SintVitus Passie. Het enige project in Noordoost Friesland van Under de Toer. De Sint Vitus Passie is een liturgisch darm in een muzikaal drieluikmet zang, muziek, beeld en geluid in en om het St. Vituskerkje in het terpdorp Wetsens. Anne de Bruin, componist en dirigent.

Sake Elzinga

Het leven in Wetsens: 19 volwassenen & 6 kinderen in een dorp

Platteland

Wetsens is een van de oudste dorpen van Friesland. Hoe is het om te wonen in een dorp van dertien huizen rond een terp? „Je zit niet op elkaars lip, dat wil je niet.”

Dit zag Gosse Beerda (53) toen hij eind 2016 ging kijken bij een te koop staand huis in Wetsens. Hij woonde in Amsterdam, al meer dan twintig jaar, eerder was hij de sociale druk van een klein stadje in Friesland juist ontvlucht. In Wetsens was hij de terp opgelopen waar op de top het kerkje staat, Opgong heet het weggetje daar naartoe, Fries voor ‘opgang’. Ruimte en vrijheid: dat was wat hij zag.

Djoke Knol (39) woonde toen net in Wetsens. Toen zíj ging kijken, in de herfst van 2016, stonden vijf van de dertien huizen rond de terp leeg: oudere mensen die waren verhuisd omdat het onderhoud hen te veel werd. Maar wat gaf zij om dat beetje leegstand, ze zag een huis met genoeg terrein voor het houden van een paard. Of misschien wel twee of drie, er was ruimte zat. Dat huis kocht ze. Toen ze er eenmaal woonde, was een van de eerste dingen die ze hoorde: koorzang in het kerkje.

De meest recente bewoners zijn Lenie Lap (51) en Nettie Groeneveld (65): december 2017. Eigenlijk hadden ze het huis gekocht om erin te gaan samenwonen als ze beiden met pensioen zouden zijn. Maar ze wonen er toch nu al, Nettie bleek terminale kanker te hebben. Een van de eerste dingen die Lenie hoorde: dat je overal zomaar naar binnen kan stappen. Dat zei Hendrik Boersma (79) tegen haar, die al zijn hele leven in het dorp woont, toen ze met hem kennismaakte. Hij zei: laat je deur maar open hoor, dat doet iedereen hier.

Wetsens ligt vier kilometer boven Dokkum, het is één van de oudste dorpen in Noordoost-Friesland. De terp waarop het is gebouwd was waarschijnlijk al voor de jaartelling bewoond. Met vier meter hoogte en een middellijn van driehonderd meter is het een van de grotere terpen in de provincie. Het hervormde kerkje stamt uit de twaalfde eeuw, het is vernoemd naar een katholieke heilige: Sint Vitus. Volgens Wikipedia heeft Wetsens 65 inwoners, maar dat zijn er intussen minder. Behalve dertien huizen rond de terp telt het dorp nog een paar verspreide huizen en boerderijen.

Onder de kerktoren

En koorzang in het kerkje is er nu bijna elk weekend. Dat zijn de repetities voor de Sint Vitus Passie, een muzikaal drieluik dat is gecomponeerd door Anne de Bruijn (67), oud-muziekleraar en nog altijd koordirigent. Hij woont in Wetsens sinds 1997. In zijn verbouwde terpboerderij hangt nog de toga van zijn overleden vader – dominee in Leeuwarden.

Met de Sint Vitus Passie van Anne de Bruijn is Wetsens een van de 32 plaatsen in Friesland waar dit jaar toneelvoorstellingen zijn naar aanleiding van overgeleverde kerkverhalen. Het is een van de kleinere: acht uitvoeringen, maximaal zeventig bezoekers per keer, meer passen er niet in het kerkje. Vrijwel alle Under de Toer-voorstellingen (Fries voor ‘onder de kerktoren’) komen tot stand dankzij vrijwilligers, wat aansluit bij het centrale thema van Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad van Europa: iepen mienskip, ‘open gemeenschap’.

Dus hoe werkt dat in de praktijk: een iepen mienskip van tolerantie en gemeenschapszin? Bijvoorbeeld in een dorp met negentien volwassenen en zes kinderen in twaalf huizen rond een terp?

Het enige project in Noordoost Friesland van Under de Toer. De Sint Vitus Passie is een muzikaal drieluik met zang, muziek, beeld en geluid in en om het St. Vituskerkje in het terpdorp Wetsens. Sake Elzinga

Hendrik Boersma, hij woont in de oude boerderij van zijn ouders, weet nog hoe in Wetsens zo’n honderdvijftig mensen woonden, de boerderijen in de omgeving meegeteld. Rond de terp stonden evenveel huizen als nu, maar de gezinnen waren groter („In het huis waar ik nu alleen woon, woonden we vroeger met z’n negenen”) en alle kinderen trokken samen op. Ze liepen naar de lagere school in Nijewier (‘Niawier’ in het Nederlands), drie kilometer verderop, en speelden later samen in de weilanden of op de restanten van het oude spoor, dat liep van Leeuwarden naar Anjum.

Ook hun ouders verzamelden zich dan: de mannen stonden na het avondeten te praten op een paar vaste plekken in het dorp. Wetsens voelde groot. Tjerk Boersma (76), de broer van Hendrik, hij woont in het huis naast hem: „Het is raar om te zeggen, maar je had de ene kant van het dorp en de andere kant. Voorbij de weg naar de kerk, dat was de andere kant. Daar kwamen wij eigenlijk niet.”

Wasgoed aan de lijn

Dat was pakweg zeventig jaar geleden. Vijftig jaar geleden was het nog niet heel anders. Hendrik was intussen melkrijder, Tjerk was vrachtrijder. Wieke Boersma (71), toen net getrouwd met Tjerk: „Het was gemoedelijk, je werd meteen opgenomen in de gemeenschap. Als het maandagmorgen was, en we hingen allemaal het wasgoed aan de lijn, was het een geklets van jewelste, net als wanneer de melkboer langskwam.”

Veertig jaar geleden groeide Jan Sijtsma (46) op in Wetsens. Tot zijn achtste woonde hij aan de Jaerlawei 6, nu een paar huizen verderop, waar hij een boerenbedrijf heeft. Hij zegt: „Er was een enorme saamhorigheid. Als kinderen speelden we ’s middags vaak honkbal, dan maakten we twee teams.” Er waren minder kinderen dan in de tijd van Hendrik en Tjerk, maar nog altijd genoeg voor die twee teams: een stuk of vijftien.

Dertig jaar geleden kwamen Gooitzen Riemersma (65) en zijn vrouw Tineke (64) wonen in het voormalige huis van Jan Sijtsma: „Wij hebben drie kinderen, die zijn hier opgegroeid. In die tijd waren er ongeveer tien kinderen. Het was een levendig dorp.” Ook hun kinderen gingen naar de basisschool in Nijewier, al was dat niet meer lopend maar op de fiets.

De ouders van Hendrik en Tjerk kwamen ook uit Wetsens. Net als die van Jan Sijtsma. En hún ouders ook weer. Op het kleine kerkhof bovenop de terp zie je het aan de stenen: daar liggen heit en mem begraven, hun vader en hun moeder, pake en beppe, grootvader en grootmoeder, en oerpake en oerbeppe.

In die tijd waren er ongeveer tien kinderen. Het was een levendig dorp

Als oudere bewoners hebben ze ook dezelfde anekdotes. Zoals die over alde Anders, oude Andries, de kluizenaar van Wetsens die in de oorlog nog onderduikers had. Tjerk Boersma: „Hij was een beetje vreemd, de geiten en de schapen liepen in en uit zijn huis. Je had kinderen die niet bij hem naar binnen durfden.” Een ruïne op de terp herinnert nog aan die tijd.

En er zijn de recentere verhalen. Bijvoorbeeld over Jan van Dam, die aan de Jaerlawei een theaterboerderij had opgezet, DamDijk. Het liep niet zo goed, maar dankzij hem was er wel altijd wat te beleven: hij was een gangmaker. Tjerk Boersma: „Later verhuisde Jan van Dam naar Middelburg. Daar is hij een paar jaar geleden ook getrouwd. De Sijtsma’s en wij zijn toen nog als verrassing naar die bruiloft toe gegaan. Jan van Dam zag ons en riep: Daar is Friesland!”

Ook hun waarden deelden de oudere inwoners. Het is makkelijk een tolerante gemeenschap te zijn als er toch al niet veel verschil van inzicht bestaat. Als alle kinderen naar die ene lagere school gaan, alle vrouwen thuis zijn om op de kinderen te passen, het hele dorp dezelfde kerk bezoekt.

Sake Elzinga

Veertig jaar koster

Bij Tjerk Boersma hangt naast de schoorsteenmantel een getuigschrift: gekregen toen hij veertig jaar koster was. Wieke en hij maakten altijd samen de kerk schoon, Tjerk wiedde ook elke week het kerkhof. Dat laatste doet hij nog steeds. Djoke Knol: „Dan zie ik hem langs mijn huis omhooglopen naar de kerk, voor het onkruid. Respect hoor.”

Maar de laatste zestien jaar was er minder schoonmaakwerk: er werden geen kerkdiensten meer gehouden. Tjerk Boersma: „Eerst had je nog dat er om de week een middagdienst was, maar op het laatst kon je nog maar één keer per jaar naar de kerk, voor het avondmaal.”

De Protestantse Gemeente Dokkum-Aalsum-Wetsens zette de Sint Vituskerk te koop: de onderhoudskosten waren te hoog geworden. Waarop zich twee jaar geleden onverwacht een sponsor meldde. Emeritus-hoogleraar bodemscheikunde Willem van Riemsdijk (69) uit Stiens, bij Leeuwarden: „Ik las het bericht en dacht: dat moet niet gebeuren, die kerk moet behouden blijven.”

Sake Elzinga

Van Riemsdijks ouders verhuisden op latere leeftijd naar Aalsum en liggen begraven in Wetsens. Hij weet nog hoe zijn vader, die viool speelde, begin jaren zeventig meedeed aan een benefietconcert voor de restauratie van het orgel van de Sint Vituskerk. „En toen ik studeerde, liep ik er als ik bij mijn ouders op bezoek was weleens over de oude spoordijk naartoe.”

Zijn donatie aan een speciaal onderhoudsfonds maakte het mogelijk dat het kerkje nu onder beheer staat van de Stichting Alde Fryske Tsjerken, (‘oude Friese kerken’). Kerken van die stichting vullen hun budget aan met de organisatie van evenementen: concerten, lezingen, voorstellingen.

Die kerk moet behouden blijven

De mienskip, zou je kunnen zeggen, is geïnstitutionaliseerd. Niet langer komt het dorp elkaar elke zondag als vanzelf tegen in de kerk, in plaats daarvan doet Joanneke Romkema (43), de partner van koordirigent Anne de Bruijn die in het weekend overkomt uit Noord-Holland, bij alle huizen rond de terp een uitnodiging door de bus: „Beste inwoner(s) van Wetsens, met deze brief willen we u graag informeren over, maar ook betrekken bij ons bijzondere project dat op 18 t/m 27 mei plaatsvindt in de St. Vituskerk hier in Wetsens.”

De kerk heeft nu ook een ‘plaatselijke commissie’ voor het organiseren van evenementen, ‘de pc’. Anne de Bruijn en Gooitzen Riemersma, kerkelijk werker en godsdienstleraar, meldden zich twee jaar geleden meteen aan voor die pc, Djoke Knol werd lid in januari 2017: „Ik woonde hier nog maar net toen ik van de buurtvereniging een uitnodiging kreeg voor de nieuwjaarsborrel. Daar vroegen ze direct of ik wat wilde doen voor de kerk.”

Sake Elzinga

In juni een barbecue

De activiteiten van de buurtvereniging kwamen in plaats van de spontane maandagmorgenpraatjes rond de waslijn of ’s avonds op straat. De buurtvereniging organiseert behalve de nieuwjaarsborrel ook in juni een barbecue. Meer niet.

Ivon Simons (61) woont met haar man Jan sinds 2008 in het oude schooltje van Wetsens. Ze zegt: „Iedereen heeft meer zijn eigen leven tegenwoordig. Dat is in een dorp hetzelfde als overal.” Djoke Knol: „Mensen hebben het druk, ze werken veertig uur per week en dat werk is niet hier, daar moeten ze voor reizen.”

Ze moeten ook meer organiseren. Yvonne Elderhuis (39) verhuisde met haar man Bert en drie kinderen van 13, 11 en 7 jaar in november 2017 naar Wetsens („We misten de natuur zoals die is”). Yvonne werkt in Drachten, Bert in Leeuwarden. Hun kinderen gaan naar school in Dokkum. „De twee jongsten breng ik nu met de auto. Als ze bij een vriendje willen blijven spelen, moet je dat regelen.” Heidi Procee (39), de vrouw van boer Jan Sijtsma, heeft twee kinderen op de basisschool: „Ze zitten ook nog ergens anders op muziekles en op een sport. Het is één en al halen en brengen met de auto.”

Mensen hebben het druk, ze werken veertig uur per week en dat werk is niet hier

Niet alleen lopen of fietsen de kinderen niet meer samen, ook zitten ze nu op verschillende scholen, afhankelijk van de opvattingen van hun ouders. Esther van der Roest (47) woont met haar man Bert sinds 2003 in het vroegere kruidenierswinkeltje van Wetsens. Ze zijn getrouwd in het dorp, hun trouwfoto’s zijn nog gemaakt bij de ruïne van alde Anders, de kluizenaar die in de oorlog onderduikers had.

In Dokkum, zegt ze, „zijn weliswaar geen stoplichten”, maar je kunt er wél kiezen uit negen basisscholen. Hun zoontje Sem (8) gaat naar de Jenaplanschool, de twee dochters van Jan Sijtsma en Heidi Procee gaan er naar een christelijke basisschool. Geen van de zes kinderen uit Wetsens gaat nog naar het schooltje in Nijewier.

Mensen wíllen tegenwoordig ook liever wat meer afstand van elkaar, misschien wel vooral op het platteland. Gosse Beerda, hij is in een voormalig boerderijtje gaan wonen: „Indertijd ging ik hier mede weg vanwege de sociale controle. Maar die is veel minder geworden, mensen trekken nu naar dit soort plekken omdat je er de ruimte hebt om jezelf te zijn.” Jan Sijtsma woonde ooit drie jaar in Dokkum. Dat beviel bepaald niet goed: „Dan zat je in de tuin, en als je dan een keer nieste, hoorde je de buurvrouw aan de andere kant van de schutting zeggen: gezondheid. Gek werd ik ervan dat iedereen zo dicht op elkaar zat.” En Lenie Lap en Nettie Groeneveld, de twee vrouwen die acht jaar geleden trouwden, „genieten van elke dag” (Lenie) in de laatste maanden die ze nog samen hebben. Yn ’t Groeneveld, hebben vrienden gebeiteld in een stuk hout dat sinds kort aan de voorgevel hangt.

Mensen trekken nu naar dit soort plekken omdat je er de ruimte hebt om jezelf te zijn

Die gesprekken rond de waslijn, bij de melkboer of ’s avonds op straat, daar is dus ook minder behoefte aan. Ja, bijna alle deuren staan overdag open en je kunt overal zomaar naar binnen lopen, „maar je zit niet op elkaars lip, dat wil je niet” (Ivon Simons). Djoke Knol: „We lopen de deur niet bij elkaar plat.” Heidi Procee, de vrouw van Jan Sijtsma: „Je hebt hier de rust en de ruimte, zonder dat je de hele tijd bij elkaar op de koffie moet.”

Maar ruzies? Nee

Het neemt niet weg dat er een paar ongeschreven sociale regels zijn: wanneer je elkaar tegenkomt groet je, iedereen is lid van de buurtvereniging, in principe ga je naar zowel de nieuwjaarsborrel als de barbecue. En inderdaad, als iemand zich niet aan die ongeschreven regels houdt, zich net iets te hooghartig gedraagt of bijvoorbeeld te hard door het dorp rijdt, ontstaan er irritaties. Maar ruzies? Nee. Heidi Procee: „In zo’n gemeenschap wil je geen onenigheid. Daar is het te klein voor.”

Verder geldt: als het kan help je de buren of doe je iets voor het dorp. Gosse Beerda, zelfstandig webdeveloper, helpt zijn buren vaak even met de computer, voor de Sint Vitus Passie van Under de Toer verzorgt hij straks de beeldprojecties. Jan Sijtsma heeft alle voor de voorstelling tijdelijk losgeschroefde kerkbanken opgeslagen op zijn boerderij, op het erf mogen straks de auto’s van de bezoekers parkeren. Djoke Knol heeft voor de Sint Vitus Passie zelfs een week vrijgenomen van haar werk, ze gaat helpen koffieschenken en het verkeer regelen. En Ymkje van der Werf (48) heeft gezegd dat haar tuinhek, dat loopt langs de Opgong naar de kerk, kan worden gebruikt om verlichting aan op te hangen. Zij woont sinds 2004 in Wetsens, op het terrein achter haar huis vangt ze honden op: „Daar heb ik nu de ruimte voor.” Vroeger woonde ze in Leeuwarden.

Dus zo is het nu, de moderne mienskip.

En de toekomst? Hoe ziet die eruit, denken ze?

„Er waren de laatste paar jaar veel verhuizingen, door alle leegstand ging de leefbaarheid achteruit. Ik hoop dat het nu weer beter wordt”, zegt Jan Sijtsma. Djoke Knol: „Er komt meer los volgens mij, nieuwe bewoners zorgen ook voor nieuwe betrokkenheid.” Gosse Beerda, de enige in het dorp die geen auto heeft maar alles op de fiets doet: „Nu haal ik nog boodschappen, maar nog even en dankzij de webwinkels en de zelfrijdende auto’s wordt alles hier weer aan huis bezorgd.”

En Yvonne Elderhuis, de moeder van drie jonge kinderen: „Bert en ik zijn opgegroeid op het platteland: het geluid van vogels, fierljeppen, buiten zijn, het is het mooiste wat er is. En dat willen we onze kinderen graag meegeven: een fijne jeugd in een dorp.”

    • Gretha Pama