Geen serieus loonbod? Dan dreigt een ambtenarenstaking

Ultimatum Minister Ollongren moet ambtenaren maandag een voorstel doen voor een goede loonsverhoging. Zo niet, dan volgen er acties.

De verkeerscentrale van Rijkswaterstaat in Noord-Brabant. Sinds eind vorig jaar wordt onderhandeld over loonsverhoging voor 118.000 landelijke ambtenaren. Foto Flip Franssen / Hollandse Hoogte

De vakbonden snappen er niks van: een half jaar geleden riep premier Mark Rutte werkgevers en vakbonden nog op om de lonen te verhogen, zodat het weer „voelbaar wordt dat Nederland er beter voorstaat”. Eerder zeiden De Nederlandsche Bank en het IMF al dat de lonen in Nederland omhoog kunnen.

Maar júíst de rijksambtenaren – van wie het kabinet de werkgever is – hebben nu een conflict over hun loonsverhoging. Vakbonden willen een stijging van 3,5 procent. Het kabinet gaat niet akkoord en doet nog geen tegenbod.

Nu hebben de bonden een ultimatum gesteld: maandag moet minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) vóór 10.00 uur met een voorstel komen voor een goede loonsverhoging. Zo niet, dan volgen acties en werkonderbrekingen.

Gefrustreerd

Ollongren onderhandelt al sinds eind vorig jaar met vier vakbonden over nieuwe arbeidsvoorwaarden voor 118.000 landelijke ambtenaren bij onder meer ministeries, Rijkswaterstaat, de Belastingdienst en gevangenissen. In februari braken de bonden die besprekingen af.

Ze raakten gefrustreerd, zeggen ze, omdat de minister op cruciale punten niet concreet wilde worden. Marco Ouwehand, die aan tafel zat namens FNV Overheid en ook spreekt namens de andere drie bonden, zegt dat bij normale onderhandelingen beide partijen een mandaat hebben: ze weten wat ze maximaal kunnen weggeven.

De onderhandelaars van Ollongren leken dat niet te weten, zegt Ouwehand. „Dan hadden we net een compromis gesloten en dan hoorden we aan de andere kant van de tafel: oh ja, we moeten nog wel even nagaan of we daar geld voor hebben.”

Concurreren met ministers

Over de loonsverhoging kregen de bonden volgens Ouwehand slechts te horen dat 3,5 procent te veel was. „Ze zeiden: in de markt gaat de loonsverhoging óók nog niet zo snel. Maar dat doet er helemaal niet toe.” De minister deed geen tegenvoorstel, bevestigt haar woordvoerder.

Ollongren schreef onlangs aan de Tweede Kamer dat ze pas eind deze maand weet hoeveel geld ze heeft voor de loonsverhoging. Dan komt het kabinet met een nieuwe tussentijdse begroting voor dit jaar: de Voorjaarsnota.

Daarin moet Ollongren concurreren met collega-ministers die óók allemaal extra geld kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld voor de tegenvallende inkomsten uit Gronings gas. „We moeten realistisch zijn: het wordt moeilijk om met een bod te komen dat aan de eisen van de bonden voldoet”, laat een woordvoerder van Ollongren weten.

Daar komt nog bij, schreef de minister aan de Tweede Kamer, dat de pensioenpremies bij ambtenarenfonds ABP stijgen – dit jaar en volgend jaar. Ook daar moet de minister als werkgever aan meebetalen, waardoor ze minder geld overhoudt voor de lonen.

De bonden vinden het onzin dat Ollongren de Voorjaarsnota wil afwachten. „Toen we eind december begonnen met de cao-onderhandelingen had ík mijn mandaat rond”, zegt Ouwehand. „Dat had zij ook moeten hebben. Nu lijkt ze te zeggen: als er nog een fooi overblijft wil ik die wel aan mijn ambtenaren geven.”

‘Niet lijdzaam afwachten’

Tot 2015 zaten ambtenaren vier jaar op de ‘nullijn’: hun lonen stegen niet mee met de inflatie. Daarna volgden een loonsverhoging van 1,25 procent in 2015 en 3 procent in 2016 – die werden afgesproken in een cao zonder de grootste vakbond FNV. Die noemde de loonsverhoging een „sigaar uit eigen doos”, omdat die deels betaald werd met een verlaging van de pensioenpremie. Vorig jaar kregen de ambtenaren een inflatiecorrectie: de lonen stegen 1,4 procent.

Nu de bonden een ultimatum hebben gesteld, zal Ollongren „een serieus loonbod” moeten doen, zegt de vakbondsman. „Dat hoeft geen eindbod te zijn, maar het moet wel in de buurt komen van 3,5 procent.”

Als ze dat niet doet, kondigen de bonden maandag al concrete werkonderbrekingen aan. Ouwehand: „Het moet voor alle ministers duidelijk worden: hun ambtenaren gaan niet lijdzaam zitten afwachten wat er voor hen overblijft.”

Op de werkvloer manifesteert de herstellende economie zich in meer arbeidsonrust. 2017 telde het grootste aantal stakingen in de afgelopen dertig jaar. Waar komt die stijging vandaan?
    • Christiaan Pelgrim