Recensie

Een jongen met heimwee naar de heuveltop

Jeugdboek In een persoonlijk sprookje richt Daan Remmerts de Vries zich onomwonden tot de zoekers, dwalers en dromers. Het boek is een licht filosofisch pleidooi voor het vasthouden, of hervinden van onze kinderlijke onschuld.

Het eerste wat opvalt aan het nieuwe boek van Daan Remmerts de Vries is de poëtische titel, Het leven achter de dingen. Het tweede wat de aandacht trekt is de opdracht voorin: ‘Dit verhaal is voor Lynn,’ staat er veelzeggend. ‘En verder voor iedereen die niet meer weet waar hij of zij vandaan komt…’

Remmerts de Vries (1962) maakt daarmee direct duidelijk dat dit een persoonlijk verhaal is. De vraag of het wel een kinderboek is, hoeft gelukkig niet te worden gesteld. Wie het leest, en de karakteristieke illustraties in gemengde techniek van waterverf en (papier)collage bekijkt, begrijpt dat Remmerts de Vries zich onomwonden richt tot zoekers, dwalers en dromers. Zielen zoals de jongen die op de eerste bladzijde over de helling van een heuvel omhoog loopt, ervan overtuigd ‘dat er, aan de andere kant, op precies datzelfde moment, iemand anders omhoog loopt’ die hij, precies op de top, zal ontmoeten.

Mysterieus meisje

Wie deze jongen is, dat doet er niet toe. Hoewel de positie van Remmerts de Vries ten opzichte van de jongen en het mysterieuze meisje dat de jongen op de heuveltop tegenkomt, je onmiddellijk treft. Beiden hebben geen naam, maar waar Remmerts de Vries de jongen op afstand houdt door in de derde persoon over hem te schrijven, spreekt hij het meisje direct aan. Zo neemt hij als alwetende verteller op opmerkelijke wijze deel aan de gebeurtenissen waarover hij vertelt.

Die zijn op zich niet heel bijzonder. De spanning zit hem in dat prikkelende perspectief, en in de geheimzinnige verdwijning van het meisje en later ook de heuvel, nadat de jongen haar heeft leren kennen. Wie was ze? Zal de jongen haar inderdaad vergeten als hij groter wordt, zoals het meisje hem voorspelt?

Met liefdevolle weemoed beschrijft Remmerts de Vries vervolgens oprecht en helder hoe de jongen – gedreven door eenzaamheid en een terugverlangen naar de heuvel en het meisje – op zoek gaat naar ‘een stil, maar toch duidelijk merkbaar leven, dat hij achter de planten, stammen en wolken’ vermoedt. Daartoe bouwt hij onder meer een toren. Maar wie de fraaie, alles zeggende illustratie van de jongen bovenop het bouwwerk ziet, met de verrekijker aan de ogen, weet dan al dat de sterren in de paarszwarte nacht hem geen antwoorden zullen brengen.

Pijnlijk is het moment dat de wind de toren omver waait. Remmerts de Vries schrijft dan treffend: ‘Het vallen is zo erg niet, maar het neerkomen doet pijn. […] Het zorgt ervoor dat je, op den duur, geen torens meer gaat bouwen.’

Licht filosofisch pleidooi

Toch draait Het leven achter de dingen om meer dan de boodschap dat we vroeg of laat onze kinderlijke onschuld verliezen. Het boek is juist een licht filosofisch pleidooi voor het vasthouden, of, als je het al kwijt bent, het hervinden ervan. Makkelijk is dat niet. De jongen moet lang ronddwalen. Behalve buiten leert hij dat ook te doen in zijn hoofd. Daardoor ontdekt hij wat zijn lotsbestemming is, en kan de hernieuwde ontmoeting met het meisje plaatsvinden. De daaropvolgende verrassende perspectiefwissel geeft het verhaal een bijzondere persoonlijke betekenis. Tegelijkertijd behoudt het, als sprookje over wat onze verbeelding vermag om ons leven te kunnen leven, knap zijn universele zeggingskracht. Dat maakt het een ongewoon boek waarmee Remmerts de Vries zijn eigenheid als verteller, als mens en als vader onderstreept.

    • Mirjam Noorduijn