Column

Memo voor Ollongren

Wat eerder met de Hells Angels mislukte, lukte eind vorig jaar met motorclub Bandidos: een verbod. Deze week kwam motorclub Satudarah voor de rechter. Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren zal het met bovenmatige interesse volgen; het rommelt in het ‘verboden verenigingen’-dossier. De PvdA werkt aan een breed gesteunde initiatiefwet om motorclubs zonder tussenkomst van de rechter te kunnen verbieden. Op het bord van Ollongren ligt een opdracht uit het regeerakkoord: de aparte verbodsgrond voor anti-democratische organisaties. Nu geldt voor de hockeyvereniging, motorclub én politieke partij nog dezelfde toetssteen: in strijd met de ‘openbare orde’.

D66’er Ollongren moest reeds de gifbeker van de afschaffing van het referendum leegdrinken. Dat uitgerekend zij – van de partij die voorstander is van referenda – dat moest doen, was wel heel wrang. Iets vergelijkbaars staat haar te wachten bij het verbod op anti-democratische organisaties. D66 was tegen, maar ook nu moet juist zij het gaan verdedigen, al dan niet samen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees – eveneens D66.

Dat is natuurlijk geweldig materiaal voor de oppositie. Niet echt een aantrekkelijk vooruitzicht nu de rook van het referendumdebat nog amper is opgetrokken. Bovendien bestaat het risico dat dit veel principiëlere voorstel over anti-democratische organisaties verzwolgen wordt in de discussie over de motorclubs en de PvdA-initiatiefwet. Dat zou een gemiste kans zijn. De initiatiefwet en dit voorstel zouden minstens tegelijkertijd behandeld moeten worden: beide gaan over het verbieden van verenigingen. Daarom een bescheiden voorzet én aansporing. Ik zet de antwoorden op drie veelgehoorde en te verwachten kritiekpunten op een rijtje. Een ongevraagd, maar openbaar memo voor de minister:

Dit introduceert een ondemocratisch middel.

Antwoord: Politieke partijen kunnen al verboden worden en dat gebeurt ook, voor het laatst met de extreem-rechtse CP’86 in 1998. Daar kun je uiteraard tegen zijn, maar dan nog betekent dit voorstel een verbetering. Zoals het er nu voor staat, weten we namelijk niet exact wanneer een partij verboden kan worden – ook juristen niet, het criterium ‘openbare orde’ is te vaag en rechters komen tot zeer uiteenlopende interpretaties. Kortom: er ligt een wapen in de la, maar we weten niet precies hoe het werkt. Die onduidelijkheid is onacceptabel in een democratie. Een nieuwe, strak omlijnde verbodsgrond kan dit verhelpen en vermindert de kans op misbruik.

Verboden werken niet.

Antwoord: Dit is een populaire opvatting. In een eerder debat vergeleek D66-Kamerlid Van Weyenberg anti-democratische organisaties met schimmel – juist in het donker groeien ze, liever niet verbieden dus. En zeker, verboden lossen niet alles op. Maar de politicologische literatuur laat een genuanceerder beeld zien; er zijn ook succesverhalen te vertellen, zoals het Spaanse verbod van de Baskische afscheidingsbeweging Batasuna in 2003. De verwachting was dat het geweld van haar terroristische tak, de ETA, zou toenemen; het tegendeel was waar. Deze maand hief de ETA zichzelf na zestig jaar zelfs officieel op.

In Nederland bestaat dit probleem niet.

Antwoord: Je kunt je afvragen of dat waar is. Er zijn in ieder geval anti-democratische tendensen waar te nemen. Denk aan de onthullingen over de intolerante preken in de Haagse As Soennah-moskee. Of aan de tweede partij van het land: de PVV stelde onlangs voor het stemrecht af te nemen van burgers die meer dan één nationaliteit hebben. Dat betekent dat bepaalde groepen Nederlanders feitelijk hun stemrecht verliezen – zo accepteert bijvoorbeeld Marokko afstand doen niet. Geheel denkbeeldig is de bedreiging van democratische rechten dus niet. Maar het punt is vooral: als het een keer zover komt, en de rechter wórdt om een oordeel gevraagd, kun je maar beter nu – in die vermeende ‘rust’ – de verbodsbepaling op orde hebben gebracht. Oftewel: Minister Ollongren kan het voorstel met vertrouwen verdedigen. Ook tegen haar eigen partij.

Bastiaan Rijpkema is rechtsfilosoof en als universitair docent verbonden aan de Universiteit Leiden. Rosanne Herzberger wordt tijdens haar zwangerschapsverlof per toerbeurt vervangen door Kiza Magendane, Stine Jensen, Emma Bruns, Bastiaan Rijpkema en Haroon Sheikh.