroeg van tsaar Nikolaas II, die in 1945 toch echt al 27 jaar dood was.

Oekraïne herdenkt sinds 2014 officieel op 8 mei, de dag die in Europa het einde markeert. De vrouw in het neostalinistische monument Moederland in Kiev werd dinsdag daarom getooid met een krans van rode papavers. Probleemloos is deze overgang evenmin. In Oekraïne worden nu ook ultranationalistische milities herdacht, die voor 1941 en na 1944 tegen het sovjetleger vochten maar tussendoor meedogenloos huis hielden onder Joden en Polen. Sint-Jorislintjes en ‘onsterfelijke’ regiment-tochten zijn er op de negende mei niet meer gewenst.

De achtste of de negende mei, het is om het even. In beide landen werd de oorlog afgelopen week onbeschroomd politiek herdacht. In Moskou prees president Poetin de veteranen, die laten zien waarom de eenheid van het volk en het vaderland moet worden gediend. In de lucht glorieerde ter illustratie een MiG met de nieuwe ‘supersonische’ Dolk-raket.

In Kiev deed president Porosjenko er een schepje bovenop: „Bij hen won Stalin, bij ons het volk. Zij vieren dat in een militaire roes, wij herdenken deze dag eindelijk met heel Europa. Wij zeggen: nooit meer. Zij: we kunnen het herhalen. En dat is geen lege retoriek.”

Het verleden naar het heden toe redeneren, ook in Nederland: dat is nog wel retoriek, maar desondanks niet ongevaarlijk.

Hubert Smeets werkt bij kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.
    • Hubert Smeets